Skip to content

In de parabel van de zaaier bereidt Jezus zijn leerlingen voor op een teleurstelling (Matteüs 13, 24-43). Jezus trekt door het hele land om de Blijde Boodschap te verkondigen. Kan het dan nog zo zijn dat Gods Woord hinder ondervindt? Ja, zegt Jezus, want er zijn ook vijanden voor Gods Koninkrijk. De diabolos is zo’n vijand, de tweedrachtzaaier, de twijfelzaaier, de rotzooitrapper. Ook Israël heeft daar last van. Israël heeft de Wet van Mozes, de Verbonden, de tempel en de eredienst. Maar de diabolos weet ook hier zijn onkruid te zaaien.

Jezus leert zijn leerlingen met alle tegenslagen om te gaan: Mensen verschillen, omstandigheden verschillen en Gods Koninkrijk heeft vijanden. De geschiedenis van Gods Volk is een doorlopend verhaal, waarin de spelers per generatie wisselen, maar de rollen hetzelfde blijven. Daarom behouden de verhalen uit het Oude Testament en de gelijkenissen van Jezus ook nu hun volle waarde en zeggingskracht.

Zoals God mensen inspireert om het goede zaad te zaaien, zo spoort de diabolos zijn mensen aan om ander zaad zaaien; ook binnen de Kerk, ook binnen een maatschappij die in vrede leeft. Jezus spreekt in zijn gelijkenis over onkruid, neptarwe zonder eetbare zaden, iets dat zichzelf steeds maar verspreid.

De strekking is in dat God veel geduld heeft. De dienaren willen meteen aan de slag, maar God wil dat we geduld hebben. Hij zegt: “ik ben bang dat ge, wanneer ge het onkruid bijeengaart, de tarwe mee uittrekt. Laat beide samen opgroeien tot de oogst, …” Oei, dat valt niet mee, dan moet je onrecht verduren en het volhouden tot de momenten van de oogst. Dan zal de Kerk tot aan het einde van de tijd niet in een rechtvaardige wereld leven. Dan zullen we als Christenen met grote regelmaat het onderspit delven, want geweld, haat en wapens treffen veelal geweldlozen, kwetsbaren en onschuldigen.

Toch is dat de houding van Jezus, de houding in het komende Koninkrijk, zo alleen wil God zijn Koninkrijk vestigen, ja daarin zal het Koninkrijk reeds gevonden en ervaren worden. Jezus zegt in zijn gelijkenis: “Ik ben bang dat ge, wanneer ge het onkruid bijeengaart, de tarwe mee uittrekt.” Komt dat omdat het zo met elkaar verworteld is dat het dwars door elkaar heen groeit, of komt het omdat wij, als wij het onkruid uittrekken, het verschil niet zien tussen goede en verkeerde halmen? Oordeelt niet, dan zult ge niet geoordeeld worden; veroordeelt niet, dat zult ge niet veroordeeld worden (Lucas 6, 37). Dat betekent: Steeds kwaad met goed beantwoorden.

Plebaan Michel Hagen

Back To Top