Als God je roept, hoe reageer je dan? Vandaag zien we voorbeelden in drie lezingen. Je kunt je klein en zondig voelen; toch roept God ieder van ons en zendt ons de wereld in.
Eucharistieviering in de parochiefederatie H. Laurentius (RRM), in de kerken van de H. Albertus Magnus (Blijdorp), de H. Liduina (Hillegersberg) en de gemeenschap van Overschie, weekeinde van 8 en 9 februari 2025, om 12.00 uur, 09.30 en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Preek: C2025DHJ05C
Lezingen
E.L: Jesaja 6,1-2a.3-8
Psalm: Ps. 138 (137), 1-2a, 2bc-3, 4-5, 7c-8
T.L: 1 Kor. 15, 1-11 of 15, 3-8. 11
All. Vers. Johannes 8, 72
EV: Lucas 5, 1-11
Homilie
“Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt”. Dat spreken we straks uit vooraf aan het ontvangen van de heilige Communie: “Heer, ik ben niet waardig”. Die houding herkennen we in de lezingen van vandaag. Jesaja heeft een visioen en roept uit: “Wee mij, ik ben verloren! Want ik ben een mens met onreine lippen en ik woon te midden van een volk met onreine lippen, en toch hebben mijn ogen de Koning, de Heer der hemelse machten, gezien!”
De apostelen hebben ook zo’n ervaring. We horen het bij monde van Petrus: “Bij het zien daarvan viel Simon Petrus Jezus te voet en zei: “Heer, ga van mij weg want ik ben een zondig mens.” Ontzetting had zich meester gemaakt van hem en van allen die bij hem waren, …”. “Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt”. Voelt een mens van het derde millennium dit ook nog zo? Herkennen wij dat gevoel, dat we tegenover God maar kleine mensen zijn, die tekort schieten?
Honderd jaar geleden kenden we in de Kerk nog boetepredikers, paters kwamen met een missie naar de parochies, zij gaven parochieretraites en konden dan heel stevige preken houden waarin de parochianen duidelijk te horen kregen wat er allemaal fout was, met hun tekorten, hun zonden. Ze moesten zich bekeren. De stijl die we kennen van Johannes de Doper: “Adderengebroed, wie heeft u voorgespiegeld dat ge de dreigende toorn kunt ontvluchten? Brengt dus vruchten voort die passen bij bekering en zegt niet bij uzelf: Wij hebben Abraham tot vader! … Reeds ligt de bijl aan de wortel van de bomen. Elke boom dus die geen goede vrucht draagt, wordt omgekapt en in het vuur geworpen (Lucas 3, 7-9).
Boetepredikers spraken over het vuur van de hel, en een eindeloos lange tijd in het vagevuur, als je geluk had. Na de Tweede Wereldoorlog, met de wederopbouw van Nederland, toen de nieuwe tijd die aanbrak, verdwenen de boetepredikers, mensen wilden het niet meer horen. De biecht verdween uit de kerkelijke gewoontes. “Mensen zeiden, wat doe ik nu fout?” In de nieuwe preken klonk vooral de goedheid en vergevingsgezindheid van Jezus. Vanaf dan komen we in de kerk voor bemoediging en troost, voor opwekkende en geruststellende woorden: “God is goed en God houdt van jou”. Maar toch, vandaag zien we leerlingen die zeggen: “Heer, ga van mij weg want ik ben een zondig mens.”
Het juiste evenwicht is nodig. De wereld slingert van links naar rechts, van het ene extreme standpunt naar het andere. Het is de kwaliteit van de Kerk dat ze koers houdt en het evenwicht bewaart. Koers houden betekent: “Jezus volgen”. Evenwicht betekent: “Wel bewegen, maar niet doorschieten naar links of naar rechts”.
