In Gods ogen zijn kleinen groot, en is wie zichzelf groot acht juist klein. Jezus opent ons een perspectief op het eeuwig leven waar Gods beloning onze verwachting zal overtreffen.
Eucharistieviering in de parochiefederatie H. Laurentius (RRM), in de kerken van de H. Lambertus (Kralingen), weekeinde van 15 en 16 februari 2025, om 19.00 uur, 10.00 en 12.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Preek: C2025DHJ06C
Lezingen
E.L: Jeremia 17, 5-8
Psalm: Ps. 1, 1-2, 3, 4 en 6
T.L: 1 Korinte 15, 12. 16-20
All. Vers. Matteüs 11, 25
EV: Lucas 6, 17. 20-26
Homilie
Hebt u wel eens het gevoel dat het slechte mensen goed gaat en goede mensen slecht gaat? Dat zondaars het geluk aan hun kant hebben en fatsoenlijke mensen de tegenslag krijgen? Dat gevoel komt in de Bijbel heel duidelijk naar voren. Daar gaat mijn preek vandaag over.
De eerste lezing van vandaag begon zo: “Vervloekt is degene die op mensen vertrouwt, die bouwt op een schepsel en zich afkeert van de Heer. Hij is een kale struik in de steppe, nooit ziet hij regen …” De profeet Jeremia houdt de bevolking een spiegel voor: Je bent dom als je God loslaat en denkt dat de wereld je gelukkig zal maken. Je bent dom als je denkt dat je Gods regels aan je laars kunt lappen omdat je denkt dat je zelf zo slim bent.
Maar zien wij dat ook gebeuren? In de Psalmen lezen we klachten van rechtvaardigen, zoals deze tekst uit Psalm 10: “4. De goddeloze zegt hoogmoedig: “Niemand zal het wreken, er is geen God” en denkt niet verder na. 5. Al wat hij doet verloopt voorspoedig, Gods oordeel komt niet bij hem op, hij spot met tegenstand. 6. Hij denkt: “Met mij kan niets gebeuren, mijn leven lang tref mij geen ongeluk’.”
Herkent u dit? De rijken worden rijker, de armen armer. Mensen die niet naar de kerk gaan, die slim de belasting ontduiken, die lak hebben aan fatsoen en rijk worden met drugshandel; zij liggen te zonnen op een tropisch strand, en wij …
Psalm 73 geeft net zo’n gedachte: “1 Hoe goed is de Heer voor rechtschapen mensen, die zuiver van hart door leven gaan. 2 Toch waren mijn voeten bijna gestruikeld, mijn schreden haast afgedwaald; 3 Omdat ik jaloers was op goddelozen, omdat ik de voorspoed van zondaars zag. 4 Zij hebben geen last van ziekte en kwalen, gezond is hun lichaam en welgedaan. 5 Zij hebben geen zorgen als andere mensen, in menselijk lijden delen zij niet”.
Deze schrijver ziet de onrechtvaardigheid in de wereld en snapt niet dat God dit zo laat gebeuren. Dat horen we in vers 16: “Maar hoe ik ook nadacht en wilde begrijpen, het bleef mij een kwellende vraag”. Maar hij vindt een antwoord in vers 17: “Totdat ik begrip kreeg voor Gods mysteries en zag hoe het eind van hun leven was. 18 Want God laat de boosdoeners gaan langs een glibberig pad en plotseling glijden zij uit. 19 Dan storten zij neer in een ogenblik, verdwijnen in panische schrik.
De Psalmschrijver denkt dan nog wat verder na over zichzelf in vers 21: “Waarom is mijn geest dan verbitterd geweest, waarom kromp mijn hart ineen?” … 23 Ik zal toch altijd dicht bij U zijn, Gij houdt mijn hand stevig vast. 24 Gij leidt mij volgens uw raadsbesluit, Gij zult mij in ere herstellen”.
De profeten en de Psalmen hoorden bij het gelovige leven in de tijd van Jezus. Deze teksten waren hen vertrouwd. Jezus spreekt ook in die lijn, maar heeft wel een heel eigen kijk. Jezus kent de Psalmen. Hij kent het kwaad dat in de wereld en in de mensen aanwezig is. Maar bovenal kent Hij zijn hemelse Vader. Jezus geeft geen theoretische uiteenzetting over het kwaad, wat het kwaad is, waarom het kwaad er is. Jezus wijst de weg om ermee om te gaan.
