skip to Main Content

Op deze derde zondag van Pasen horen we opnieuw over een ontmoeting met de levende Heer.

Eucharistieviering 30 april en 1 mei 2022, in de parochies van de federatie RRM – H. Laurentius, in de kerk van de H. Liduina (Hillegersberg) en de HH. Laurentius en Elisabeth (kathedraal) om 19.00 en 11.00 (gezinsmis), door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: C2022TMP03C

Lezingen

E.L: Handelingen 5, 27b-32 40b-41
Psalm: Ps. 30 (29) 2 en 4, 5 en 6, 11. 12a en 13b
T.L: Apokalyps 5, 11-14
Vers: Lucas 24, 26
EV: Johannes 21, 1-19

Homilie

De Goede Week is alweer ruim twee weken voorbij. Op dinsdag in de Goede Week lazen we een tekst van de profeet Jesaja: Ik citeer een stukje: De Heer sprak tot mij: ‘Gij zijt mijn dienstknecht, Israël, door u toon Ik mijn heerlijkheid’. Toen zei ik: ‘Vergeefs heb ik mij moe gemaakt, mijn kracht heb ik voor niets en vruchteloos gebruikt’.

Kent u dat gevoel? Vergeefs heb ik mij moe gemaakt. Mijn kracht heb ik voor niets en vruchteloos gebruikt. De profeet Jesaja kende dat gevoel en ook de profeet Elia. Na de overwinning op de Baälprofeten moet Elia vluchten. Na een tocht van een dag in de woestijn komt hij bij een bremstruik. Hij gaat eronder zitten. Hij verlangt te sterven en zegt:’Het wordt mij te veel, HEER; laat mij sterven want ik ben niet beter dan mijn vaderen’.” (1 koningen 19, 4).

Vruchteloos zwoegen. Dat gevoel hebben de leerlingen na een lange nacht vissen. Het zal vast niet de eerste keer in hun leven zijn dat de vangst tegenvalt, het zijn beroepsvissers, maar helemaal niets is erg weinig. Dit gebeuren kan lijken op het werken in de kerk.

Hoeveel Rotterdammers zijn de afgelopen 50 jaar gedoopt en hebben hun Eerste Communie gedaan en zijn gevormd? Hoeveel komen er nog in de Kerk of doen nog iets met hun geloof. Hoeveel is er geprobeerd in de afgelopen halve eeuw door onze voorgangers. Ik heb in mijn jonge jaren pastoor Grimbergen nog meegemaakt, hij werd de eerste plebaan van de kathedraal, maar ook plebaan Marrevee en Holland en later plebaan de Lange en plebaan Bergs. Wanneer we deze jaren vergelijken met de eerste vijftig jaren van de afgelopen 100 jaar dan is het een verschil van dag en nacht.

Er is van alles geprobeerd, van Jesus Christ Superstar tot orgelconcerten, groepsgesprekken, de vuurdoop, noem maar op. Kijk ik naar de pastoraal in ons bisdom en ons land, dan kunnen velen zeggen: ‘Vergeefs heb ik mij moe gemaakt, mijn kracht heb ik voor niets en vruchteloos gebruikt’. Hetzelfde gevoel van Petrus en de apostelen die een nacht lang gezwoegd hebben, gewacht, netten uitgeworpen en binnengehaald, met steeds lege netten.

En dan staat daar een man aan het strand die roept: “Jongens, hebben jullie geen vis?” “Neen,” antwoorden ze. Dan zegt Hij hun: “Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zullen jullie iets vangen.”

Wat er dan gebeurt is eigenlijk opmerkelijk. Het is al ochtend geworden, de tijd voor de visvangst is feitelijk al voorbij. Bovendien beseffen ze nog niet dat het Jezus is. Petrus had dus heel goed kunnen roepen: “Laat maar, het zit er vandaag niet in, we stoppen ermee”. Maar nee. De opmerking van die onbekende man aan het strand: “Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zullen jullie iets vangen”, vindt gehoor. Ze doen het. De rest is bekend, volle netten, teveel voor het bootje, ze slepen het net mee naar de kust.

