skip to Main Content

De kerntaak van Jezus: onderricht geven in dat wat boven alles en onder alles en in alles op de eerste plaats komt: ‘Gods Koninkrijk’.
B2006DHJ16B

Eucharistieviering in het weekeinde van 22 en 23 juli 2006om 19.00, 09.30 en 11.00 uur in de parochiekerk van De H. Jozef, De H. Willibrord en De Goede Herder te Wassenaar, door pastoor Michel Hagen. AMDG.
Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.
Wij mogen samen Kerk zijn, samengeroepen als Gods gezin, als lichaam van Christus. Zo vieren we hier liturgie. Straks worden we opnieuw gezonden, we krijgen een zending mee. Wat onze zending als gelovigen is, reikt de liturgie ons aan.

Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.

Lezingen

E.L.: Jer. 23, 1-6
T.L.: Ef. 2, 13-18
Ev.: Mc. 6, 30-34

Homilie

Soms zie je in het bedrijfsleven plotseling een stukje christelijke inspiratie doorwerken. Jaren geleden kwam ik bij de studie ‘organisatie ontwikkeling’ ineens de term ‘mission statement’ tegen. Tot dan toe had ik de term ‘mission’, ‘missie’ alleen gezien binnen een kerkelijke omgeving; paters, zusters, broeders, verkondigers, die vanuit een zending, ‘een missie’ de wereld introkken. Maar inmiddels is ‘een mission statement’, als uiteenzetting van dat waar de organisatie voor staat, een standaard onderdeel geworden van veel organisaties.

Voor een parochie ligt het dus voor de hand dat je ook een ‘mission statement’ hebt. Eigenlijk zou het als leidraad voor elke parochiaan en elke vrijwilliger als standaardtekst op het nachtkastje moeten liggen. Maar, dit is niet zo en om in die leemte te voorzien heb ik me de vraag gesteld wat nu onze ‘mission statement’ zou kunnen zijn. Om die vraag te beantwoorden, kom je al snel tot de volgende vraag: ‘Wat is Jezus op aarde komen doen? Wat was zijn zending, wat was het doel van zijn komst, zijn hoofdtaak, of zoals we tegenwoordig zeggen zijn kerntaak, zijn ‘mission statement’?’

Bij een kerntaakdiscussie voor de parochie kom je vanzelfsprekend uit bij Christus. Wat zag Jezus als zijn kerntaak. Als ik die vraag zo zou stellen, hier of in een bijbelkring, op straat of bij een huisbezoek, dan zouden de antwoorden ongeveer zo kunnen luiden: Jezus is gekomen om goed te doen, om mensen te helpen, Hij zocht zieken op en genas hen, Hij liet lammen lopen en blinden zien, doven deed Hij horen en stommen liet Hij spreken. Misschien zullen sommigen zeggen: Jezus is gekomen om ons te verlossen, om de wereld te redden. Anderen kunnen zeggen: Jezus is gekomen om voor ons te sterven aan het kruis en zo de wereld te verzoenen met God. En mogelijk zullen nog anderen zeggen: Jezus is gekomen om het heil van de Joden uit te breiden naar de hele wereld.

Toch lijken de meeste mensen te denken goed doen, genezen, heel maken, herstellen, aandacht voor de lammen, de kreupelen, de blinden. Vanuit die gedachte zou dus de diaconie het eerste doel van de kerk zijn. En daarmee het bouwen van ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen, therapeutische centra, alles wat mensen weer op de been helpt. Je hoeft maar te denken aan de katholieke ziekenhuizen, maar ook de blindenklinieken, revalidatiecentra en de huizen voor doofstommen.

Toch, als ik het Evangelie vandaag lees en ook verder bestudeer, dan komt de diaconie toch net niet op de eerste plaats. Maar als diaconie niet onze eerste ‘misson’ is, wat dan wel? Het is zoals met het eerste en het tweede gebod. Het eerste blijft het eerste, maar het tweede zit eraan vast, het is gelijkwaardig. Als je ziet hoe Jezus zijn leerlingen uitzendt aan het eind van het Evangelie van Marcus, dan lezen wij als (16, 15): ‘Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het Evangelie aan heel de schepping’. Daarna komt het tweede erbij, als Jezus zegt: En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen – demonen uitdrijven – talen spreken – slangen trotseren – zieken genezen.

Dat wordt vandaag in het Evangelie heel duidelijk geïllustreerd: De leerlingen komen terug en vertellen wat ze gedaan en wat ze onderwezen hebben. Dan neemt Jezus ze mee om even tot rust te komen. De mensen hebben het door en gaan voor ze uit. Dan staat er: “Toen Jezus aan land ging, zag Hij dan ook een grote menigte en Hij voelde medelijden met hen.”