In minder dan vier weken is het Aswoensdag. Dan begint de Veertigdagentijd. Dat hoort bij het evenwicht van de Kerk. Er zijn tijden van inkeer en tijden van feest, tijden van soberheid en tijden van uitbundigheid. Zo is het ook in de Mis. Er zijn preken van boete en preken van bemoediging, preken van troost en preken die oproepen tot verandering, preken om je scherp te houden en preken om je te bevestigen. Wanneer je alleen bevestiging hoort, mis je op de duur de scherpte. Als je alleen bemoediging hoort, mis je op de duur de bekering.
In de tweede lezing wil Paulus de gelovigen van zijn tijd zowel bemoedigen als scherp houden. Blijkbaar is er twijfel in de harten gekomen. Twijfel over de Mis, twijfel of het Brood het wel echt het Lichaam van Christus is. Twijfel over de Eucharistie.
Twijfel is er dus in alle eeuwen en alle tijden. Paulus heeft Jezus zelf niet gekend. Maar Jezus is hem verschenen en heeft het leven van Paulus op zijn kop gezet. Van een christen-vervolger werd hij een Christus-verkondiger. Maar ook hij kent dat gevoel het apostelschap niet waard te zijn omdat hij christenen heeft vervolgd. Hij schrijft: “En het laatst van allen is Hij ook verschenen aan mij, de misgeboorte. Ja ik ben de minste van de apostelen, niet waard apostel te heten, want ik heb Gods kerk vervolgd”.
Toch kan Paulus dat schrijven, zonder gedeprimeerd te worden, zonder in de put te raken. Blijkbaar kan hij kritisch en nuchter naar zichzelf kijken, zonder dat het hem ter neerdrukt.
Dat is de christelijke, de katholieke houding die zo belangrijk is. Werkelijk overtuigd zijn van Gods goedheid, van Gods vergeving en Gods liefde, dat je kritisch naar jezelf kan kijken. Wanneer je dan beseft hoeveel geduld God met jou heeft, ben je in staat meer geduld met anderen te hebben. Als je dan beseft dat God jou vergeeft, ben je in staat anderen te vergeven.
Het katholieke evenwicht, daar gaat het om. Op Aswoensdag 5 maart begint de Veertigdagentijd. Een tijd van inkeer en soberheid, om bewuster te zien waar wijzelf en ons leven bekering nodig hebben. Om dan, na Goede Vrijdag op te gaan naar Pasen en te beseffen hoe groot God is die ons nieuw leven schenkt.
Vandaag en in elke Eucharistie hebben we aan het begin van de Mis zo’n moment in de schuldbelijdenis en vragen we om Gods ontferming bij het Heer, ontferm U. Daarna, vlak voor de Communie, zeggen we: “Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt”. Om vervolgens meteen te zeggen: “Maar spreek, en ik zal gezond worden”.
Tegen de leerlingen zei Jezus: “Wees niet bevreesd, voortaan zult ge mensen vangen.” Zo stuurt Hij ook ons aan het eind van de Mis de wereld in: Wees niet bevreesd, ga en verkondig de Blijde Boodschap. Amen.
Voorbede
Als pelgrims van hoop bidden wij tot God onze hemelse Vader.
Wij bidden voor de Kerk in dit jubeljaar. Dat alle gelovigen Gods roepstem verstaan, dat zij niet bevreesd zijn om Christus te volgen en door Hem uitgezonden te worden om overeenkomstig de Blijde Boodschap te leven en deze in de wereld uit te dragen. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor de wereld. Wij bidden om vrede; dat machthebbers die uit zijn op meer land en meer macht, werkelijk tot bezinning en bekering komen. Wij bidden dat dit jaar van genade vooral kleine mensen en verdrukte volken ten goede mag komen. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, wij bidden om een groter vertrouwen, om een sterkere hoop en een dieper geloof, dat we deze gunstige tijd mogen benutten om te groeien in liefde, in dienstbaarheid en saamhorigheid. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor gezinnen, voor echtparen en alleenstaanden, voor ouders en grootouders, kinderen en kleinkinderen; dat wij elkaar geen fouten uit het verleden nadragen en dat we elkaar steunen om samen te komen in de Eucharistie, het mysterie van ons geloof. (Laat ons [zingend] bidden):
Intenties