Skip to content

Komende zondag horen we het bekende Emmaüsverhaal (Lucas. 24, 13-35). Twee leerlingen, waarvan een de naam Kléopas draagt, lopen gedesillusioneerd richting Emmaüs. Ze gaan de verkeerde weg, want in plaats dat ze in deze crisissituatie bij de anderen blijven en de verhalen van de vrouwen serieus nemen, komen ze niet verder dan met weemoed praten over wat er mis is gegaan: “En wij leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen! Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn”. Dan voegt Jezus zich bij hen. Hij loopt met hen mee, ja, inderdaad, de verkeerde kant op. Hij zegt niet: “Stop, terug, blijf bij de anderen.” Door mee te lopen, toont Hij begrip voor hun situatie.

In de verschijningsverhalen blijkt dat er steeds een goddelijk signaal voorafgaat aan het zien en geloven. De engel spreekt de vrouwen aan, door dat woord vanuit de hemel krijgt het lege graf een nieuwe betekenis. Zonder dat woord zouden ze zijn blijven steken bij de menselijke gedachte dat zijn lichaam is weggehaald. De hemel is ons voor, opdat wij anders gaan zien en kijken met de ogen van geloof.

Zo is het ook hier bij de Emmaüsgangers. Zolang zij binnen menselijke gedachten rond blijven cirkelen, blijft het mysterie verborgen. Er moet iets gebeuren, een teken uit de hemel, een woord, een gebaar. De hemel moet ons helpen om te gaan zien, inzien en geloven.

Dat gebeurt op het moment waarop ze in de herberg in Emmaüs brood en wijn op tafel krijgen en de vreemdeling de zegen uitspreekt, het brood breekt en het hen aanreikt. Waren zij bij het Laatste Avondmaal aanwezig, of bij de wonderbare broodvermenigvuldiging? Hoe dan ook, ze kennen dit gebaar van Jezus. Door dit teken gaan hun ogen open voor zijn verborgen aanwezigheid. Dan pas kunnen zij terugkijkend zijn aanwezigheid onderweg herkennen: “Brandde ons hart niet in ons, zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?” Het is de oude Ignatiaanse reflectievraag waar je de gebedstijd mee kan afsluiten. Was Hij erbij? Terugkijkend herken je dan niet alleen in je gebedstijd, maar ook in de loop van de dag of in je leven hoe je hart in vuur vlam kwam te staan door zijn woord, door zijn aanwezigheid, zelfs toen je eigenlijk de verkeerde kant opliep.

Het is goddelijke pedagogie, zo gaat God met ons om; geweldig toch?

Pastoor Michel Hagen

Back To Top