Wat adviseert Jezus ons? “Wanneer gij vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen; … Maar als gij vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht om niet aan de mensen te laten zien dat gij vast, maar vast voor uw Vader die in het verborgene is en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden” (Mt. 6, 16-18). Als de leerlingen van Johannes de Doper vragen waarom zijn leerlingen niet vasten, antwoordt Jezus: “De vrienden van de bruidegom kunnen toch niet bedroefd zijn, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen dagen komen, dat de bruidegom van hen is weggenomen; dan zullen zij vasten” (Matthëus 9, 15). Hier zien we een link tussen Goede Vrijdag en het vasten. Als wij zien hoe Christus lijdt, kun je dan nog vrolijk leven en genieten van dagelijkse pleziertjes? Als we zien hoe Christus lijdt in onze broeders en zusters in de wereld, door vervolgingen, eenzaamheid of op andere manieren; kunnen we dan doen alsof er niets aan de hand is?
Zo kun je als je vast door soberheid in eten en drinken, denken aan diegenen in de wereld die geen normaal rantsoen eten hebben. Ook dat is de lijdende Christus; Jezus wil bemind worden in onze naaste en de veertigdagentijd is een ideale tijd om daarmee bezig te zijn. Het is goed om af te zien van allerlei extraatjes en om tijd, aandacht en geld ten goede te laten komen aan hen die het zoveel minder hebben.
De veertigdagentijd is ook een geschikte tijd om het alledaagse met meer inzet, aandacht en toewijding te doen. Zo mogen gewone dingen bijzonder worden, door vriendelijkheid, geduld, aandacht, zachtmoedigheid, een goed humeur; die christelijke houdingen. In alles is Jezus Christus ons voorbeeld.
In ons dagelijks leven zijn wij uitgenodigd om steeds het juiste evenwicht te zoeken: ora et labora (bid en werk), God en de naaste, ziel en lichaam. Het vraagt dat we aandacht hebben voor onze dagordening; de veertigdagentijd is een uitgelezen kans om aan dat evenwicht te werken.
De veertigdagentijd is ook als een opfriscursus om te zien wat het is om Christus in de concrete dingen van alledag na te volgen. Als het dan Pasen wordt, kunnen we met een dankbaar en gezuiverd hart zeggen: Dank U, Heer, ik ben lang niet perfect, maar op een paar punten ben ik toch wat vooruitgekomen. Laat me nu delen in uw verrijzeniskracht, zodat ik nog meer uw leerling kan zijn.
Pastoor Michel Hagen