Hoe kijken wij in de spiegel? Is het met de houding ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste in het land?’ Een biechtspiegel is anders, we kijken via de ogen van het Evangelie, van Christus, van de Kerk naar onszelf. We kijken naar onszelf als kind van God.
Dat ‘kind van God zijn’ begon met het Doopsel, dat Verbond van God naar u en van u naar God. Op weg naar Pasen mogen we die gebeurtenis hernieuwen, opdat het Verbond zo puur en echt blijft als aan het begin en tegelijk steeds verder mag groeien en rijpen. We kunnen in de spiegel kijken en in enkele stappen onderzoeken: Hoe staat het nu met het Verbond tussen God en Mij?
Het eerste gebod is: God beminnen. Doe ik dat? Heb ik bewondering en eerbied voor God? Maar bovenal: Bemin ik God? Misschien is dat laatste wel het moeilijkste. Toch is dat de opdracht voor iedere mens. Doe ik moeite voor mijn geloof? Werk ik aan mijn relatie met God of denk ik: Als je aardig ben voor je naaste is dat toch genoeg? Zijn we snel tevreden? Of juist andersom: Ben ik soms bang voor God, bang voor een straffende vader? Heb ik te weinig vertrouwen in de liefhebbende Vader van Jezus die mijn Vader wil zijn? Spreek ik wel eens een woord van vertrouwen en dankbaarheid naar die Goede Vader in de hemel?
Als Jezus ons zegt: “Heb je naaste lief zoals jezelf”; doe ik dat echt? Als Hij zegt: “Bemint je vijanden”; doe ik dat dan? En als Hij zegt: “Vergeef elkaar”; luister ik dan? Kunnen buiten mijn familie en vrienden ook anderen op me rekenen? Wat laten we allemaal voorgaan op de liefde tot de naaste; werk, ontspanning, prestige? Hoeveel uur besteed ik voor mezelf en hoeveel voor de ander? Waartoe ben ik bereid? Ben ik net als Jezus bereid als een graankorrel te sterven, de eigen ambities opzij te zetten voor die ander? Sterven aan mijn ik-gerichtheid, dat alles niet om mij draait en de eerste aandacht niet steeds naar mezelf hoeft te gaan?
Hoe staat het met het verbond tussen mij en Gods schepping? Zien wij het als een deel van dat Nieuwe Verbond, Gods schepping goed beheren? Of denken we: “Ach die problemen lossen ze later wel op, wij leven nu?” Wat mag de natuur ons kosten; wat zijn wij bereid te geven voor het doorgeven van de schepping? Hoe staan we tegenover de menselijke vruchtbaarheid en het ontkiemende leven? Staan zorg, liefde en respect in alles voorop? Zien we elk mensenkind, geboren of nog niet geboren, als een beeld van God? Zien we de oude mens, ziek, gebrekkig ,ook nog als beeld van God; of krijgt vooral dat voorrang wat mooi is, jong, beloftevol en sterk? Doen wij mee met de idee dat er ongewenste mensen kunnen bestaan? En wat doe ik met mijn bezit; niet alleen financieel, ook mijn bezit aan gezondheid, talenten, energie en intelligentie? Zet ik me, net als Jezus, in om Gods Koninkrijk op te bouwen?
Nu kijken in een biechtspiegel, een gewetensonderzoek, om over twee weken, met Pasen, de eeuwige verrijzenis van Gods Verbond met ons te vieren.
Pastoor Michel Hagen