skip to Main Content

Jezus is pas een paar dagen oud, toch herkent Johannes de aanwezigheid van Gods Zoon, zo klein nog en compleet verborgen in de schoot van Maria. Dat wil Lucas de Evangelist ons verhalen, dat is ook het oer-aanvoelen van de gelovige Christen; dat vanaf dag één, de vrucht in de moederschoot als mens wordt erkend en zelfs kan worden herkend.

Eucharistieviering in de parochie van de H. Augustinus, in de kerken van de H. Joannes de Doper (Katwijk) en de H. Laurentius (Voorschoten), weekeinde van 23 en 24 december 2017, om 19.00 en 11.00 uur, door pastoor Michel Hagen. A.M.D.G. – I.H.S.

Preek: B2018ADV04B

Lezingen

E.L: 2 Samuël 7, 1-5, 8b-11, 16
Psalm: Ps. 89 (88), 2-3, 4-5, 27 en 29
T.L: Romeinen 16, 25-27
All. Vers. Lucas 1, 38
EV: Lucas 1, 26-38

Homilie

Nieuw leven. Dat is het waar ik op deze vierde zondag van de Advent met u over wil spreken. Eind verleden jaar speelde er de discussie over de wet afbreking zwangerschap, vanwege een op handen zijnde aanpassing. In de inleiding van de memorie van toelichting van die wetswijziging die op 2 februari 2017 is gepubliceerd (niet zomaar een datum), staat deze zin: “Met deze wet is getracht een evenwicht te vinden tussen twee waarden, te weten het recht van de vrouw op hulp bij ongewenste zwangerschap en de bescherming van ongeboren menselijk leven”. Op dat laatste wil ik vandaag ingaan, vooral naar aanleiding van het Evangelie van vandaag, de Boodschap van de Engel aan Maria, dat zij Moeder van Gods Zoon zal worden.

De Wet spreekt over “het ongeboren menselijk leven”. Jarenlang, ik herinner me de discussies van de tachtiger jaren nog, is er gediscussieerd wat menselijk leven is en op welk moment je daarover zou kunnen spreken. Ook in de Kerk is daarover gediscussieerd, reeds lang voordat er een wet in deze richting werd ontwikkeld, want alle eeuwen door zijn er meerdere standpunten geweest.

Vandaag hebben we dat mooie Evangelie van de aankondiging van de Engel aan Maria, het moment van de Boodschap dat zij Moeder zal worden van Gods Zoon. Dit is het mysterie van ons geloof: God wordt mens. Wanneer Maria een paar dagen na deze Boodschap van de engel naar haar nicht Elisabeth gaat, springt de kleine Johannes, zes maanden oud, in de schoot van Elisabeth, van vreugde op, zodra Elisabeth de groet van Maria hoort. De Evangelist Lucas beschrijft dit en hij kijkt met een medisch geïnteresseerde blik naar deze ontmoeting, die ontmoeting van Elisabeth en Maria, en die ontmoeting van Johannes en Jezus, Jezus is dan pas een paar dagen oud. Als Maria ongeveer drie maanden zwanger is, gaat ze weer terug naar huis.

Jezus is pas een paar dagen oud, toch herkent Johannes de aanwezigheid van Gods Zoon, zo klein nog en compleet verborgen in de schoot van Maria. Dat wil Lucas de Evangelist ons verhalen, dat is ook het oer-aanvoelen van de gelovige Christen; dat vanaf dag één, de vrucht in de moederschoot als mens wordt erkend en zelfs kan worden herkend. Want de kleine Johannes de Doper herkent niet louter Gods aanwezigheid. God is immers altijd en overal aanwezig. Johannes herkent God die mens geworden is. Gods aanwezigheid is voorgoed verbonden, ja is één met deze mens Jezus Christus.

