skip to Main Content

Verleden, heden en toekomst, alles ligt in Gods hand. Dat klinkt door in de lezingen van vandaag.

Eucharistieviering 29 mei 2022, in de parochies van de federatie RRM – H. Laurentius, in de kerk van de H. Dominicus (Het Steiger) en de HH. Laurentius en Elisabeth (kathedraal) om 09.30 en 11.00, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: C2022TMP07C

Lezingen

EL.: Handelingen 7, 55-60
Ps.: Ps. 97 (96) 1 en 2b, 6 en 7c, 9
T.L.: Apokalyps 22, 12-14, 16-17, 20
All.: Johannes 14, 18
Ev.: Johannes 17, 20-26

Homilie

Drie lezingen. De eerste over de moord op Stefanus. De tweede over het visioen van Johannes in de Apocalyps en het Evangelie over Jezus gebed.

Beginnen we bij Stefanus. De keuze van deze lezing heeft te maken met Hemelvaartsdag. Stefanus ziet Jezus in de hemel, hij zegt: “Ik zie de hemel open en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand.” Dit gedenken we altijd op tweede kerstdag, de marteldood van Stefanus. Op die dag gaat het om zijn dood, om zijn vergevende houding tegenover zijn moordenaars, om zijn getuigenis voor Jezus en om Paulus die daar in zijn jonge jaren getuige van was en ermee instemde.

Maar vandaag lezen we over Stefanus vanwege het visioen, hij ziet Christus, aan Gods rechterhand. Wat betekent dat? Staande aan de rechterhand van God? In de geloofsbelijdenis zeggen we: Hij is opgevaren ten hemel: zit aan de rechterhand van de Vader. Het gaat er niet om dat we de hemel voorstellen als een paleis of een rechtbank, een koningstroon met Jezus naast God de Vader. Zo mogen we het wel tekenen, omdat wij mensen nu eenmaal graag onze gedachten vorm geven. Maar het gaat om iets anders.

We kennen het verhaal van Jozef die verkocht werd door zijn broers en uiteindelijk na veel ontberingen de tweede man werd na Farao. De tweede man. Farao liet alles aan hem over. Zijn rechterhand. Dat beeld klinkt door in zo’n visioen van Stefanus. Jezus zelf zegt het zo: “Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand weet wie de Zoon is tenzij de Vader; en wie de Vader is tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon het wil openbaren” (Lucas 10, 22). En bij zijn afscheid: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde” (Matteüs 28, 18). Dat is wat het Evangelie bedoelt en wat ook Stefanus bedoelt. Dat wat hij in zijn visioen ziet is hier de uitdrukking van.

De eerste lezing gaat dus over de voltooiing; door Jezus kunnen wij nu naderen tot de Vader. Jezus is voor ons gestorven, Hij is voor ons uitgegaan om een plaats voor ons te bereiden, Hij is onze hogepriester en voorspreker.

Kijken we nu naar de tweede lezing; die heeft een ander thema, die gaat over wat erna komt. Na de hemelvaart en Jezus aan Gods rechterhand volgt dat wat we in de geloofsbelijdenis uitspreken: “Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden en aan zijn rijk komt geen einde”. In het visioen van Johannes klinkt die belofte vandaag duidelijk: “Ik, Johannes hoorde een stem, die tot mij sprak: “Zie, Ik kom spoedig”.” En aan het einde van het boek van de Apocalyps zegt hij het nog een keer: “Hij die dit alles waarborgt, spreekt: “Ja, Ik kom spoedig.” Amen. Kom, Heer Jezus! De genade van de Heer Jezus zij met allen”.

