“Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. (Matteüs 22,37-39)” Vorige zondag hoorden we Jezus aan Petrus vragen: “Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij meer lief dan dezen Mij liefhebben? (Johannes 21, 1-19)” Bij die evangelische liefde gaat het om actief liefhebben, zoals ouders hun kinderen, of zoals man en vrouw doen door er voor elkaar te zijn en de ander met zijn of haar zwakheden te accepteren en lief te hebben.
Liefde kan groots zijn en meeslepend, maar toch blijkt menselijke liefde vaak beperkt te zijn. Dat heeft Petrus ervaren toen Jezus gevangen werd genomen en hij ontkende een leerling van Hem te zijn. Toen Jezus hem daarna aankeek, weende Petrus bittere tranen. Hij had de echte, zelveloze en trouwe liefde verloochend. Zijn liefde had tot dan iets stoers en mannelijks, steunend op eigen kracht. Door zijn verloochening kwam Petrus naakt te staan tegenover Jezus, zichzelf en de omgeving. Er bleef niets over van al zijn pretenties. Het erge was ook dat Jezus het had voorzegd. Petrus had het kunnen weten, maar hij was zo overtuigd van zichzelf dat hij het niet geloofde.
We horen Jezus driemaal aan Petrus vragen: “Heb jij Mij lief?” Zo gaat Jezus in op die drievoudige verloochening. Dit liefhebben waar Jezus naar vraagt, heeft niets te maken met liefdoenerij of een soort evangelische romantiek. Zijn vraag raakt de keiharde realiteit. Vergelijk het met een man en een vrouw die met een buitenechtelijke affaire werden geconfronteerd, die daarop alle botsingen en ergernissen van de jaren ervoor naar elkaars hoofd hebben geslingerd. Als dan na enige tijd opnieuw de vraag klinkt “Heb jij mij lief?” schroom je om zomaar, al te snel “Ja.” te zeggen. Dat geldt zo ook voor Petrus. Hij zegt: “Heer, Gij weet alles; Gij weet dat ik U bemin.” Petrus is gaan beseffen dat zijn liefde voor Christus mijlenver is verwijderd van Christus’ liefde voor ons.
Hoe bijzonder is het dan dat Jezus met Petrus verder gaat! Petrus die van visserman, mensenvisser was geworden, wordt nu herder en opvolger van Jezus op aarde. Hier zien we dat om Jezus na te volgen en op te volgen, er één ding als eerste nodig is: “Hem liefhebben.” De uiteindelijke opdracht is de liefde die Jezus ons heeft voorgeleefd; de liefde waarmee Jezus zijn leerlingen, de mensen toen en ons anno 2016 heeft liefgehad en nog liefheeft. Een liefde die van goddelijke oorsprong en van goddelijke maat is. Het is de liefde waarmee God zijn schepping in het leven riep en in stand houdt, waarmee God vol barmhartigheid heeft omgezien naar zijn Volk en waarmee Jezus vol geduld zijn leerlingen heeft onderricht en de mensen in ellende te hulp kwam.
Gods liefde leren kennen, ontvangen, beantwoorden en doorgeven is de roeping voor ieder van ons. Dan zal Jezus ons, net als aan Petrus, de plek geven in zijn Koninkrijk, die goed is voor ons en voor veel anderen. Dan weten wij wat liefde is en wat beminnen is en kunnen wij werkelijk “Ja.” antwoorden; “Amen”.
Pastoor Michel Hagen