Skip to content

Een veertigdaagse vasten, wat betekent dat en wat doen we ermee? Als de leerlingen van Johannes de Doper en van de Farizeeën een keer aan Jezus vragen waarom zijn leerlingen niet vasten, antwoordt Jezus: “De vrienden van de bruidegom kunnen toch niet bedroefd zijn, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen dagen komen, dat de bruidegom van hen is weggenomen; dan zullen zij vasten (Matteüs 9, 15).” Hier zien we een link tussen Goede Vrijdag, de veertigdagentijd en het vasten. Als je Christus ziet lijden, kun je dan vrolijk leven en genieten van heerlijke maaltijden en dagelijkse pleziertjes? Als we zien hoe Christus lijdt in onze broeders en zusters in de wereld, door vervolgingen, maar ook door eenzaamheid of op andere manieren, kunnen we dan verder leven alsof er niets aan de hand is?

Als je in het eten en drinken wilt vasten, dan gaat het er om dat je sober eet. Je eet wel, want je moet werken en je moet je gezondheid niet schaden. Maar je eet sober. Daarbij mag je zeker ook denken aan al diegenen in de wereld die niet eens een normaal rantsoen brood of rijst of groente hebben. Ook dat is de lijdende Christus. Jezus wil bemind worden in onze naaste en de veertigdagentijd is een ideale tijd om daarmee bezig te zijn. Zo mag je best afzien van alcohol, roken, snoepen en andere extraatjes.

Paus Leo de grote wijst nog op iets anders: Hij zegt: “… wat elke christen altijd reeds moet doen, moet nu met des te méér zorg en godsvrucht volbracht worden … (Vaderlezing Aswoensdag: Uit een preek van de heilige paus Leo de Grote, † 461)”. Voor deze veertigdagentijd in het jaar van barmhartigheid, zou ik aandacht willen vragen voor wat gewoon zou moeten zijn, maar wat toch altijd beter kan. Gewone dingen mogen iets meer buitengewoon worden. Barmhartigheid vraagt vriendelijkheid, geduld, aandacht, zachtmoedigheid, een goed humeur, en meer van zulke Christelijke houdingen. Wat gewoon zou moeten zijn, is het vaak niet. Hoe reageren we op elkaar, hoe spreken we elkaar aan, zijn we soms bits, scherp, geïrriteerd, kortaf, spreken we lelijk over elkaar en lelijk naar elkaar, zeuren we omdat we onze zin willen doordrijven? Zijn we ongeduldig, hard? In alles moet Jezus Christus ons voorbeeld zijn.

In ons dagelijks leven zijn wij uitgenodigd tot ‘ora et labora’, bid en werk, het juiste evenwicht; God en de naaste, ziel en lichaam. Het vraagt dat we aandacht hebben voor onze dagordening. De veertigdagentijd is een uitgelezen kans om aan het evenwicht te werken. En dan mag de naaste ver weg het ook merken, wanneer we extra geven aan de Vastenactie, omdat wij het hier uiteindelijk toch zoveel beter hebben dan zij daar.

Eigenlijk is de veertigdagentijd alsof we weer even terugkeren naar de klas, maar dan op school bij Jezus; een opfriscursus om te zien wat het is om Christus in de concrete dingen van alledag na te volgen. Als het dan Pasen wordt, kunnen we met een dankbaar en gezuiverd hart zeggen: “Dank U, Heer, ik ben lang niet perfect, maar op een paar punten ben ik toch vooruitgekomen. Laat me nu delen in uw verrijzeniskracht, zodat ik nog meer uw leerling kan zijn”.

Back To Top