We zijn halverwege de veertigdagentijd, dat is reden tot vreugde; daarom is het nu Zondag Laetare. Die vreugde klinkt door in het Evangelie, je broer was dood en is levend geworden, er moet dus feest zijn.
Eucharistieviering in de parochies van de federatie H. Laurentius, RRM, in de kerken van de H. Liduina (Hillegersberg) en de HH. Laurentius en Elisabeth (kathedraal), zondag 30 maart 2025, om 09.30 en 11.00 uur, door plebaan Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.
Preek: C2025QDR04C (zie 2019)
Lezingen
E.L: Jozua 5, 9a.10-12
Psalm: Ps. 34 (33) 2-3, 4-5, 6-7
T.L: 2 Korinthe 5,17-21
All: Lucas 15,18
EV: Lucas 15,1-3.11-32
Homilie
Twee broers. Het gaat deze keer niet over twee zussen, zoals Martha en Maria, maar over twee broers. Wanneer in het Oude Testament twee broers genoemd worden, zijn er vaak problemen. U kent de geschiedenis van Kaïn en Abel. Kaïn sloeg zijn broer Abel dood. Twee andere broers zijn Esau en Jacob. Jacob troggelt zijn broer Esau het eerstgeboorterecht af en met slimheid weet hij ook de zegen bij zijn vader te krijgen. In de legende over de stichting van Rome komt dit ook voor: Romulus vermoordde zijn tweelingbroer Remus. Zo kon Romulus de eerste koning van Rome worden.
Twee broers staan in de Bijbelse verhalen en legenden dikwijls symbool voor broedervolken, ze geven uitleg voor oorlogen, ze verklaren de herhaling van ruzies, onenigheid, twist, moord, oorlog, plundering en allerlei vormen van geweld. Hoe kon het gebeuren dat de afgelopen eeuwen ook christelijke volken in Europa en overal ter wereld miljoenen doden moesten betreuren in zinloze oorlogen. Of de verschillen nu etnisch zijn, of religieus, of verschillen in macht of positie; Kaïn slaat Abel dood en Romulus vermoordt zijn broer Remus. De ene broer doodt de ander.
Bij Jezus wordt een andere verhouding tussen broers zichtbaar. Het is niet toevallig dat bij de roeping van de eerste leerlingen twee keer twee broers worden geroepen. Andreas en Petrus, Jacobus en Johannes (Marcus 1, 16-20). Deze broers zijn bereid de ander voor te laten gaan. Zij hoeven niet zelf hun positie te veroveren. Het is Jezus die ieder zijn plaats geeft in zijn Kerk. Andreas is de boodschapper. Simon Petrus wordt de rots. Johannes wordt de getuige van het Woord. Jacobus wordt de belangrijkste apostel in Jeruzalem. Tot hen sprak Jezus: “… wie onder u groot wil worden, moet dienaar van u zijn, en wie onder u de eerste wil zijn moet de slaaf van allen zijn, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.” (Marcus 10, 43-45).
Die soms moeilijke verhouding tussen broers als symbool voor volken en grootmachten, mag je ook doortrekken naar de verhoudingen tussen dorpen en landen en de verhoudingen binnen de gezinnen, tussen broers en zussen, tussen families en vrienden.
In de parabel van de verloren zoon speelt die verhouding tussen twee broers een belangrijke rol. De houding van de vader tegenover de jongste zoon is interessant. De jongste is hier de verwende lieveling. De jongste raakt zo verslingerd aan een leuk leven, plezier komt op de eerste plaats. Zo verspeelt hij zijn erfenis die hij nog voor de dood van zijn vader heeft opgeëist.
De oudste zoon is anders. Hij is een serieuze harde werker. Hij zorgt goed voor de boerderij en voor zijn vader. Maar hij is ook hardvochtig, er is weinig liefde, er is weinig vreugde en zijn mond zit vol verwijten.
Jezus vertelt deze parabel aan zijn tijdgenoten. Zij denken natuurlijk na wat die twee zonen betekenen. Voor wie staan die zonen? Het Evangelie begint dan ook met het noemen van twee groepen. Hiermee zijn meteen de twee zonen aangeduid: de Farizeeën en de tollenaars, de oudste en de jongste zoon.