Wat gebeurt er met de leerlingen? Zij waren erbij op de bruiloft van Kana. Toen raakte de wijn op, en het bruiloftsfeest raakte in de problemen. Maria zei tegen de leerlingen: “Doe maar wat Hij je zeggen zal”. Even later waren er zes grote kruiken met de beste wijn. De leerlingen hebben ook de wonderbare spijziging meegemaakt. Jezus vroeg toen aan Filippus: “Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten? ”Andreas zei daarop: “Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen, maar wat betekent dat voor zo’n aantal?”. Als Jezus dan het dankgebed uitspreekt, vullen ze na de maaltijd van die vijf gerstebroden twaalf manden met brokken.

Die herinneringen hebben de leerlingen, een overdaad van brood en wijn. Wanneer ze nu deze overdaad aan vis zien, zegt Johannes: “Het is de Heer!” Het is dezelfde leerling die in het graf de doeken zag liggen en geloofde.

Kun je nu voorkomen dat je vruchteloos zwoegt? Kun je voorkomen dat je samen gaat vissen en niets vangt? Ik denk het niet, het hoort erbij. Maar het gaat er wel om dat we de stem van de Heer herkennen als Hij zegt: “Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zullen jullie iets vangen.” Het is de kunst om zijn stem te herkennen en het te doen.

Wat kan dat voor de leerlingen betekend hebben? Zij hebben eerst verkondigd aan de de Joden in Galilea en Judea. Maar gaandeweg ontdekken ze dat er onder de heidenen een groot verlangen leeft naar Gods Woord, een verlangen naar eeuwig leven, een verlangen naar zingeving van dit zinloze bestaan. Maar om de koers te kunnen wijzigen hebben ze een Woord van de Heer nodig.

Dit verhaal staat wel in contrast met andere verhalen van Jezus. Hij vertelt ook over het mosterdzaadje dat heel klein begint en langzaam uitgroeit tot een boom met grote takken. Steeds moeten we zoeken welk Woord van de Heer hier en nu van toepassing is. Moeten we gewoon doorgaan zoals een boer met het land, ploegen en zaaien in het vertrouwen dat er in de toekomst een oogst zal komen. Of maak je mee dat je op zijn Woord de netten uitgooit en dat ze overvol worden? In beide gevallen gaat het erom dat we luisteren, dat we bidden, dat we zijn Woord overwegen in ons hart en Hem herkennen die tot ons spreekt. Dan zal zijn Woord vrucht dragen in ons leven, in onze Kerk en in onze wereld. Of het nu klein begint en groeit, of dat er ineens een groot resultaat is, het gaat er steeds om dat we Hem verstaan en herkennen als Hij tot ons spreekt. Amen.

Voorbede

Wij bidden in geloof dat God met ons is.

Wij bidden voor alle mensen die in God geloven of Hem zoeken, dat het Woord van Christus hun harten mag raken. Vragen wij om inspiratie en kracht, dat we nooit de moed opgeven maar op Gods Woord de netten blijven uitwerpen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor mensen die geen werk hebben, die niet de kans krijgen een boterham te verdienen, dat ook zij een woord ontvangen dat hen perspectief en toekomst biedt. Bidden we voor een verbetering van de werkgelegenheid wereldwijd. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, dat we samen luisteren naar Gods Woord, dat we de Heer herkennen die tot ons spreekt en de kansen benutten die Hij ons wijst. Bidden we daarbij ook om roepingen voor onze priester- en diakenopleiding Vronesteyn. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden bijzonder voor gezinnen in dit jaar van het gezin, voor ouders, kinderen en kleinkinderen, dat we elkaar helpen in het luisteren naar God en elkaar, dat we durven kiezen voor Gods Koninkrijk boven dat van de wereld, voor geloof, hoop en liefde, boven geld, macht en aanzien. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top