De Wet Afbreking Zwangerschap, zo lezen we, probeert een evenwicht te vinden tussen twee waarden, te weten het recht van de vrouw op hulp bij ongewenste zwangerschap en de bescherming van ongeboren menselijk leven. Ik hoop dat in de memorie van toelichting in de toekomst ooit een andere tekst zal komen te staan. Dit bijvoorbeeld: Deze wet probeert richting te geven indien het recht op kwaliteit van leven van de vrouw in strijd lijkt te komen met het bestaansrecht van het ongeboren menselijk leven, waarbij in acht wordt genomen dat het recht op bestaan van hogere orde is dan het recht op kwaliteit van leven.

Hiermee zeg ik overigens niets over de ingewikkelde problematiek van ongewenste zwangerschappen, of de nood die daaraan verbonden is. Ik wil slecht tegenwicht bieden aan hen die stellen dat de vrucht in de moederschoot niet vanaf het eerste moment een mens is die recht van leven heeft.

Voor een gelovig mens, die zich verdiept in het mysterie van het leven, is het duidelijk dat vanaf dag één een mens zich ontwikkelt. Vaak is gediscussieerd of de mens niet pas mens wordt, wanneer hij een onsterfelijke ziel heeft. Vervolgens wordt er dan gediscussieerd of God deze ziel instort, rechtstreeks, op een bepaald moment en of je dat moment kunt vaststellen of inschatten.

De menselijke ziel, zo leert het geloof, wordt door God rechtstreeks geschapen. Toch is het niet zo duidelijk wat dit betekent. Wat betekent dat scheppen of geschapen zijn? God heeft mij geschapen, met ziel en lichaam. Toch ben ik verwekt bij mijn conceptie en geboren bij mijn geboorte. Dat God mij heeft geschapen is inclusief mijn verwekking en geboorte. Zo is het ook met mijn ziel. Met deze bijzonderheid, dat ik mij afvraag of de ziel kan bestaan zonder de relatie met God. Als mijn lichaam sterft, kent God mij nog steeds door mijn ziel. Door mijn ziel wordt ik door God als mens gekend en bemind, niet in de eerste plaats door mijn lichaam. Dat geldt vanaf het eerste begin. Ja, of ik nu na een dag in de moederschoot sterf, of dat een deel zich ontwikkelt tot een tweeling of drieling of meer. Zodra een mens aan zijn individuele bestaan begint, wordt Hij door God gekend, bemind en geroepen. En ergens in mijn leven ga ik die roep van God verstaan en mag ik antwoord geven.

Op weg naar Kerstmis herinnert de Boodschap van de Engel aan Maria en het bezoek van Maria aan Elisabeth, dat het leven van de mens al vanaf de eerste dag in de moederschoot door God wordt gezien en gekend, bemind en geroepen. De kleine Johannes is in de moederschoot al vanaf zijn zesde maand profeet namens God en zo is Jezus Gods mensgeworden Zoon, Emmanuel, God met ons, vanaf het allereerste begin van zijn leven in de schoot van Maria.

Maria heeft ja gezegd op dit leven, ondanks alle problemen die ze reeds kon voorzien, problemen die er ook kwamen. Maar doordat ze ja heeft gezegd en met God mee heeft gedaan, is de redding van de wereld begonnen. Amen.

Voorbede

Wij bidden tot God in geloof en vertrouwen.

Wij bidden op deze laatste zondag voor Kerstmis voor al het kwetsbare menselijk leven op aarde, het leven in de moederschoot, de kleine kinderen in oorlogsgebieden en hongersnood, mensen die worden uitgestoten of moeten vluchten, ouderen die zich ongewenst en overbodig voelen, dat Maria ons gids mag zijn op weg naar menswaardige samenleving. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor de wereld, we vragen om Gods heilige Geest, om een mentaliteitsverandering in ons omgaan met het leven van mens, dier en plant, om een groter en meer evenwichtig respect voor de natuur en in dit alles eerbied en respect voor God als Schepper. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, om tegenwicht tegenover een mentaliteit van individualisme en eigenbelang, dat we elkaar steunen in moeilijke omstandigheden, zodat we samen de weg kunnen gaan in het voetspoor van Christus. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, we vragen om een nieuwe bewondering en verwondering voor het geheim van het leven, de schoonheid van de natuur en voor de liefde van God voor ons en van mensen onderling. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Back To Top