skip to Main Content

Vandaag horen we de mooie parabel van het verloren schaap. Zo groot is de liefde van God voor ons dat Hij ons blijft zoeken.

Eucharistieviering in de parochie van de federatie RRM – H. Laurentius, in de kerk van de H. Albertus Magnus (Blijdorp) de H. Dominicus (Het Steiger) en de gemeenschap van Overschie, in het weekeinde van 10 en 11 september 2022, om 12.00, 09.30 en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: C2022DHJ24C

Lezingen

E.L.: Exodus 32,7-11.13-14
Ps.: 51 (50)
T.L.: 1 Timoteüs 1,12-17
All.: Johannes 10,27
Ev.: Lucas 15,1-32

Homilie

Misschien vraagt u zich wel eens af hoeveel God van ons houdt. Je kunt dagen hebben dat het tegenzit, dagen dat je moedeloos bent of dat de puf eruit is. Je kunt soms je nood klagen in het gebed, waarbij je denkt, geeft God nu echt om ons, om mij?

Vandaag vertelt Jezus de gelijkenis van het verloren schaap. Dat is wat anders dan de bio-industrie met de plofkippen. Daar is in onze tijd veel aandacht voor. Ooit zei een moraal theoloog: De manier waarop mensen met dieren omgaan weerspiegelt op de duur de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Zorg en aandacht voor de dieren bouwt een mentaliteit op van zorg en aandacht voor elkaar.

Maar het kan ook een vlucht zijn, een boer die veel aandacht heeft voor zijn dieren en stallen en werk, maar geen tijd heeft voor vrouw en kinderen en aan het eind van zijn leven teleurgesteld is in zichzelf, omdat de band met de kinderen niet best is, of omdat een van de zonen losgeslagen de wereld in is gevlucht.

Vandaag een mentaliteit van zorg voor het verloren schaap, maar meer dan om het dierenwelzijn gaat het Jezus om ons welzijn. Niet lang geleden maakte iemand de opmerking dat in onze tijd de rollen zijn omgekeerd. De 99 lopen verloren, terwijl de ene nog in de kerk zit. Wat is dan dat verloren lopen.

Daarover gaat de eerste lezing. Daar zien we niet een lieve en geduldige God, een barmhartige Vader die uitziet naar de terugkomst van zijn zoon, maar een God die het zat is, die tegen Mozes zegt, ik geef er de brui aan. Wat zijn dat voor mensen die van de ene zonde in de ander lopen en dan ook nog Mij ter verantwoording roepen. Geen vrolijke God. Toch lijkt het er meer op dat Mozes hier beproefd wordt dan dat God er de brui aan geeft. Mozes wordt beproefd op het punt waarop hij later alsnog zal zwichten. Denken dat Gods geduld niet eindeloos is en dat Gods barmhartigheid zijn grenzen heeft. Aan het einde van zijn leven komt nog zo’n moment. Dat zal voor de schrijver aangevoerd worden als reden dat Mozes uiteindelijk het volk niet zelf het beloofde land in zal leiden. Hoe barmhartig is God? Hoeveel geduld heeft God.

Maar het gaat in de eerste lezing ook om de zonden van het volk. Dit is wat Mozes hoort in zijn ontmoeting met God: “Zij zijn nu al afgeweken van de weg die Ik hun had voorgeschreven; ze hebben een stierenbeeld gemaakt, ze buigen zich daarvoor neer, ze dragen er offers voor op en schreeuwen: ‘Israël, dit is de god die u uit Egypte heeft geleid.” “Ik zie nu hoe halsstarrig dit volk is”.Een ontmoeting met God kan op veel manieren vorm krijgen. Bij Mozes begon dat bij een brandende struik die niet verbrandde. Maar na die tijd gaat hij geregeld in gesprek met God. In zo’n gesprek brengt God aan het licht wat leeft in ons eigen hart, onze hoop, onze twijfel, ons verlangen, onze angst. Dat is hier ook zichtbaar.

