skip to Main Content

Vandaag klinkt de vraag door: Hoe rijk zijn we op aarde en hoe rijk zijn we bij God? Wanneer heerst ijdelheid over ons hart en wanneer zijn we werkelijk vrij?

Eucharistieviering in de parochie van de federatie RRM – H. Laurentius, in de kerk van de H. Liduina (Hillegersberg), de H. Dominicus (Het Steiger) en de HH. Laurentius en Elisabeth (kathedraal), 30 en 31 juli 2022, om 19.00, 09.30 en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: C2022DHJ18C

Lezingen

E.L: Prediker 1, 2; 2, 21-23
Psalm: Ps. 138 (137) 1-2a, 2bc-3, 6-7ab, 7c-8
T.L: Kolossenzen 3, 1 -5. 9- 11
All: Johannes 15, 15b
EV: Lucas 12, 13-21

Homilie

Afgelopen vrijdag vierden we het feest van Marta, Maria en Lazarus. De meesten van u kennen alleen het feest van de H. Marta, populair onder veel moeders. Maar de heilige Marta is herenigd met haar zus Maria van Betanië en haar broer Lazarus, drie vrienden van Jezus. Er was lang onduidelijkheid of Maria van Betanië dezelfde was als Maria Magdalena en misschien ook wel de zondares die Jezus voeten waste met haar tranen. Onderzoek van de laatste eeuwen heeft uitgewezen dat dit echt verschillende personen zijn.

Dus vierden we afgelopen vrijdag de drie vrienden van Jezus uit Betanië. Twee zondagen geleden gelezen gebben we dat evangelie gelezen, met het moment dat Maria bij de Heer zit te luisteren naar zijn woorden en Marta er bij komt staan en op Jezus moppert: “Heer …, zeg haar … dat ze mij moet helpen.”

Dat moment, twee zussen, de een is ontevreden met de situatie en wil dat Jezus ingrijpt. Herkent u dat? In het gebed mogen we ons hart luchten, maar het kan betekenen dat Gods antwoord anders is dan we hadden gehoopt. We hopen dat God ons gelijk geeft en er iets aan doet, maar dikwijls gaat het anders. Zo kreeg Marta als antwoord: “Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en het zal haar niet ontnomen worden.”

Vandaag ook zo’n situatie. Nu niet twee zussen maar twee broers. Ook hier is onenigheid en wel over iets wat je helaas maar al te vaak ziet, de erfenis: “Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt.” Maar ook hier is het antwoord van Jezus anders dan hij had gehoopt of verwacht. Zoals Marta in beslag werd genomen door de drukte van het bedienen, zo is deze man is ook in beslag genomen. Hij kan maar aan één ding denken: hij vindt het oneerlijk dat zijn broer een groter deel van de erfenis heeft gekregen dan hij.

Talloze mensen komen naar Jezus toe. De een vraagt om de genezing van een dochtertje dat op sterven ligt, de ander is melaats, een volgende ligt al 38 jaar op een brancard, weer een ander is blind. Maar bij deze man gaat het om de erfenis. En hier heeft Jezus een heel ander antwoord. Het lijkt wel wat op die situatie waarbij een paar vrienden iemand op een brancard brengen en via het dak voor Jezus’ voeten neerleggen. Tegen die man zegt Jezus: “Je zonden zijn je vergeven”. Iedereen verwacht een genezing van zijn verlamming, maar Jezus behandelt eerst een heel andere verlamming, die veel dieper gaat en die eerst moet genezen, voordat hij lichamelijk kan genezen.

Zo is het ook bij deze man. Stel dat Jezus had gezegd: “Deel met elkaar zodat niemand tekort komt en niemand teveel heeft” (2 Kor. 8, 15). Dan was hij naar zijn broer gegaan met de zin: “Jezus heeft gezegd dat jij de erfenis met mij moet delen”. Dan zou die erfenis nog steeds in zijn hoofd zitten. Stel dat die broer het zou doen. Dan zou de man misschien wat gelukkiger zijn met dat grotere deel van de erfenis, maar nog steeds is het die erfenis die zijn leven bepaalt. Het was een obsessie geworden, hij zat erin vast, zoals die verlamde man vast zat aan zijn zonden en zijn brancard.

Ooit gaf Jezus aan de Sadduceeën en de Farizeeën dit geniale antwoord: “Geef aan de keizer wat de keizer toekomt, en geef aan God wat God toekomt”. Die gedachte klinkt vandaag in het evangelie door in de parabel van de man met zijn grotere graansilo’s en een enorm pensioen waar hij uiteindelijk maar één dag van zal kunnen genieten. De kernvraag luidt: “Ben je rijk bij God?”

Weet u nog, die rijke jongeman die Jezus wilde volgen. Hij zat ook vast aan zijn bezittingen. Toen Jezus hen zei: “Toch ontbreekt u één ding: verkoop alles wat ge bezit en deel het uit aan de armen; daarna zult ge een schat bezitten in de hemel. En kom dan terug om Mij te volgen”. Toen ging hij bedroefd heen omdat hij rijk was.

Een schat in de hemel; dat is ook in de parabel van vandaag hetgeen wat ontbreekt. Jezus zegt daarin: “Dwaas! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen; en al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan’? Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.”

Dit mag vandaag het gewetensonderzoek zijn: “Ben ik rijk bij God?” Verzamel ik schatten op aarde of verzamel ik schatten in de hemel? Een wijs woord daarover vindt u in de eerste lezing: IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid! Wat heeft een mens tenslotte aan al zijn geploeter, en aan de zorgen waarmee hij zich op aarde kwelt? In de tweede lezing herinnert Paulus ons daar ook aan: “Als gij met Christus ten leven zijt gewekt zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Zint op het hemelse, niet op het aardse”.

Hoever kun je daarin gaan? Moeder Teresa zei vanuit haar hartstochtelijke liefde dat geven pijn mag doen. De apostel Paulus is iets nuchterder, hij schrijft: “Het is niet de bedoeling dat gij door anderen te ondersteunen uzelf in verlegenheid brengt. Er moet een zeker evenwicht tot stand komen” (2 Kor. 8, 13). Jezus heeft hierin het laatste Woord: “Verkoopt uw bezittingen en geeft aalmoezen; verschaft u beurzen die niet verslijten, en verwerft een onuitputtelijke schat in de hemel, waar geen dief bij komt en geen mot hem bederft. Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn (Lucas 12, 33-34). Amen.

Voorbede

Bidden wij tot de hemelse Vader die zijn Zoon heeft gezonden om ons vrij te maken.

Wij bidden voor de Kerk, dat de zorgen om de aardse bezittingen ons niet in beslag neemt. Vragen we om innerlijke vrijheid die ons in staat stelt van harte te delen met hen die het minder hebben. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze samenleving, voor een rechtvaardige verdeling van de levensnoodzakelijke goederen, voor gastvrijheid en zorg voor vluchtelingen. Bidden we ook om dankbaarheid en tevredenheid wanneer wij zelf niets tekort komen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie, dat we met nieuwe ogen kijken naar de noden in onze samenleving, dat we ons inzetten voor diaconie en caritas, dat we onze verantwoordelijkheden niet afschuiven op overheden en andere instanties. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen, om wijsheid bij ouders en kinderen, dat erfenissen geen verdeeldheid brengen. Vragen we om de Heilige Geest, dat jaloezie en afgunst geen grip op ons krijgen, dat we gul van hart zijn, zodat we met vrede en dankbaarheid in ons hart een onvergankelijke schat verwerven bij God in de hemel. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top