Op 24 juni vieren we het feest van Johannes de Doper: ook wel Sint Jan.
Sint Jan leeft in de tijd van Jezus. Hij is de neef van Jezus. Hij bereidt de weg voor Jezus. In dit verhaal maken we kennis met Sint Jan.

Tekening gemaakt in 2015 door Luisa (13 jaar).
Zacharias en Elisabet zijn met elkaar getrouwd, maar ze hebben geen kinderen. Dit komt omdat Elisabet onvruchtbaar is. Op een dag komt er een engel bij Zacharias. Zacharias schrikt en is bang. Maar de engel zegt tegen hem: “Schrik niet, Zacharias, ik kom je vertellen dat Elisabet en jij een zoon zullen krijgen. Je moet hem de naam Johannes geven”. Hij zal je vreugde en blijdschap brengen. Zacharias zegt: “Hoe kan ik daar zeker van zijn? Ik ben een oude man en mijn vrouw is ook al oud.” De engel antwoordt: “Ik ben Gabriël een engel van God. Hij heeft mij gestuurd om je dit blijde nieuws te vertellen. Omdat je me niet gelooft zal je zwijgen en niet kunnen spreken tot de dag waarop je zoon wordt geboren.”
Niet lang daarna wordt zijn vrouw Elisabet zwanger. Een paar maanden later krijgt Maria bezoek van de engel Gabriel. De engel zegt: “Maria, jij wordt de moeder van Jezus, maar je nicht Elisabeth krijgt over drie maanden ook een baby”. Als Maria dat hoort wordt ze helemaal blij. Ze gaat meteen naar haar nicht toe om te zien of ze soms ergens mee kon helpen. Zo is Maria nou eenmaal. Ze denkt er altijd aan om anderen te helpen. Elisabet woont in de bergen. Als ze aankomt begroet ze Elisabet. Meteen als Elisabet de begroeting van Maria hoorde, springt het kind in haar buik van blijdschap op. Dit kind is Sint Jan. Elisabet wordt dan heel blij, ze raakt vervuld met heilige Geest. Ze roept met luide stem: ‘Gezegend ben jij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot.
Dan is het zover. De zoon van Elisabet wordt geboren. Iedereen is dolblij, buren en familie. Elisabet vertelt de mensen dat het kind Johannes heet. Dat vinden de mensen vreemd. Ze zeggen: “Die naam komt in de familie toch niet voor.” Ze vragen het aan de vader Zacharias. Hij kan niet praten en daarom schrijft hij op: ”Zijn naam is Johannes.” Op hetzelfde moment kan hij zijn mond en zijn tong weer bewegen, en weer praten.
Johannes groeit op en wordt een flinke jongen. Als Johannes volwassen is gaat hij naar de woestijn. Daar zitten natuurlijk wilde dieren, maar daar geeft Johannes niet om. In plaats van een jas en broek draagt hij een hemd dat gemaakt is van de haren van de wilde kamelen uit de woestijn. Hij heeft een leren gordel om zijn heupen. Hij eet sprinkhanen en wilde honing. In die tijd krijgt Johannes in de woestijn een woord van God. Hij moet dat woord aan andere mensen doorgeven. Dat doet Hij. Hij gaat naar de rivier de Jordaan en begint het aan iedereen te vertellen. Hij zegt: “Laat je dopen, begin een nieuw leven, doe goede dingen, geen slechte dingen. Kom hier en laat je dopen, dan vergeeft God al je zonden, zo maakt God met jou een nieuw begin.” Veel mensen komen en laten zich dopen. Ze beginnen een heel nieuw leven waarin ze hun best doen het goede te doen en mee te doen met God. Johannes zegt de mensen ook dit: “Degene die na mij komt, is veel belangrijker dan ik, Hij heeft veel meer kracht van God. Ik waag het niet eens om mij te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken. Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de Heilige Geest.” Op een dag komt ook Jezus voorbij. Sint Jan ziet Hem en zegt tegen de mensen “Kijk, daar is Jezus. Hij is veel beter dan ik. Naar Hem moeten jullie luisteren”. Jezus gaat naar Johannes toe en zegt: “Ik wil me ook laten dopen”. Johannes zegt: “Dat kan niet Jezus, want U bent al helemaal schoon. U hebt nog nooit iets verkeerds gedaan. Het zou andersom moeten zijn: U zou mij moeten dopen”. Jezus antwoordt: “Toe maar, doop me maar, want Ik wil iedereen laten zien dat eigenlijk alle mensen zich door jou moeten laten dopen”. Johannes doet wat Jezus vraagt en laat Hem kopje onder gaan in de rivier. Meteen als Jezus uit het water komt, ziet Hij de hemel openbreken en de Geest als een duif op zich neerkomen. Er klinkt een stem uit de hemel die zegt: “Jij bent mijn geliefde Zoon, in wie ik Vreugde vind”. Die stem is van God de Vader. Vanaf die dag af noemen we Johannes, Johannes De Doper.
Na de doop van Jezus gaat Johannes naar het paleis van koning Herodes. Dat is een gemene koning. Hij kijkt de koning recht in zijn ogen en zegt: “Koning, je bent nu wel heel machtig, maar je zou eigenlijk, net als alle mensen, en net als Jezus, je leven moeten veranderen en je laten dopen”. Herodes wordt kwaad en laat Johannes in de gevangenis zetten. In de gevangenis gaat Johannes de Doper door met te zeggen dat de koning zijn leven moet beteren. Uiteindelijk laat Herodes Johannes onthoofden.
MdM
Bronnen: Gezinsboek Advent en Kerst van pastoor Hagen, p. 38 en 40 en het verhaal van opa Klaas over Sint Jan KWD juni 2013.

Tekening gemaakt in 2014 door opa Klaas.
Kindergebed Johannes de Doper
Beste Sint Jan
U kwam uit de woestijn,
om de Doper van Jezus te zijn
Als ik in uw tijd had rond kunnen lopen
dan had ik me vast door u laten dopen.
Want ik wil ook eigenlijk altijd zijn
net als Jezus: eerlijk en rein
Amen
KvdP/MH