Skip to content

We kennen wonderen van Jezus waarbij het woordje “terstond” staat, “meteen”. Zo komt een melaatse naar Jezus toe die zegt: “Heer, als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen”. Jezus steekt zijn hand uit, raakt hem aan en zegt: “Ik wil, word rein”. Terstond verdwijnt de melaatsheid (Lucas 5,12-13). Zo vergaat het ook de blinde bij Jericho. Hij roept: “Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!” Dan zegt Jezus tot hem: “Word ziende! Uw geloof heeft u genezen”. “Terstond” kan hij zien” (Lucas 18,43). Terstond, meteen; Gods genade die in een ogenblik zichtbaar en voelbaar wordt op dat bijzondere moment in jouw leven. Je kunt het aanwijzen. Maar zó gaat het niet steeds.

In het Evangelie van vorige zondag riepen tien melaatsen: “Jezus, Meester, ontferm U over ons!” Jezus zag hen en zei: “Gaat u laten zien aan de priesters.” En onderweg werden ze gereinigd (Lucas 17, 11-19). Ze moesten op weg gaan om zich te laten zien aan de priesters. Op dat moment zijn ze echter nog niet gereinigd, de melaatsheid is nog niet weg. Ze gaan op weg, omdat Jezus hen die opdracht geeft. Daar begint hun geloof. Dat zinnetje: “En onderweg werden ze gereinigd.” valt haast niet op, maar is wel heel belangrijk. Er is ook zo’n moment in het Evangelie volgens Johannes (4,47-51). Een koninklijke beambte gaat naar Jezus toe en vraagt Hem mee te komen om zijn zoon te genezen, want deze lag op sterven. Dan zegt Jezus hem: “Als jullie geen wondertekenen zien, dan geloven jullie niet.” Vervolgens zegt de hofbeambte: “Heer, kom toch eer mijn kind sterft!” Daarop antwoordt Jezus: “Ga maar, uw zoon leeft.” De man gelooft wat Jezus zegt en gaat op weg. Deze hofbeambte kon niets zien of controleren, hij moest geloven en op weg gaan. Later pas blijkt dat zijn zoon inderdaad leeft.

Op weg gaan is een wezenlijk kenmerk van de volgelingen van Jezus. Dat begint al in het Oude Testament. Abraham moet op weg gaan. Het volk moet vertrekken uit Egypte en op weg gaan. Jezus zelf trekt rond door heel het Joodse land. De Kerk is “Gods Volk onderweg”. De volgelingen van Jezus werden “Aanhangers van de Weg” genoemd (Handelingen 9,2). In ons leven is het niet anders. Er kunnen momenten van genade zijn die ons meteen verder helpen. Toch is de gewone gang van zaken niet dat we ineens volwassen zijn, maar dat we op weg zijn als kinderen van God en van dag tot dag groeien tot volwassenheid in geloof. Wie denkt dat geloof een status quo is, vastgelegd in documenten en richtlijnen, moet oppassen dat hij of zij niet gedesillusioneerd achterblijft. Geloof is voortdurend op weg zijn met God, met de naaste, als Volk van God, als Kerk.

“En onderweg werden ze gereinigd”; ook onze ziel heeft reiniging nodig. Er is er maar één die daartoe de macht heeft: Jezus Christus. Het jaar van barmhartigheid eindigt op 20 november, maar het Sacrament van Boete en Verzoening blijft. Wie naast de Eucharistie ook dit Sacrament een plaats geeft in zijn of haar leven, zal levend met en door de Sacramenten, gaandeweg ervaren dat de ziel zuiver wordt en geneest. Die zal ook het woord van Jezus horen: “Jouw geloof heeft je gered!”.

Pastoor Michel Hagen

Back To Top