Een van mijn tantes had maar één goed oog en de dokter durfde de staar aan dát oog niet te opereren, vanwege het risico. Toen ze na een aantal jaar ook met dat oog bijna niets meer zag, heeft hij haar geopereerd. De operatie slaagde en na lange tijd kon ze alles weer zien. Komende zondag horen we hoe Jezus een blinde laat zien (Johannes 9, 1-41). Heeft Jezus toen met die modder op de ogen van deze man een soort miraculeuze staaroperatie verricht? Nee, want de man was blind van zijn geboorte af. Hij had nooit kunnen zien.
Jezus geneest dus een man die vanaf zijn geboorte blind is geweest. Dat is een ongekend mirakel, ook voor onze moderne wetenschap. Door het gebaar dat Jezus stelt (Hij maakt met speeksel wat modder), verwijst Jezus naar het scheppingsverhaal. Daarin vormt God de mens uit kleiaarde. God heeft de mens goed geboetseerd. Met deze genezing herstelt Jezus iets wat in de loop van de tijd en in de ontwikkeling van deze mens fout is gegaan. Voor deze man is de mogelijkheid om te kunnen zien nieuw, het is een nieuwe schepping. In het Evangelie ontspint zich daarna een lang gesprek over de vraag of je op de sabbat mag genezen. God rustte toch op de sabbat? Waarom wacht Jezus niet?
De Farizeeën zien niet wat hier gebeurt, hoe komt dat? Waarom blijven zij gevangen in hun interpretatie en toepassing van hun Sabbatsregels? Wat blokkeert de ogen van hun hart, de ogen van hun geest, de ogen van hun geloof? Die vraag mogen we ook aan onze tijd stellen: Waarom zien veel mensen in de schoonheid van de natuur, in de kracht van het leven en in de liefde van mensen niet God als Schepper? Hoe komt het dat ze Gods werk niet zien maar alles wegredeneren en voortdurend binnenwereldse verklaringen bedenken?
Je kunt op veel manieren blind zijn, je kunt ook geestelijk blindgeboren zijn. Net als mensen die niet kunnen zien vanaf hun geboorte, hebben geestelijk blindgeboren mensen ook niet de vaardigheid ontwikkeld om te zien met de ogen van het geloof, te zien wat mensen door hun geloof kunnen zien die dit vanaf hun jeugd hebben meegekregen. Door onze fixatie op het lichaam, vergeten we dat we ook andere ogen hebben, ogen van het hart en de ziel, ogen van het geloof, waarmee we leren kijken op de manier van Jezus, op de manier van de hemelse Vader, ogen waardoor de heilige Geest ons de ander op een nieuwe manier leert zien.
De Farizeeën zitten vast in hun smalle kijk op de dingen. Ze zijn gevangen in hun eigen systeem. Ze hebben bevrijding nodig, maar weten het niet. Ze hebben Jezus nodig, maar zijn overtuigd van hun gelijk en superioriteit. Ze zijn blind, maar ze denken alles te zien. De blindgeborene komt tot geloof. De Farizeeën niet.
Wat zegt dat over ons en onze tijd? Hoeveel mensen worden geboren in een gezin waarin niemand gelooft? Dan is het des te wonderlijker dat ook nu nog mensen komen naar de priesteropleidingen, dat ook zustercongregaties toch steeds weer roepingen krijgen. Het betekent dat als je van huis uit het geloof niet hebt meegekregen, God toch zijn wegen heeft om ons hart, onze ziel te raken, ons te genezen, te herscheppen en te bevrijden.
Pastoor Michel Hagen