Skip to content

In mijn vorige column sprak ik over de Kerk en over hoe belangrijk de Kerk is in Gods ogen. De Kerk in het groot en in het klein, is Gods instrument van redding. Zij is een middel tot heil, tot heel maken, tot bevrijding, tot verlossing. De wereld kan zichzelf niet redden, omdat zij zich in het begin (dat is in haar wortel) van God heeft afgekeerd en in eigenmachtigheid zelf het heil wil realiseren, zonder God. God wil de wereld verlossen van die diepgewortelde mentaliteit en heeft daarom zijn Zoon gegeven. God wil zijn reddingsplan voortzetten door de Kerk, als Lichaam van Christus, dat is: zijn mond, zijn handen en zijn voeten in de tijd.

Wat betekent dat voor ons? Vergelijken we het met de reddingsbrigade aan het strand. De leden van de reddingsbrigade worden getraind, ze moeten waakzaam zijn en over de juiste middelen beschikken. Ze geven hun tijd, dikwijls vrije tijd, en volgen cursussen, jaar in, jaar uit, herhalingscursussen, want ze moeten de ontwikkelingen bij houden. Ze staan daar niet voor zichzelf aan het strand, al kunnen ze op een rustige dag ook best genieten van het mooie weer, maar ze zijn daar voor anderen. Of neem de brandweer. Die moet weten wat een brand is, wat wel kan en wat niet kan. Ook zij worden getraind en moeten zich blijven oefenen, ook zij gaan op herhaling en moeten paraat staan voor de onverwachte momenten waarop een situatie zich aandient. Welk voorbeeld we ook bedenken voor mensen die de taak hebben anderen te redden, altijd is er de vorming en de training, de oefening, de opfrissingscursus, de waakzaamheid en de inzet waarbij het gaat om de naaste in nood. Iemand van de reddingsbrigade moet eerst zelf goed leren zwemmen. Hij of zij moet de gevaren van de zee kennen. Iemand van de brandweer moet verschillende soorten branden kennen en weten hoe welke branden geblust moeten worden en hoe je de gevaren kunt trotseren om iemand uit het vuur te redden.

Toen Jezus zijn leerlingen riep, zijn ze drie jaar lang bij Hem in de leer gegaan. Jezus zond zijn leerlingen uit in praktijkstages en ze kwamen vol vuur terug. Ze zagen wat het resultaat was van de Blijde Boodschap van Jezus en ze merkten hoe heilzaam hun genezende handelingen waren. Daarbij begrepen ze hoe zijn Woord en zijn Werk elkaar ondersteunden. De Kerk van nu staat in hun voetspoor. Allemaal samen lopen we in de navolging van Christus.

Iedere gedoopte is geroepen om eerst zelf gered te worden, om bevrijd, genezen, geheeld te worden, in relatie met God en de naaste. Dat is de eerste fase. Die hebben de leerlingen, de apostelen en de vrouwen die meegingen, zelf heel concreet ondervonden in vergeving en genezing door Jezus. De sleutel van de redding zit vooral in het werk van de vergeving. Daarna kregen zij hun zending om de wereld in te gaan, om te leven als geredde mensen, in de vrijheid van de kinderen Gods. Gebonden aan het woord van Christus, gebonden in zijn Nieuwe Verbond, staan zij vrij in de wereld om het reddende werk van Christus voort te zetten. Dat is de vitale kerk die God voor ogen staat. Daartoe heeft Hij ook ons geroepen en uitgezonden.

Pastoor Michel Hagen

Back To Top