Mozes vraagt zich af of God wel zo eindeloos barmhartig zal blijven. Mozes vraagt zich af of die hele operatie, die tocht door de woestijn wel enig kans van slagen heeft. Mozes vraagt zich af of dit kleine volk dat nu met hem meetrekt door de woestijn wel ooit echt tot geloof in God kan komen. Mozes vraagt zich af of hij de mensen wel ooit van die gewoonte om afgodsbeelden te maken weg kan krijgen. Mozes vraagt zich af of God de loop van de geschiedenis echt wil beïnvloeden. Dit en nog meer klinkt door in zijn gesprek met God. Zijn eigen vragen, angsten, hoop en twijfel.

In dit gebed moet hij ook zichzelf overwinnen. Zijn deze mensen hem dierbaar, heeft hij het er voor over om zijn vermoeidheid, het gezeur, het geklaag, de problemen, de ruzies, de rechtspraak, het ongeduld, de honger en de dorst, de vragen en de weerstand te verdragen, houdt hij van dit kleine volk, houdt hij van zijn mensen en kan hij geloven dat God van hen houdt?

Wanneer wij bidden tot God moet er ook ruimte zijn voor al onze gevoelens, onze twijfels, hoop en angsten. Bij Mozes is het antwoord verrassend. Heel het gebed heeft de teneur van hopeloosheid, eigenlijk denkt Mozes dat God het helemaal zat is en ermee wil kappen. Dan gaat Hij wel door met Mozes alleen. Maar in het gebed ontstaat een ommekeer. Dat is wat het gebed bewerkt, daarin klinkt Gods antwoord en breekt het door in het innerlijk van Mozes.

Mozes pleit voor het volk en daarmee overwint hij zijn eigen weerstand, hij overwint de afkeer die hij heeft tegen alle problemen. God laat zich verzoenen. Als hij bidt tot God, dan overwint hij met zijn gebed de negatieve loop van de geschiedenis. Op het moment dat God zich laat verzoenen, verzoent God Mozes met zichzelf. Als er staat: “Toen zag de Heer af van het onheil waarmee Hij zijn volk had bedreigd”. Staat er tussen de regels dat Mozes in zijn gebed zichzelf heeft overwonnen en dat God hem dat duidelijk heeft gemaakt.

In zijn parabel laat Jezus op een nieuwe manier Gods barmhartigheid zien. God is bekommerd om al wie verloren loopt, in het bijzonder de kleinen, de mensen die het zonder hulp van anderen niet redden. Maar ook is God bekommerd om hen die door eigen fouten in de problemen zijn geraakt en een weg terug zoeken. Daar mogen we onszelf ook in herkennen. In ons gebed kunnen wij steeds terugkeren naar God, in het gebed mogen we met Gods genade onszelf overwinnen en ons hart openen voor alle verloren schapen. Amen.

Voorbede

Wij bidden in geloof en vertrouwen.

Wij bidden voor de Kerk dat zij in deze tijd de mensen opnieuw weet te bereiken, dat de verkondiging van de Blijde Boodschap met nieuw vuur, mag reiken tot aan de uiteinden der aarde. (Laat ons [zingend] bidden.)

Wij bidden voor de wereld en in deze dagen vooral voor de brandhaarden zoals Oekraïne; dat de wereldleiders zich niet laten verleiden tot machtsvertoon en geweld, maar door de vindingrijkheid van de Heilige Geest nieuwe oplossingen zoeken en vinden. (Laat ons [zingend] bidden.)

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen. Dat we steeds oog hebben voor elkaar, vooral voor hen die verloren lopen of verloren dreigen te lopen. Vragen we om kracht tot onderlinge solidariteit en betrokkenheid. (Laat ons [zingend] bidden.)

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor ouders, kinderen en kleinkinderen. Wij bidden om meer geloof en een groter verlangen Christus te kennen en na te volgen, dat de liefde van Christus mag wonen in onze harten. (Laat ons [zingend] bidden.)

Back To Top