Zou het in onze tijd mogelijk zijn? Zou in onze tijd een rijk iemand, met een goede opvoeding, getalenteerd en sociaal; zou zo iemand in onze tijd naar een priester stappen met de vraag: “… wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?” In onze tijd hoor je zoveel verschillende meningen van het ene uiterste tot het andere. Voor de één bestaat er geen eeuwig leven, geen God, geen hemel. Voor een ander gaat iedereen altijd naar de hemel, want goed en kwaad bestaan niet echt, dus mensen zijn niet echt goed of kwaad, dus gaat iedereen naar de hemel. Al deze mensen zullen niet vragen wat zij moeten doen om het eeuwig leven te verwerven.
Veel katholieken denken dat je het wel heel bont moet maken om niet in de hemel te komen. Leeft die vraag dan nog wel bij ons? Zouden wij nog, net als de rijke man, aan Jezus vragen: “Heer, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?” (Marcus 10, 17-30). Jezus zegt niet: “Flauwekul, die hemel bestaat helemaal niet.” Hij zegt ook niet: “Maak je geen zorgen, je komt er echt wel”. Jezus maakt Gods bedoelingen helder. Ja, het is Gods bedoeling dat wij die tien geboden, Gods levenswijzer uit het Oude Verbond, serieus nemen: “Gij zult niet doden, gij zult geen echtbreuk plegen, gij zult niet stelen, gij zult niet vals getuigen, gij zult niemand te kort doen, eer uw vader en uw moeder.” Is dat dan genoeg? Het eerste gebod wordt niet eens genoemd.
De rijke man reageert met: “Dat alles heb ik onderhouden van mijn jeugd af”. Hij zoekt iets meer. Hij wil misschien iets extra’s doen. Het antwoord dat volgt, laat hem echter bedroefd achter, als Jezus zegt: “… ga verkopen wat ge bezit en geef het aan de armen”. Alles verkopen, alles loslaten, dat is te veel gevraagd. Geldt dit woord van Jezus nu voor iedereen of alleen voor die rijke man? De eerste Christenen beschouwden niets als hun eigendom en deelden alles met elkaar. Het punt waar het om gaat is dit: Verwacht je echt het eeuwig leven? Durf je met de toekomst te leven alsof die er nu al is? Is dat toekomstige leven echt een werkelijkheid voor jou, zó dat je daar je geluk in vindt, of wil je het toch vooral hier en nu goed hebben, en zie je wel of en hoe het later is?
Jezus nodigt deze rijke man concreet uit om zijn rijkdom aan andere mensen ten goede te laten komen, met name aan de armen. Daarmee wordt Gods koninkrijk op aarde reeds zichtbaar en tastbaar. Dan kan hij vol vertrouwen leven vanuit Gods Voorzienigheid; God zal voor jou zorgen, je zult niets tekort komen, ja, een andere vreugde, een andere liefde, zal jouw deel zijn, hier en nu reeds en in volheid in de toekomst van het eeuwig leven. Ja, we mogen hopen dat een rijk iemand, die zich aan de geboden houdt, die anderen het leven gunt, die trouw is in zijn of haar huwelijk, die niet steelt of vals getuigt, die niemand te kort doet en goed is voor vader en moeder, dat zo iemand in de hemel komt. Dat mogen we zeker hopen. Toch nodigt Jezus ieder van ons uit tot een grotere vrijheid, door onthechting aan het bezit op deze aarde, omdat we reeds deel hebben aan het hemels leven, dan zijn we hier op aarde reeds het Koninkrijk Gods binnengegaan.
Pastoor Michel Hagen