U weet ongetwijfeld hoe belangrijk en tegelijk ook hoe moeilijk echt luisteren is. Zó luisteren naar de ander, dat je niet je eigen gedachten in de woorden van de ander legt. Goed spreken is echter ook moeilijk; echt zeggen wat je bedoelt en zó dat de ander je kan verstaan. Luisteren en spreken, spreken en luisteren.
Zoals het in het gewone leven gaat, zo gaat het ook in onze relatie met God. ‘Hoor Israël, Luister Israël, Sjema Israel’ (Deut. 6, 3-9). Nu zeggen mensen weleens: “Ik bid wel, maar God geeft geen antwoord”. De vraag is dus hoe God spreekt en dat God dikwijls antwoord geeft door mensenmonden. Zo lezen we bij Mozes: “Uit uw eigen broeders zal de HEER uw God een profeet doen opstaan zoals ik dat ben, naar wie gij moet luisteren.”
Zouden mensen liever Gods stem rechtstreeks horen? Wat voor stem zou dat zijn? Een bulderstem vanuit het heelal, die gepaard gaat met donder en bliksem? Mozes herinnert het volk eraan dat ze die stem juist niet meer wilden horen: zo angstaanjagend, zo overweldigend, laat God maar liever via Mozes spreken. Maar als God door een mens spreekt, beweren andere mensen al snel dat God ook door hen spreekt: “Natuurlijk spreekt God ook door mij. Jawel God geeft me dit in”.
Wij zijn een Kerk waarin God zijn woorden door mensen heen spreekt, waarin Gods daden zichtbaar worden in een mensengeschiedenis. Maar het is lastig om in het Oude Testament door alle oorlogen en gewelddaden, door alle overspel en bedrog heen, Gods Woord en Gods heilsplan te blijven horen en zien. Net zo lastig is het om in de geschiedenis van de Kerk, met alle zwarte bladzijden toch steeds Gods Woord en Gods heilsplan te herkennen.
Onze Kerk is een gemeenschap waarin God door mensen heen spreekt. Het hoogtepunt daarin is natuurlijk Jezus zelf. Als we in staat zijn te luisteren naar Hem en verstaan wat er bedoeld wordt, dan gaan we zelfs horen wat er niet gezegd is, dat wat er achter de woorden schuil gaat. Daartoe is het nodig dat we leren luisteren, oefenen, steeds opnieuw, dieper luisteren naar wat God door Jezus en door de Kerk tot ons zegt. En hoe beter we luisteren, des te beter wij gaan spreken. “Een goed woord, opbouwend, als mensen het nodig hebben, tot zegen voor de hoorders” (Efese. 4, 29).
Plebaan Michel Hagen
Katholieke Bond van Ouderen (KBO) – Uitgave 7 2024