skip to Main Content

Geven wij de zang van ons leven nog door: Dat wat ons innerlijk beweegt, wat ons beroert, wat wij God willen toezingen, onze dankbaarheid en vreugde, onze droefheid en angst, onze nood en ons verlangen, alles wat ons bezig houdt?
A2017KERST04AOud.

Oecumenische viering in de parochie van De H. Augustinus, in de dorpskerk te Wassenaar, om 19.00 uur. A.M.D.G. – I.H.S. Door pastoor Michel Hagen

Lezingen

Lezing: Deuteronomium 6, 4-9
Zang: Lied 78a
Evangelie: Lucas 2, 25-32

Vooraf

Vooraf verhaal over de nachtegaal door Ds Marthe de Vries van de NPB Wassenaar. Korte samenvatting: Tijdens een bezoek dat Marthe aan partnergemeente in Roemenië bracht, hoorde zij in de preek van de pastoor van de Hongaarse parochie, in een gebied waarin de Hongaren een minderheid vormen, een verhaal over een onderzoek naar nachtegalen en de rol van de vader bij de opvoeding van de jongen. Het bleek dat de jongen het zingen van de vader leren. Een experiment toonde aan dat jongen die uit het nest waren gehaald en die de vader nachtegaal niet hadden horen zingen, bij terugplaatsing niet konden zingen. Zij konden daardoor geen partner vinden en geen jongen krijgen; kortom hun leven liep dood. De priester wees op het belang van je eigen lied. Wij hebben een traditie nodig waarin wij leren zingen, betekenis geven, communiceren (waarschijnlijk een onderzoek van Professor Tamas Szekely uit Bath).

Homilie

U zult het niet geloven, en toch is het zo. U zult het niet geloven als ik het u zeg, maar we hebben het nagekeken. Weet u, dat in de Bijbel nergens staat dat engelen zingen. Ik ga er bijna van fluisteren. Echt waar. Engelen verkondigen, het zijn verkondigers, boodschappers. Engelenkoren hebben niets te maken met onze zangkoren.

Ik las dit onlangs in een artikel van een angeloloog, iemand die deskundig is in de angelologie, de engelenkunde, een kenner dus. Wie anders had dit kunnen constateren. Ik hoop dat ik u hiermee niet teveel heb geschokt en zo heel de nasmaak van de kerstvreugde heb verstoord. Ik moest er zelf wel even aan wennen, maar het bracht me tenslotte op een logische gedachte. Engelen kunnen als geestelijke wezens waarschijnlijk ook inderdaad niet zingen, daar heb je longen, een mond en een lijf voor nodig.

Dus als engelen niet zingen, wie zingen dan wel? Dan is zingen iets unieks voor deze schepping hier op aarde. Dan is het zingen een gave van God heel speciaal aan ons. Vogels zingen hun betoverende woordeloze zang en wij mensen zingen. Wij zingen soms woordeloos in een Alleluia of in tongentaal, maar wij zingen vooral met woorden vol betekenis, woorden die God prijzen. Meerdere psalmen roepen ons op om te zingen, zoals Psalm 96: Zing voor de HEER een nieuw lied, zing voor de HEER, aarde alom (Ps. 96,1). Of Psalm 98: Zing voor de HEER een nieuw lied, want wonderen heeft hij gedaan (Ps. 98,1). De apostel Paulus stimuleert ons om te zingen in zijn brieven zoals in die aan de Christenen van Efeze en aan de Kolossenzen: Zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen ingegeven door de Geest. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer (Ef. 5,19 vgl. Col. 3,16).

Bij het uit elkaar gaan van de kerken in de Reformatie heeft met name de koorzangtraditie zich vanuit de schola cantorum in de Katholieke kerken verder ontwikkeld en heeft de volkszangtraditie in de volkstaal vooral in de Protestantse kerken vorm gekregen. In de laatste honderd jaar zie je die twee weer langzaam bij elkaar komen en in dit 500ste Lutherjaar zijn wij hier vanavond samen en zingen Psalmen, hymnen en liederen, ingegeven door de Geest. Een vorm van eenheid, hoe bescheiden ook, die we mogen koesteren.

In het verhaal, zojuist door dominee Marthe de Vries verteld, wordt ons een spiegel voorgehouden, het nachtegaalmannetje zingt de longen uit zijn lijf om zijn jongen te leren zingen, want zingen is van levensbelang voor het nachtegaaljong. Zo geeft hij door wat hijzelf van zijn vader heeft geleerd. Het roept de vraag op of wij onze zang nog doorgeven, dat wat ons innerlijk beweegt, wat ons beroert, wat wij God willen toezingen, onze dankbaarheid en vreugde, onze droefheid en angst, onze nood en ons verlangen, alles wat ons bezig houdt. De zang van ons leven, geven we die nog door?

De nachtegaal geeft zingenderwijs zijn levenskunst door. Vanavond staan we erbij stil dat God ons zijn levenskunst wil leren, jaar in, jaar uit. zoals we in de eerste lezing hoorden: Luister, Israël, hoor Israël, Sjema Jisraeel: De HEER, onze God, de HEER is de enige! Heb daarom de HEER, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten. Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat.

Terugkijkend over 2016 mogen we nadenken waar Gods Woord, Gods genade, Gods Voorzienigheid, Gods aanwezigheid, in omstandigheden en in mensen, in liturgie en in leven, in woord en in daad, ons het afgelopen jaar heeft geraakt. Wat hebben we gehoord, hebben wij de nachtegaal horen zingen? Heeft Gods Woord ons oor en via ons oor, ons hart en ons verstand bereikt, en is het via ons hart en ons verstand in onze handen en voeten gekomen? Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat.

Weet u, ik denk dat engelen toch ook zingen, al staat dat niet zo nadrukkelijk en letterlijk in de Bijbel, want zij zijn als hemelse nachtegalen, zij geven ons Gods belangrijke Boodschappen door, opdat wij die weer doorgeven. Het is dan wel een andere zang, maar het is uiteindelijk de zang die wij moeten leren om aan onze kinderen te leren. Sjema Jisraeel; hoor, Israël – hoor, mijn volk – hoor, mijn kinderen – laat mijn Woord in jou tot vlees en bloed worden en je zult leven, jij en je kinderen, nu en morgen, en overmorgen, in 2017 en nog veel verder.

Back To Top