Deze parabel wordt vaak de parabel van de verloren zoon genoemd. Dan ligt de nadruk op de jongste zoon die berouw krijgt en terugkeert. Soms wordt hij ook de parabel van de barmhartige vader genoemd. Dan ligt de nadruk op de vader die bereid is zijn zoon van harte te vergeven. Je kunt hem ook de parabel van de onverzoenlijke broer noemen. Dan ligt de nadruk op de oudste die weigert zijn broer te vergeven en weer welkom te heten.
Deze drie benaderingen zijn stuk voor stuk belangrijk. Het verschil tussen de oudste en de jongste zoon is feitelijk niet zo groot. Bij beiden is de liefde tot hun vader maar beperkt en de liefde voor elkaar als broers is ver te zoeken.
De jongste krijgt berouw, maar niet uit wroeging omdat hij zo egoïstisch is geweest naar zijn vader en naar zijn oudste broer, hij krijgt spijt omdat hij honger heeft en tussen de varkens zit. De oudste broer is niet trouw uit liefde voor zijn vader, maar omdat hij zolang zijn vader niet gestorven is, niet de definitieve eigenaar van de boerderij is. De jongste gaat aan de haal met zijn deel. De oudste zit te wachten op zijn deel. Beiden zijn amper geïnteresseerd in hun vader. Als de jongste terugkomt, spreekt hij berouw uit naar zijn vader. Maar hij vraagt niet naar zijn broer. Als de oudste terugkomt van het land, weigert hij naar binnen te gaan. Zijn vader moet naar buiten komen.
De vader kent zijn beide zoons. De boerderij interesseert de vader feitelijk niet. De vader heeft maar één bekommernis, dat de broers zich met elkaar verzoenen. Dat er liefde is tussen hen onderling. Want zonder verzoening en zonder liefde is haat en doodslag ooit het gevolg. Als de oudste zegt “die zoon van u, met zijn losbandig leven”. Dan antwoordt de vader: “Die broer van je was dood en is levend is geworden, hij was verloren en is teruggevonden”.
Die boerderij … dat is ons bezit, onze handel en onze economie. Wanneer wij dat belangrijker vinden dan de onderlinge band, zien wij elkaar op de duur niet meer als broers en zussen. Dan ontstaat er haat en nijd, komt er een handelsoorlog en liggen moord en doodslag op de loer. Wij zijn op weg naar Goede Vrijdag. Jezus is gestorven en verrezen, om ons tot elkaar te brengen. Bemin God en bemin je naaste als jezelf, dat is Wet en Profeten. Amen.
Voorbede
Wij bidden tot God die ons heeft opgenomen in zijn Volk.
Wij bidden voor alle mensen die gedoopt zijn, voor allen die leerling van Jezus willen zijn, dat deze Veertigdagentijd hen helpt los te komen van aanspraak op bezit, positie, macht of invloed, wij vragen Gods hulp, dat de liefde voor God en elkaar steeds op de eerste plaats mag komen. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze wereld, voor de internationale verhoudingen, dat de volken niet van elkaar vervreemden omwille van economisch voordeel, machtsaanspraak of historische illusies, maar dat de onderlinge band, de christelijke liefde, en algemene wijsheid mogen overwinnen (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor onze parochiegemeenschap en onze parochiekernen, dat wij steeds opnieuw de verzoening zoeken, dat we harde woorden vermijden, positief over elkaar spreken, eenheid zoeken en het eigen gelijk weten te relativeren. (Laat ons [zingend] bidden):
Wij bidden voor gezinnen; voor echtparen en alleenstaanden, voor ouders en grootouders, kinderen en kleinkinderen, broers en zussen, dat we erin slagen de familiebanden te versterken in het bewustzijn dat bezit, erfenis en al het materiële, altijd op de tweede plaats komt, dat de liefde voor elkaar mag leiden tot begrip en verzoening. (Laat ons [zingend] bidden):
Intenties