Skip to content

Komende zondag ontmoeten we een woestijnprediker, Johannes de Doper. De woestijn doet ons vooral denken aan het volk dat veertig jaar door de woestijn trok. Een mensenleven lang hadden ze nodig om te leren vertrouwen op God en om te leren gehoorzamen. Wat heeft God allemaal moeten doen om dit volk los te maken uit Egypte? De vleespotten waren heel hardnekkig. Wie toen in Egypte een beetje met Farao meedeed, had het zo slecht nog niet, zo kon je heel redelijk overleven. Feitelijk zaten ze echter helemaal vast, er was geen loskomen aan.

Johannes is een vrij man. Vrij om te luisteren en om te doen wat God vraagt. Hij gaat niet op de populaire toer. Hij had kunnen zeggen: “Volk van Israël, jullie zijn allemaal beste mensen, jullie menen het niet slecht, je schiet weleens te kort, maar ja, daar ben je mens voor, God is vergevingsgezind, dus maak je maar geen zorgen, je hoeft niet elke sabbat naar de Synagoge en je hoeft niet zo vroom te zijn, doe maar gewoon, maak je geen zorgen, als je aardig bent voor elkaar, dan kom je er echt wel”. Johannes preekte een doopsel van bekering en tot vergeving van de zonden. Waren die mensen toen zoveel slechter dan wij? Ze waren ook goed voor hun eigen kinderen en voor hun buren; beter een goede buur dan een verre vriend en je weet nooit of de rollen zich niet omkeren. Ook zij aten en dronken, maakten feest, werkten, trouwden, werden ziek, genazen of stierven, genoten van het leven en waren God dankbaar omdat het goed ging.

Wij worden uitgenodigd na te denken in hoeverre Farao ons nog in zijn macht heeft. Farao in onze tijd heet: ‘Kapitalisme, commercie, platvloersheid, gemakzucht, luxe, eigenbelang, hardheid, leegheid in woord en daad, slaafsheid en kuddegedrag, mode en trends, goedgelovigheid, gebrek aan kritische zin naar de maatschappij en de pers, gebrek aan liefde voor God en de naaste.’ Farao hanteert de grote vermomtruc. Hij komt elke generatie onder een andere naam en in een andere gedaante opnieuw te voorschijn, in elk land, elke cultuur en elke tijd. Hij presenteert zich als weldoener, als brenger van geluk, als vredekoning en mensenvriend. Maar hij doodt de kinderen, maakt mensen tot marionetten, tot slaven van hun buik en onderbuik. Farao heeft maar één belang, de mensen binnen zijn systeem houden; geef ze genot en ze lopen achter je aan.

Wie durft vandaag nog zoals Johannes de Doper te zeggen: “Bekeer je, opdat je zonden vergeven mogen worden. Elk dal moet gevuld, elke heuvel geslecht, de kronkelpaden van je leven moeten recht worden”. Bekeer je; kom naar de boeteviering en ga eens biechten. Zou het nog mogelijk zijn? Gezinnen die samen bidden, die danken, die tijd maken voor God en elkaar? Wie durft nog vroom te zijn? Wie durft nog 100% katholiek te zijn? Wie durft voor Jezus uit te komen als de Levende Christus die jouw leven zin en richting geeft? Wie is bereid de pleziertjes van vandaag op te geven om in dienst van God aan de slag te gaan? Zijn wij blij als God ons oproept tot bekering en zegt: “Jouw leven is echt nog niet wat Ik ervan hoop.”?

Laten we ons voorbereiden op zijn komst, zoals Johannes de Doper ons voorhoudt. Zo kan het echt Kerstmis worden.

Pastoor Michel Hagen

Back To Top