skip to Main Content

Op deze zesde zondag van Pasen openbaart Jezus ons hoe wij met Hem en met de Vader verbonden zijn en belooft Hij ons de Heilige Geest.

Eucharistieviering in de parochie van de H. Augustinus, in de kerk van de H. Joannes de Doper (Katwijk) en de H. Willibrordus (Wassenaar) en de H. Laurentius (Voorschoten incl. Vormsel en doop), weekeinde van 25 en 26 mei 2019, om 19.00, 09.30 en 11.00 uur, door pastoor Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: C2019TMP06C

Lezingen

E.L: Handelingen 15,1-2, 22-29
Psalm: Ps. 67 (66) 2-3, 5, 6 en 8
T.L: Apokalyps 21, 10-14. 22-23
Vers: Johannes 14, 23
EV: Johannes 14, 23-29

Homilie

Wie van u heeft nog herinneringen aan het Tweede Vaticaans Concilie? Ik heb er vage herinneringen aan. Het Concilie liep van 11 oktober 1962 tot 8 december 1965. Ik was net 13 jaar toen ik in 1965 op het kleinseminarie bij de Salesianen in ‘s-Heerenberg begon. Het was dus nog bezig. Van het Concilie kreeg ik niet veel mee, maar wat daarna gebeurde was wel duidelijk. Priesters traden uit, trouwden, seminaries liepen leeg, ook kleinseminaries. Na drie jaar vertrok ik daar en een paar jaar later werd het kleinseminarie gesloten. Het was een tijd van verwarring, waarin euforie over een nieuwe koers en zorgen over de toekomst door elkaar liepen.

Ik kan me nog herinneren dat na vijf of tien jaar, zo rond 1970 en later, in gesprekken met parochianen boze geluiden klonken: “Ze hebben ons belazerd”. Was een van die geluiden. Mensen die trouw hun plichten hadden vervuld, inclusief de vastenwetten, kregen te horen dat het niet meer hoefde. Jonge priesters die op het punt stonden te trouwen, verkondigden soms vanaf de preekstoel dat biechten niet meer hoefde en dat als je geen zin had om naar de kerk te gaan dat het ook niet nodig was. Naast euforie dat alles anders werd, klonk ook bitterheid en boosheid; zoals: ‘Ze hebben ons belazerd”.

Hoe zal dat een kleine tweeduizend jaar geleden geweest zijn, rond het jaar 50, kort na het apostelconcilie? Er was veel gediscussieerd of de heidenen nu wel of niet besneden moesten worden en of ze de andere wetten van Mozes, zoals de spijswetten, moesten onderhouden. Er stond heel wat op het spel. De verkondiging van Christus had ingang gevonden bij de heidenen. Paulus was ervan overtuigd dat besnijdenis en andere wetten van Mozes grote belemmeringen zouden vormen voor de verkondiging van het Evangelie.

Uiteindelijk wint de overtuiging dat Christus onze weg, onze waarheid en ons leven is. Jezus is Gods wet in vlees en bloed, een andere hebben we niet nodig. Maar u kunt zich voorstellen hoe er gemopperd is door hen die wel de wet van Mozes hadden gevolgd. Zo konden ze denken dat die nieuwe richting totaal verkeerd was of ze konden denken dat ze altijd bedrogen waren en regels hadden moeten volgen die nu ineens niet meer golden.

De geschiedenis herhaalt zich in zekere zin; eerst rond het jaar 50, dan in de vorige eeuw met het Tweede Vaticaans Concilie en ook nu. Soms hoor je felle reacties als Paus Franciscus ruimte zoekt om in de pastoraal om te gaan met de problemen van deze tijd. Felle reacties uit angst dat de Kerk de verkeerde kant opgaat of je hoort andersom euforie dat nu alles anders wordt.

Johannes de evangelist schrijft vandaag in zijn Apokalyps: “Maar een tempel zag ik er niet want God, de Heer, de Albeheerser is haar tempel zoals ook het Lam. En de Stad heeft het licht van zon en maan niet nodig want de luister van God verlicht haar en haar lamp is het Lam”.

Johannes schrijft dit rond het jaar 90. Dan is het duidelijk geworden dat alleen in Christus de weg wordt gevonden en dat alle profeten, ook Mozes, in Jezus de vervulling vinden. Daarvan proeven we ook in het Evangelie van vandaag als Jezus zegt: “Als iemand Mij liefheeft zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen …” Johannes brengt de woorden in herinnering waarin Jezus ons duidelijk maakt dat het erom gaat zijn woord te onderhouden, om te doen, om Hem na te volgen, concreet in het leven van elke dag. Maar waarom zouden we dat doen? Waarom het kruis oppakken, waarom elke zondag naar de Kerk, ook als je kunt uitslapen en naar het strand kunt gaan, waarom die vervelende ander geduldig verdragen als je hem ook lik op stuk kan geven? Jezus zegt: “Als iemand Mij liefheeft zal hij mijn woord onderhouden …” De liefde voor Christus is fundamenteel. Waarom zouden we doen wat Jezus ons opdraagt, als we Hem niet liefhebben?

In het gezin en in het dagelijks leven, in het werk en overal is het niet anders. Zouden kinderen, als er geen liefde heerst, doen wat hen gevraagd wordt? Zonder liefde wordt het discipline, wordt het een bevel, wordt het opgelegd, totdat ze in opstand komen en eruit breken. Maar als er liefde is, dan groeit de bereidheid te doen wat er wordt gevraagd.

Zo roept Jezus ons op tot liefde. Verleden week zondag konden we horen: “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben; zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben. Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart.”

Kerk zijn is deel krijgen aan de alles overtreffende liefde van Christus. Vandaag belooft Jezus ons de Heilige Geest: “… de Helper, de Heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden, Hij zal u alles leren en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb. Vrede laat Ik u na; mijn vrede geef Ik u”. Jezus belooft de Heilige Geest, de Helper. Mocht u soms vergeten wat Jezus ons leert. Bidt dan om de Heilige Geest. En mocht u moeite hebben met de liefde, met liefhebben of dreigt de liefde te doven, raakt ze uitgeblust; bidt om de Heilige Geest. Hij zal u helpen, zodat God in uw hart woont en u hem kan navolgen die de Liefde zelf is, zodat wij blijven bouwen aan dat netwerk van Liefde en een beschaving van Liefde. Amen.

Voorbede

Bidden we tot God, die liefde is.

Wij bidden voor de Kerk als netwerk van Liefde, dat al Gods kinderen groeien in liefde tot God en de naaste, dat zij door hun liefde voor Christus bereid zijn Hem na te volgen, dat de wereld kan zien dat zij leerlingen van Christus zijn. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze wereld, dat we wegen vinden om geschillen in dialoog op te lossen, dat we niet ophouden de dialoog te blijven zoeken, dat we inzien dat geweld geen oplossing is maar altijd het probleem vergroot. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochiegemeenschap en onze parochiekernen, dat we ons blijven inspannen om werkelijk een netwerk van liefde te zijn; dat we binnen onze eigen kernen blijven bouwen aan dat netwerk van liefde. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, dat we door oprechte liefde en begrip, door wijsheid en geduld de dialoog tussen de generaties voortzetten en zo het goede doorgeven dat we van Christus hebben ontvangen. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top