Skip to content

God laat zich in zijn goedheid nooit overtreffen. Wat Hij voor ons bestemd heeft in de eeuwigheid overtreft alles wat wij ons kunnen voorstellen. De Eucharistie is daarvan al het onderpand.

Eucharistieviering in de parochie van de federatie H. Laurentius (RRM), in de kerk van: de H. Albertus Magnus (Blijdorp) en de HH. Laurentius en Elisabeth (kathedraal), weekeinde van 30 en 31 augustus 2025, zaterdag 12.00 en zondag 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: C2025DHJ22C

Lezingen

E.L: Ecclesiasticus (Jezus Sirach) 3, 17-18. 20. 28-29
Psalm: Ps. 68 (67) 4-5ac, 6- 7ab, 10-11
T.L: Hebreeën 12, 18-19. 22-24a
All. Vers. Johannes 1, 14 en 12b
EV: Lucas 14, 1. 7-14

Homilie

U kent ongetwijfeld een aantal bekende uitspraken van Jezus. Ik wil er een paar noemen, niet om uw geheugen te testen, maar omdat ze te maken hebben met het Evangelie van vandaag.

Een uitspraak van Jezus die mij na aan het hart ligt is deze: “Zoek eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid en al het overige zal u gegeven worden” (Matteüs 6, 33). Dan wil ik deze noemen: “Het Rijk der hemelen gelijkt op een schat, verborgen in een akker. Toen iemand hem vond, verborg hij hem weer, en in zijn blijdschap ging hij alles te gelde maken wat hij bezat en kocht die akker” (Matteüs 13, 44). Maar ik denk ook aan een paar andere. Tegen de rijke jongeman zegt Hij: “Wil je volmaakt zijn, ga dan naar huis, verkoop wat je bezit en geef het aan de armen; daarmee zul je een schat in de hemel bezitten. En kom dan terug om Mij te volgen” (Matteüs 19, 21). In een parabel over een man met een grote oogst, die nieuwe schuren liet bouwen om van zijn rijkdom te genieten, sprak Jezus: “Dwaas! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen; en al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan? Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God” (Lukas 12, 20-21). Tot zijn leerlingen zegt Jezus: “Verkoopt uw bezittingen en geeft aalmoezen; verschaft u beurzen die niet verslijten, en verwerft een onuitputtelijke schat in de hemel, waar geen dief bij komt en geen mot hem bederft. Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn” (Lukas 12, 33-34).

U hebt het ongetwijfeld al gehoord. Jezus gebruikt op meerdere plekken het woord “schat”. Men name “een schat in de hemel”, dat zei Hij tegen de rijke jongeman en tegen zijn leerlingen, “een onuitputtelijke schat in de hemel”. “Rijk zijn bij God”, daarover heeft Hij het in die parabel.

Maar, dit beeld van een schat, rijk zijn bij God, is dat nu wat Jezus ons voorhoudt? Is dat dan niet een soort religieuze hebzucht? In plaats van de aardse hebzucht die schatten op aarde verzamelt, een religieuze hebzucht om een schat in de hemel te vergaren? Dat verwijt heeft vroeger wel geklonken: “Die christenen helpen anderen alleen maar om zelf in de hemel te komen. Dat is geen naastenliefde, dat is gewoon verkapt egoïsme.” We weten dat het niet zo is, juist in het leven van de heiligen zien we dat. We weten ook dat het bij Jezus niet om een religieuze hebzucht gaat. Maar om wat dan wel?

Bij deze voorbeelden doet Jezus een beroep op ons verstand. Hij wil zeggen: Denk na, ga anders denken. Wanneer je met je hoofd voortduren bij je aardse schatten bent, dan loop je het risico niet rijk te zijn bij God. Is dat dan erg? Ja, dat is erg, want de rijkdom bij God is iets totaal anders dan de rijkdom op aarde. Het verlangen naar een hemelse schat heeft niets te maken met religieuze hebzucht, het is Jezus’ beeldspraak voor eeuwig leven bij God – de volmaakte liefde – Gods troost ontvangen voor het leed dat je op aarde hebt geleden – binnengaan in de vreugde van de Heer – aan zijn rechterhand staan omdat je goed bent geweest voor anderen, hen hebt geholpen, gekleed, gevoed en nabij bent gebleven.

