Jezus roept ons vandaag op tot barmhartigheid, door niet te oordelen en te veroordelen. Zijn wij in staat onze vijanden te beminnen? Hij wil daarin onze Leermeester zijn.
Eucharistieviering in de parochiefederatie H. Laurentius (RRM), in de kerken van de H. Liduina (Hillegersberg) en de HH. Laurentius en Elisabeth (Kathedraal), zondag 23 februari 2025, om 9.30 uur en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Preek: C2025DHJ07C
Lezingen
E.L: 1 Samuël 26, 2. 7-9. 12-13. 22-23
Psalm: Ps. 103 (102), 1-2, 3-4, 8 en 10, 12-13
T.L: 1 Korinthe 15, 45-49
All. Vers. Johannes 15, 15b
EV: Lucas 6, 27-38
Homilie
Verleden week konden we deze woorden van Jezus beluisteren: “Zalig gij die arm zijt … Zalig die nu honger lijdt … Zalig die nu weent … Zalig zijt gij wanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten, uitstoten en beschimpen …”.
Vandaag gaat Jezus hierop door met de woorden: “Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten, zegent hen die u vervloeken en bidt voor hen die u mishandelen”.
De sleutel om deze woorden te begrijpen, zit hem in deze korte zin: “Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen, moet gij ook hen behandelen”. Misschien is het goed als we daar wat op ingaan. Jezus neemt hier een gedachte over uit het boek Tobit. De oude Tobias geeft zijn zoon een wijze raad: “Wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet” (Tobit 4, 15).
Die spreuk is heel bekend geworden. Maar Jezus gaat verder dan de oude Tobit. Deze oude spreuk “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet” sluit aan bij de tien geboden. U kent ze: “Gij zult niet doden. Gij zult geen echtbreuk plegen. Gij zult niet stelen. Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen (Ex. 20, 13-16).
Met die geboden weten we wat we niet moeten doen. Probleem daarmee is dat de Farizeeën en de Schriftgeleerden dat heel goed wisten. Dit mag je niet doen en dat mag je niet doen. Als je weet wat je niet mag doen, kan je op een ligbank op een zonnig strand lekker niets doen, dan doe je ook niets fout. Maar dat is niet de visie van Jezus.
Jezus heeft het niet over wat we niet mogen doen, Hij heeft het over wat we wel moeten doen. Hij gaat zelfs zover dat hij deze leefregel een samenvatting noemt van wat de Wet van Mozes voorschrijft en wat de profeten verkondigen. Hij zegt het dan zo: “Alles, wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dat ook voor hen. Dat is Wet en Profeten” (Matteüs 7, 12).
Wat hier dicht bij aansluit is de oude Joodse tekst uit het boek Leviticus: “Neem geen wraak op een volksgenoot en koester geen wrok tegen hem. Bemin uw naaste als uzelf. Ik ben DE HEER”.
Dat woord neemt Jezus over: “Bemin uw naaste als uzelf”. Maar vandaag maakt Hij op een radicale manier duidelijk wie Hij allemaal als zijn naaste ziet, en hoe Hij wil dat wij hen behandelen. Was in het Oude Verbond een volksgenoot een naaste. Voor Jezus is iedereen een naaste. Daarom vertelt Hij de parabel van de barmhartige Samaritaan en vandaag leert Hij ons hoever die liefde dan moet gaan: “Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten, zegent hen die u vervloeken en bidt voor hen die u mishandelen”.
Wat is dat voor beminnen, wat is dat voor soort liefde: “Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten, zegent hen die u vervloeken en bidt voor hen die u mishandelen”.
Het is de genezing van de wereld, een andere weg tot genezing is er niet. Het kwaad moet worden overtroffen door goedheid. Kwaad kun je niet met kwaad overwinnen.
Kan je dan deze wijsheid van Jezus toepassen op deze tijd? Op de oorlogen van de afgelopen 100 jaar, inclusief die van deze eeuw? Op het kwaad dat overal ter wereld onuitroeibaar lijkt.
U weet waarschijnlijk wel dat ik in mijn jeugd marinier ben geweest. Ik sluit mijn ogen dus niet voor de noodzaak van militair ingrijpen. Toen soldaten aan Johannes de Doper vroegen: “Wat moeten wij doen”. Zei hij niet: Leg de wapens neer, wordt radicaal pacifist. Hij zei: “Niemand uitplunderen, niemand iets afpersen, maar tevreden zijn met uw soldij” (Lucas 3, 14).
Waar de wereld nu aan ten ondergaat is de verslaving aan winst en de roep om vergelding. In Nederland moet ontwikkelingshulp winst opleveren. Als Amerika onder Trump onderhandelt over Oekraïne, dan zoekt hij winst. Als Israël reageert op Hamas dan is het in de eerste plaats vergelding. Het kwaad wordt met een groter kwaad afgestraft. Zo neemt het kwaad in de wereld toe.
Als wij zeggen dat Jezus de Weg is; ja als wij zeggen dat Jezus de ‘enige Weg is’ die leidt naar Gods koninkrijk, dan gaat het hierover: “Bemint uw vijanden” Dus, denk na over wat uiteindelijk goed voor hen is. “Doet wel aan die u haten” Het goede doen dus, geen kwaad met kwaad vergelden. “Zegent hen die u vervloeken”. Dus geen kwaadsprekerij, ook niet in de media, maar zegeningen. “En bidt voor hen die u mishandelen”. Ja zelfs in ons gebed krijgen de vijanden een plaats; niet om Gods wraak te verkrijgen, niet om vuur uit de hemel af te roepen, maar gebed opdat God hun harten raakt en hen bekeert. Zo is Paulus van een vervolger een verkondiger geworden. Zo hebben de eerste christenen de vervolgingen doorstaan en hebben ze alle repressie overwonnen.
Zoeken wij een weg naar vrede, dan moeten we in de leer gaan bij David die zijn vervolger spaarde. Dan leert de apostel Paulus dat we moeten zijn als de hemelse mens, als Christus. Dan nemen we het woord van Jezus ter harte en gaan we nadenken hoe we kwaad met goed kunnen overtreffen. Daar wordt onze omgeving beter van, daar wordt de wereld beter van, ja daar worden we zelf beter van. Niet dat we dat meteen zullen merken, en het zal je heel wat kosten, maar dan zullen we werkelijk kinderen van God zijn. Amen.
Voorbede
Wij bidden voor alle christenen, dat we in dit jubeljaar meer leerling van Jezus durven worden, dat we Hem navolgen in zijn liefde voor alle mensen. Wij bidden voor Paus Franciscus om herstel van zijn gezondheid. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor de wereld, om een einde aan bloedvergieten, wij bidden dat christenen wereldwijd voortrekkers mogen zijn in de dialoog tot vrede. Wij bidden bijzonder voor de vervolgde christenen, dat zij volharden op de weg van Christus. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, dat dit jubeljaar ons helpt onze gemeenschap mee op te bouwen, dat we het vrijwilligerswerk in de Kerk gaan zien als een concrete bijdrage aan Gods Koninkrijk op aarde. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor gezinnen, voor echtparen en alleenstaanden, voor ouders en grootouders, kinderen en kleinkinderen; om vrede in de gezinnen, om vergevingsgezindheid en de voortdurende bereidheid opnieuw tot elkaar te komen. (Laat ons [zingend] bidden):
Intenties