skip to Main Content

Het is een kwaliteit te weten wie je bent en ook te weten wie je niet bent.

Eucharistieviering in de parochie van de H. Augustinus, in de kerken van Sint Willibrordus (Wassenaar) en de H. Laurentius (Voorschoten – doopviering), weekeinde van 16 en 17 december 2017, om 19.00, 09.30 en 11.00 uur, door pastoor Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: B2018ADV03B

Lezingen

E.L: Jesaja 61, 1-2a, 10-11
Psalm: Lc. 1, 46-48, 49-50, 53-54
T.L: 1 Tessalonisenzen 5, 16-24
All. Vers. Jes. 61, 1 (cf. Lc. 4, 18)
EV: Johannes 1, 6-8, 19-28

Homilie

“Ik wil jubelen en juichen in de Heer, mijn ziel wil zich verheugen in mijn God.” Dat hoorden we in de eerste lezing. “Broeders en zusters. Weest altijd blij.” Zo begin de tweede lezing. En Maria zingt in de tussenzang: “Hoog verheft nu mijn ziel de Heer, verrukt is mijn geest om God, mijn verlosser”.

Deze zondag wordt Gaudete genoemd naar de Latijnse tekst van de intredezang. De Kerk heeft de liturgie zo vorm gegeven omdat ze ons uitnodigt nu reeds iets van de vreugde van Kerstmis in ons toe te laten. Maar is dat niet een beetje vreemd? Je kan toch niet op commando blij zijn. Als ik ieder van u persoonlijk zou kunnen vragen hoe het gaat, dan komen er ongetwijfeld heel wat verhalen los waar je niet vrolijk van wordt. Hoe komt dan zo’n opgewekte uitroep over: Weest blij, verheug je?

Nu moet u niet denken dat de Kerk geen weet heeft van al die nood. Integendeel, pastoors weten dat en bisschoppen en zeker ook paus Franciscus. Hoeveel verhalen horen we bij uitvaartgesprekken, rond de ziekenzalving maar ook in biechtgesprekken. Er gebeurt veel in mensenlevens, verdriet en tegenslag, onbegrijpelijke gebeurtenissen, soms zo dat je geneigd bent bij God je nood te klagen omdat je vindt dat Hij het niet goed verdeelt, want vaak komt er teveel tegenslag terecht bij een paar mensen.

Omdat we weten wie we verwachten, kunnen we zeggen: “verheugt u,” want het is Degene die gezegd heeft: “Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt” (Matteüs 11,28). Waneer een karavaan uitgeput is door hitte en droogte en iedereen staat daar met de dood voor ogen, kan je moeilijk zeggen, kop op, houd de moed erin en zing een vrolijk lied. Maar als de kopman zegt, daar over 8 kilometer is een oase. Ik kan hem al zien, ik zie de groene palmen. Dan kan je zelfs tegen een uitgeputte karavaan zeggen, kop op, weest blij, we zetten een vrolijk lied in. De mensheid is zo’n karavaan. De een heeft het zwaarder dan de ander. Het is ongelijk verdeeld. Maar allemaal hebben we Kerstmis voor ogen, daar is onze levende oase die Christus is. En degene die het het zwaarst heeft, mag er de meeste kracht en troost uit putten.

Vandaag horen we in het Evangelie over Johannes de Doper. Hij is een gezant, een apostel van God, een profeet, hij is de grootste van alle profeten, want Hij is het die de Verlosser zal aanwijzen tussen alle mensen die naar hem toekomen. Hij is degene die tegen zijn eigen leerlingen zal zeggen: “Zie daar het Lam Gods. (Johannes 1, 29)” Daarin ligt meteen zijn grootste kwaliteit.

Augustinus schrijft daarover het volgende: “De nederigheid van Johannes was zijn grootste verdienste, hij had de mensen voor de gek kunnen houden, kunnen doorgaan voor de Christus, gezien kunnen worden als de Christus, zo groot was zijn genade en waren zijn deugden en toch verklaart hij openlijk: “Ik ben de Christus niet. – Bent u Elia? – Ik ben Elia niet”. (Uit: Overwegingen over het evangelie van Johannes, nr 4).

Het is een kwaliteit te weten wie je bent en ook te weten wie je niet bent. De grootste ellende ontstaat wanneer mensen op een hoge stoel komen die daarvoor niet in de wieg zijn gelegd, mensen die het vak van demagoog verstaan, maar die de wereld niet naar vrede en gerechtigheid leiden. Dat geldt in het groot en ook in het klein. Wie naar een hoger doel streeft dan hij aankan, zorgt op de duur voor ellende voor anderen en voor zichzelf.

Heel mooi en wijs klinkt daarom Psalm 131 (130): “Mijn hart is niet hoogmoedig, Heer, mijn ogen kijken niet verwaand. Ik streef ook niet naar grote daden, hoger dan ik reiken kan. De stormen zijn bedaard in mij en vredig is mijn geest. Zoals een kind op moeders schoot, zo veilig voel ik mij.

Er is echter nog wel een klein probleem in het Evangelie, iets dat ook Augustinus benoemt. Johannes de Doper zegt hier over zichzelf dat Hij Elia niet is. Terwijl Jezus later zal zeggen: “Want al de profeten en de Wet, tot aan Johannes, hebben het slechts voorspeld; maar als gij het van Mij wilt aannemen: Deze is de Elia die zou komen. Wie oren heeft, hij luistere!”

Het antwoord kan eenvoudig zijn. Elia moest uit de hemel komen, daarheen was hij met vurige paarden opgestegen. Johannes de Doper weet dat hij dat niet is. Hij noemt zichzelf de stem, die roept in de woestijn. Dat is hem genoeg. Een hogere aanspraak heeft hij niet. Jezus geeft hem wel die eer en die titel. Jezus doet dat omdat Johannes werkelijk de Messias heeft aangewezen. Daarmee heeft Johannes de profetie over Elia waargemaakt en daarmee is hij de Elia geworden die werd verwacht.

Johannes helpt ons om ons beter bewust te worden wie wij verwachten. Er is er maar één die deze wereld een nieuwe toekomst kan bieden. Alle anderen die dat claimen zijn afgoden. Dus vul maar in. Geld en rijkdom, techniek en wapens, politieke macht en kennis. Zij kunnen niet de nieuwe hemel brengen. Wanneer ze dat claimen, zijn het afgoden. Dan zijn het nepmessiassen. Wij vieren zondag gaudete, kerstmis nadert, de geboorte van de Messias.

“Ik wil jubelen en juichen in de Heer, mijn ziel wil zich verheugen in mijn God.” “Broeders en zusters. Weest altijd blij.” Amen.

Voorbede

Wij bidden tot God in geloof en vertrouwen.

Wij bidden op deze vreugdevolle zondag voor alle Christenen wereldwijd, vooral voor hen die het zwaar hebben, dat zij vreugde putten uit de Belofte van Kerstmis. Wij vragen dat ze weer nieuwe krachten opdoen om de reis door het leven vol te houden. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor de wereld, we vragen om goede leiders, mensen die weten dat ze geen messias zijn. Wij bidden om bekwame leiders die zich verantwoordelijk weten en die in staat zijn te luisteren naar de heilige Geest. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen. Dat wij van Johannes de Doper leren in alle eenvoud de taken te doen die God ons te doen geeft. Dat we ons bewust zijn dat we daarmee doen wat God vraagt en dat we daarin vreugde vinden. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, om dienstbaarheid waarin we elkaar verder helpen. We vragen dat we deze komende week voor Kerstmis gebruiken om ons hart open te stellen voor God en elkaar. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top