Maar, zo kunt u denken. Dat was toch tweeduizend jaar geleden. Bij het woord ‘spoedig’ hebben we toch een ander idee. Spoedig, dan denken we morgen, overmorgen, wanneer we dat wat uitrekken, volgend jaar, maar tweeduizend jaar, is dat nog spoedig? Met die vraag hebben de eerste Christenen ook geworsteld. Wanneer komt Hij terug? Toen Johannes zijn boek, de Apocalyps schreef, was er al een halve eeuw voorbijgegaan vanaf Jezus verrijzenis. De kans is daarom groot dat hij dit schreef voor zijn parochie, voor zijn gemeente, zijn achterban die in verdrukking leefde, die snakte naar religieuze vrijheid, een kerk die uitzag naar Gods hulp in benarde tijden. Aan hen is dan dit woord gericht: “Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon breng Ik mee om ieder te vergelden naar zijn werk”.

De wederkomst van Christus gedenken we elk jaar in de Adventtijd, op weg naar Kerstmis, met de verwachting van Jezus komst. Dan spreken ook we over een drievoudige komst. Zijn komst toen, in het jaar nul, bij zijn geboorte. Toen kwam Hij in de wereld. Zijn komst hier en nu, vandaag, in de liturgie, in de Sacramenten, in de Eucharistie; hier komt Hij opnieuw in ons midden. En eens aan het einde van de tijd zal Hij wederkomen. Dat is wat we in de geloofsbelijdenis zeggen: “Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden en aan zijn rijk komt geen einde”. Aan het rijk dat mensen bouwen komt altijd een einde, maar aan zijn Rijk komt geen einde. Wereldrijken storten eens in elkaar, ook dat van het Rijke Westen, ook dat van Rustland en China, maar zijn Rijk, Gods koningschap, Gods heerschappij, het Rijk Gods zal altijd dichtbij zijn, onder welke menselijke heerschappij we ook vallen en onder welk wereldrijk of welke tijd ook. Het Rijk der hemelen is nabij en aan zijn Rijk komt geen einde.

Waar gaat dan het Evangelie over, als de eerste lezing gaat over de voltooiing van Jezus Hemelvaart en de tweede lezing over zijn wederkomst? Het Evangelie gaat over de tussentijd, onze tijd, over de Kerk, over zijn leerlingen, over dat wat voor Jezus heel belangrijk is: de eenheid. “Heilige Vader, niet alleen voor hen bid Ik maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U”.

Jezus bidt tot de Vader. Jezus is onze voorspreker. Hier horen we waar Hij om bidt. Om eenheid. Dat is niet de eenheid die nu plotseling in de NAVO optreedt, tegen een gezamenlijke vijand. Het gaat om eenheid in Christus. De Katholieke Kerk heeft veel zwaktes en tekorten, maar dit is haar kracht, in verbondenheid met de paus. Haar eenheid. Laten we ons hier en nu inspannen om de eenheid waar Jezus voor bidt ook zelf waar te maken. Dan is daar een grote zegen aan verbonden, dan is Hijzelf in ons midden. Amen.

Voorbede

Christus heeft ons de Heilige Geest beloofd, daarom kunnen wij vol vertrouwen bidden.

Wij bidden voor de Kerk in alle continenten, bij alle volken en talen, wij vragen om de Heilige Geest, die één maakt wat is verdeeld, die heelt wat is gewond en die ons allen sterker maakt in geloof, hoop en liefde. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor de wereld, wij bidden om verdraagzaamheid en tolerantie, wederzijds begrip voor ideeën en idealen, dat fanatisme wordt vermeden, dat blasfemie-wetten worden afgeschaft en de verschillende religies elkaar in vriendschap ontmoeten. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor communicanten en vormelingen, dat de Heilige geest hen nabij blijft, zodat zij uitgroeien tot echte leerlingen van Christus. Wij bidden om eenheid in onze parochies, dat de band van liefde sterker is dan alle meningsverschillen en botsingen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor ouders, kinderen en kleinkinderen, bijzonder in dit jaar van het gezin. Wij vragen om een diepe verbondenheid in Christus, dat Christus het fundament is van de eenheid van de ouders, en tevens het fundament voor de opvoeding van de kinderen. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top