Als je zou stoppen bij de zin: Hij zag een grote menigte en Hij voelde medelijden met hen, en je zou dat door iemand anders laten aanvullen. Dan zouden veel mensen invullen: ‘Daarna ging Hij weldoende rond en genas hun zieken’. Maar dat staat er niet. Het is net als met de lamme op de brancard. Als hij voor Jezus’ voeten is neergelegd zegt Jezus niet: “Jullie geloof is groot, Ik zeg je sta op”, Nee, Jezus begint over de zondenvergeving en pas daarna komt de genezing.

Het wordt duidelijk als we verder lezen: “Hij voelde medelijden met hen, want ze waren als schapen zonder herder; en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten”. Hier zien we Jezus’ kerntaak: Hij heeft medelijden met hen en Hij wil hen nu dat geven wat zij het hardste nodig hebben. Meer nog dan lichamelijke genezing, meer dan zien en lopen, horen en spreken, meer dan honger naar aards brood, meer dan dorst naar water, is er de geestelijke honger, de geestelijke ondervoeding, de geestelijke verlamming, de geestelijke verblinding, de geestelijke doofheid en het geestelijk onvermogen om waar en goed te spreken.

Wat Jezus hen leert is niet het alfabet, niet schrijven en rekenen, geen aardrijkskunde, geen geschiedenis, geen wiskunde of techniek. Hij onderricht hen in dat wat boven alles en onder alles en in alles op de eerste plaats komt: ‘Gods Koninkrijk’. Hij leert hen bidden: zeg maar ‘Onze Vader’, Hij leert hen spreken en denken over God, en over Gods plan met de mensen: ‘Het Rijk der hemelen is als een mosterdzaadje’, ‘er was eens een man die een wijngaard aanlegde’, ‘een vader had twee zonen’, ‘het is als een man, op zoek naar mooie parels’, zalig de armen van geest, zalig de barmhartigen’, ‘Ik zeg u, keer uw andere wang toe’.

Jezus begint hen uitvoerig te onderrichten, uitvoerig, dat is meer dan een preek van tien minuten, dat is meer dan een inleiding van 35 minuten bij een Alpha Cursus, Jezus doet het uitvoerig. En zo maakt Hij de eerste lezing waar. God spreekt door de profeet Jeremia: “Wee de herders waardoor de schapen van mijn kudde omkomen.” … “Ik stel zelf herders aan die hen werkelijk weiden”. De schapen weiden, betekent hen naar grazige weiden brengen, naar goed weideland, waar ze kunnen eten en drinken en sterk en gezond worden. Maar het zou te gemakkelijk zijn als we dat zouden invullen met gewoon eten en drinken.

Jezus laat zien dat het eerste voedsel komt uit Gods mond, dat is Gods Woord. Jezus is Zelf ons voedsel in de Eucharistie, maar het is verkeerd om het sacramentele teken los te maken van de eerste betekenis, dat we zijn Woord horen en in ons opnemen. Dan pas kunnen we zijn teken aannemen, be-amen en in ons opnemen. En zo komen we terug bij onze eerste opdracht: zoals we straks aan het einde van de viering zullen zingen: “Gaat uit over alle landen, en verkondigt het Evangelie. Daarna komen de wonderen, het verdrijven van demonen en het genezen van zieken.”

Gods Woord tot ons nemen, is Jezus als leraar leren kennen. Catechese en diaconie, in onze zending, onze ‘mission statement’. Ze zijn nummer een en twee; maar ze zijn niet los van elkaar te krijgen. Ze horen bij elkaar als het eerste en tweede gebod. Hier in de viering mogen we onze missie weer bewust worden, hier in de liturgie, samen om God te eren en danken en er dan op uit gaan, om te spreken en te doen zoals Hij heeft voorgedaan. Amen.

Voorbeden

Pr.: Bidden wij tot God die ons zijn Zoon heeft gegeven als herder en leraar, als geneesheer en verlosser.

Lect.: Bidden wij voor Gods Kerk. Dat de Kerk niet aflaat de waarheid van het Evangelie, de wijsheid van Christus en de liefde van de heilige Geest te blijven verkondigen, dat zij alle mensen mag onderrichten in de leer van het Koninkrijk. – Laat ons bidden.

Lect.: Bidden wij om vrede in de wereld. Bidden wij dat de verkondiging van het Evangelie vele mensen mag bereiken, zodat zij geïnspireerd door de heilige Geest, nieuwe wegen naar de toekomst mogen vinden, wegen zonder geweld, wegen die opbouwen en niet afbreken, wegen tot verzoening en genezing. – Laat ons bidden.

Lect.: Bidden wij voor de wereldwijde interreligieuze dialoog, dat allen oog krijgen voor de wijsheid die aan velen geschonken is, dat Gods genade alle eigenbelang mag overwinnen, dat Gods heilige Geest allen op de weg naar samenwerking en opbouw mag leiden. Laat ons bidden.

Lect.: Bidden wij voor missionarissen en zendelingen, dat zij bij alle opbouwwerk in staat zijn de volkeren te onderrichten in de leer van Gods Koninkrijk. Dat velen Christus mogen leren kennen en Hem navolgen. Laat ons bidden.

Pr.: Intenties.

Back To Top