Jezus gebruikt het idee van beloning, van talenten en ponden, van een schat in de hemel, rijk zijn bij God, om ons bewust te maken dat als we onze talenten alleen voor onszelf inzetten en alleen schatten op aarde verzamelen, we uiteindelijk arm zullen zijn bij God. Het ergste beeld dat Jezus daarvoor gebruikt is dit: Als je aan de deur klopt, zal hij zeggen: “Ik ken u niet; ga weg”.

De Heer zal zeggen: “Ik ken u niet!” Hoe kan dat? God kent toch iedereen? In de voorbeelden die Jezus gebruikt, klinkt dat anders. Hij zegt: “Wat je voor de minsten van de mijnen hebt gedaan, dat heb je voor Mij gedaan”. Als ik anderen heb geholpen, dan kennen zij mij als een helper als een naaste. Dus dan kent Jezus mij als een helper, als een naaste. Heb ik een naakte gekleed of aan onderdak geholpen, dan heb ik Jezus gekleed of aan onderdak geholpen; dus dan kent Jezus mij als iemand die geholpen heeft, die Hem geholpen heeft. Dan kent Hij mij. Doe ik dat niet, dan zegt Hij aan het einde: Ik ken u niet (Matteüs 7, 23).

Jezus wil zeggen: Gebruik je verstand. Ga anders denken, omdenken, overdenken. Keer je gedachten om, keer je om, bekeer je, wees wijs, niet naar de normen en ideeën van deze wereld, maar naar Gods wijsheid, naar Gods bedoeling. Staar je niet blind op aardse rijkdom, aards bezit, aardse zekerheid, dan raak je werkelijk verblind en loop je als een blinde achter de wereld aan. Dan val je in de kuil die de wereld zelf graaft en raak je op den duur alles kwijt, heb je niets voor later, voor de eeuwigheid bij God, in de hemel.

Jezus had maar één doel. De wil van de Vader kennen en volbrengen. Steeds opnieuw keerde Hij terug naar de stilte, in het gebed, maakte zich even los van de rest, ging een berg op, trok zich terug, om steeds opnieuw de wil van de Vader te kennen en dan weer op weg te gaan om Gods wil te volbrengen.

Christenen die Jezus volgen, zijn verstandige mensen. Dat is niet verstandig naar de maat van de wereld. Dat is niet wijs volgens de wijsheid van de wereld. Maar wie Hem volgt, laat zich door hem vrijmaken, leert van Hem anders te denken, gaat met hem anders kijken, gaat zijn naaste zien, gaat liefhebben, gaat helpen en laat alle hebzucht los. Die leert de liefde van God kennen en verwerft een schat aan hemelse liefde voor de eeuwigheid. Amen.

Voorbede

Wij bidden tot God die goed en barmhartig is.

Wij bidden voor de Kerk, om een diaconale houding, om solidariteit, oprechtheid, mildheid, inzet en vrijgevigheid, in het besef dat God ons met zijn goedheid en barmhartigheid steeds weer zal overtreffen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze wereld, dat er vrede mag komen en de wapens zwijgen, voor vluchtelingen, voor zieken, voor stervenden, voor mensen met een beperking op wat voor terrein ook, dat zij hartelijkheid, barmhartigheid, oprechte aandacht en hulp ontvangen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, dat we geïnspireerd blijven door Jezus die zich steeds weer laat raken door de nood van mensen, die geen eigenbelang kent maar zichzelf geeft, die ons leert dat een goede daad bij God nooit verloren gaat. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen; voor alleenstaanden en echtparen, ouders en grootouders, kinderen en kleinkinderen; dat we niet vechten om de beste plaatsen, dat we in alle eenvoud het goede zoeken te doen, dat we die plek innemen waar God Koninkrijk het meest mee gediend is. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top