Skip to content

Zondag begint de Advent. Advent is: komst, een tijd van voorbereiden. We verwachten iemand, maar al tweeduizend jaar zien we Hem niet komen. Toch wil Hij dat we vol verwachting blijven, dat we de fakkel van de Advent jaar na jaar weer aansteken en doorgeven; het vuur, nieuw licht, de Adventkrans. Al meer dan 2000 jaar wordt zijn komst verwacht. Eenmaal is Hij gekomen en Hij heeft beloofd dat Hij terug zal komen. Dus staan wij klaar voor zijn komst, alhoewel …

Het is leven van alledag slokt je op en dat heeft ook zijn charme: vreugden en zorgen, arbeid en ontspanning, liefde en leed, dat is het leven! Wat moet je nog meer? Een man en een vrouw, kinderen, brood op de plank, een feest van tijd tot tijd, waar maak je je zorgen om? Als dat je leven is, wat heb je dan nog te verwachten? Verwachten wij eigenlijk nog iets? Een mooiere of luxere auto misschien? Niet nodig. Een betere keuken in huis? Nou ja, misschien! Een supersnelle computer, ach het kan handig zijn, maar zó gaat het ook. Verwachten we nog iets of zijn we verzadigd?

Zou dat misschien het verschil zijn met de jaren voor de oorlog? Mensen zagen toen uit naar het moment dat er vrede kwam, dat de oorlog voorbij was, dat familieleden herenigd en de doden betreurd konden worden. Maar waar zien wij nog naar uit? Mensen zien uit naar de dingen die hen aan het hart gaan, waar hun hart voor open staat of naar verlangt. U kent het gezegde: “Waar het hart vol van is, loopt de mond van over”. Je zou dus aan de kranten, de gezinsbladen, de televisie, de films of de video’s kunnen zien, waar in deze tijd het hart van de meeste mensen vol van is.

Laten we die vraag ook aan onszelf te stellen: “Waar is mijn hart vol van?” en: “Verwacht ik nog iets?” In de Advent mag zichtbaar worden of ons hart ook open staat voor minder materiële dingen, dat wij klaar staan voor een welkome gast. Doe die deuren van je hart open en maak eerst ruimte, ga opruimen, kijk eens kritisch waar jouw hart al vol is, waar jouw hartsverlangen mee gevuld is. Maak ruimte voor zijn Komst. In het Evangelie van de eerste Adventzondag vergelijkt Jezus zich met een dief (Matteüs 24, 37-44). Hij is niet een dief die rooft en plundert, maar een inbreker die iets moois meebrengt, één die aan jouw hart genezing en herstel biedt. Een inbreker die alleen maar goedheid en liefde schenkt. Toch is Hij ook een dief, Hij is zelfs een hartendief. Hij verovert ons hart maar geeft ons daarmee ook de liefde van zijn eigen hart.

Mag Hij ons hart hebben, met alles wat erin is? Als we daar ja op zeggen, gebeurt er iets bijzonders. Dan wordt ons hart zijn woning, dan ontstaat er in ons hart opnieuw een verwachting naar God, naar méér, naar een ongelofelijke toekomst. Onze hartendief heeft een liefdesbriefje gestuurd, of zeg maar een Brief, het is zijn Woord, zijn Evangelie, de Blijde Boodschap: Hij zegt: Ik kom eraan. Wie klaar staat, nodig ik uit voor mijn feest. Met Kerstmis vieren wij zijn komst en niet alleen dan, Hij komt voortdurend, elke dag, in de Eucharistie, in de Sacramenten, in de ontmoeting met mijn naaste. Hij komt!

Ik wens u een goede Advent.

Back To Top