Zijn weg ligt in het verlengde van de Psalmen en is toch anders. In de Psalmen wordt God gevraagd om wraak te nemen, zoals we lezen in Psalm 94 [93]: 1 Heer, God van vergelding, wrekende God, treed op! 2 Verhef U, Rechter der aarde, geef de verwaanden hun loon. 3 Hoe ver, Heer, laat Gij hen gaan, hoe lang gaan ze door met hun snoeven? …”
De Psalmist verlangt en verwacht dat God hier in dit leven de boosdoener straft en de rechtvaardige beloont. Maar in de praktijk ziet hij dat toch niet altijd, vaak zelfs niet. Hoe ga je dus om met de ongerechtigheid in de wereld, als je zelf probeert de weg van rechtvaardigheid en geloof te gaan.
In het Evangelie prijst Jezus hen gelukkig die de kleine weg durven gaan, die niet jaloers zijn op criminelen of bedriegers, die niet jaloers zijn op hen die het ogenschijnlijk voor de wind gaat, zonder afgunst naar het die rijker, welvarender en gezonder zijn.
Jezus wijst de weg die leidt naar Gods koninkrijk: “Zalig gij die arm zijt … Zalig die nu honger lijdt … Zalig die nu weent … Zalig zijt gij wanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten, wanneer zij u uitstoten en u beschimpen en uw naam uit de samenleving bannen als iets verfoeilijks”.
Maar waarom zou je daarmee gelukkig zijn? Hoe kan je gelukkig zijn als je arm bent, als je honger lijdt, als je huilt, als mensen je haten, uitstoten, beschimpen en je naam door het slijk halen? Het antwoord van Jezus is alleen te verstaan door hen die geloven dat Gods rechtvaardigheid pas ten volle tot zijn recht komt in de hemel. Het antwoord van Jezus is: Want aan u behoort het Rijk Gods. Want gij zult verzadigd worden. Want gij zult lachen. Ja, als die ellendige dag komt, springt dan op van blijdschap, want groot is uw loon in de hemel.
Uw loon in de hemel. Niet zomaar loon, een groot loon. Dat is het perspectief dat Jezus ons biedt. Ons loon in de hemel. Daarover heeft Hij ook parabels: Zoals die over de ponden (Lucas 19, 11-27). Een man van hoge geboorte geeft ieder een pond om mee te werken. Bij terugkomst zegt de eerste: Ik heb er tien bij verdiend. Tot hem zegt de man: “Uitstekend, goede dienaar! Omdat gij in iets kleins trouw zijt geweest, zult gij gezag hebben over tien steden.” En tot degene die er vijf bij heeft verdiend: “En gij, gij zult macht hebben over vijf steden.”
Hier op aarde leren wij de weg, om later met God mee te kunnen werken. Dat zal ons loon zijn. Dat moeten we hier leren, zijn manier, zijn weg. Amen.
Voorbede
We stellen onze hoop op Christus en bidden vol vertrouwen:
Wij bidden voor de Kerk, om zorg en aandacht voor hen die arm zijn, voor hen die honger hebben en voor hen die wenen. Dat alle gelovigen namens God hulp bieden, voeden en troosten, dat allen durven geloven dat Gods loon groot zal zijn in de hemel.(Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor de wereld, dat er voldoende vredestichters zijn, wij bidden om wijze regeringsleiders, dat de verantwoordelijken in de politiek de wijsheid van Christus in acht neemt en bouwen aan een duurzame vrede ten gunste van de kleinen en kwetsbaren. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, dat ook wij zelf durven vertrouwen op Gods gerechtigheid en liefde, dat die in de hemel volkomen zullen worden. Wij bidden dat we bereid zijn de weg van Jezus te gaan, de weg van geloof, hoop en liefde. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor gezinnen, voor echtparen en alleenstaanden, voor ouders en grootouders, kinderen en kleinkinderen; dat we ja durven zeggen op de nieuwe wereld van Jezus, waarbij de kleinen groot zijn in Gods ogen en vredestichters kinderen van God worden genoemd. (Laat ons [zingend] bidden):
Intenties