Afgelopen zondag was het de laatste zondag van het kerkelijk jaar, het feest van Christus Koning. Daarbij klonk het Evangelie over het laatste oordeel. We hoorden waar Jezus onze inzet voor vraagt en op welke manier. Hij wil dat wij onze talenten inzetten: “Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven, Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen. Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht” (Matteüs 25, 35-36). De Evangelielezingen van de zondagen ervoor wezen al in die richting.
Twee zondagen eerder hoorden we de gelijkenis over de tien meisjes (Matteüs 25, 1-13). Waarom namen de vijf domme meisjes geen olie mee? Wat is in die gelijkenis de diepere betekenis van hun domheid? Wat ontbrak hen? Ze zijn waarschijnlijk net zo slim als de vijf anderen, misschien wel slimmer. Het gaat niet zozeer om verstand, het gaat om wijsheid. Wijsheid is pas wijsheid als ze ook de liefde omvat. Die vijf meisjes waren vervuld van eigenliefde, niet van liefde voor de bruidegom. Ze waren bezig met hun eigen feest, hun leven moest een feest worden. Zo vergaten ze wat nodig was om te zorgen dat het feest van de bruidegom zou slagen. De liefde voor de bruidegom ontbrak hen en dan eindig je oliedom; dan mis je zelfs het feest dat je voor jezelf had bedacht.
Een week verder ging het Evangelie over drie dienaren die talenten kregen toevertrouwt (Matteüs 25, 14-30). De dienaar die dat ene talent kreeg en het in de grond stopte, wat miste hij nu echt? Hij miste liefde voor zijn Heer. Dat kon je horen in zijn antwoord: “Heer, ik heb ervaren dat gij een hard mens zijt, die oogst waar gij niet gezaaid hebt en binnenhaalt waar gij niet hebt uitgestrooid. Daarom was ik bang en ben uw talent in de grond gaan verbergen. Hier hebt ge uw eigendom terug”. Het is die mens die over God zegt: “Waarom zou ik God dienen, God is rijk genoeg. God heeft mij niet nodig. Als God goed is, waarom laat Hij dan al de ellende in de wereld bestaan? Als God rechtvaardig is, waarom geeft Hij dan de een vijf, de ander twee en mij maar een talent? Nee, God is niet goed en ook niet rechtvaardig, God mag zijn talent houden, Hij krijgt het terug zoals Hij het gegeven heeft.”
Het woord talent is in onze cultuur een veelgebruikt woord; met de goede talenten en hard werken kan je de top bereiken. Toch is deze kijk op talenten niet hetzelfde als die van Jezus. Het is niet de vraag hoeveel of welke talenten je hebt, maar of je ze hebt ingezet voor Gods Koninkrijk. Als je ze alleen hebt vermeerderd voor jezelf, heb je niets voor God Koninkrijk verdiend, dan heb je ze begraven. Heb je jouw talenten ingezet voor je naaste, voor de armen, voor een rechtvaardige samenleving? Of zoals Jezus ons leert bidden in het Onze Vader: Hebben we onze talenten ingezet om Gods Naam te heiligen, God Koninkrijk te bevorderen en Gods wil te doen? Dan zijn onze talenten vermeerderd, dertig, zestig, honderdvoud. Dan zegt God: “Wat je voor Mij hebt gedaan, geef ik jou als loon, kom binnen, verheug je en neem deel aan mijn feest”.
Pastoor Michel Hagen