Preek 3e zondag van Pasen, jaar A, 17/18 april 1999
Het mooie van het Emmaüs-verhaal is dat er in de tussentijd iets gebeurd is. Ze gaan anders terug dan dat ze kwamen.
Het mooie van het Emmaüs-verhaal is dat er in de tussentijd iets gebeurd is. Ze gaan anders terug dan dat ze kwamen.
Het sacrament van de biecht is een weergaloze uiting van God's overvloedige vergeving. Hij vraagt ook dat ook wij de naaste vergeven die ons tekort doet. En echte vergeving betekent dat wij de pijn zelf dragen en niet op de ander terugwentelen.
Jezus noemt een mens dood, als die de band met de echte diepte van zijn bestaan kwijt is en daarmee ook de diepte met het bestaan van de ander kwijt. Met Jezus kunnen we terugkomen 'als herboren', 'als een ander mens', als een mens die ziet en hoort wat anderen nodig hebben, die goed zegt en goed doet, als een mens die dood was, maar weer leeft en op weg gaat in Gods liefde.
Kan uit oorlog en geweld nog iets goeds komen? Voor wie gelooft, mag het antwoord alleen “ja” zijn. Niet omdat een oorlog uit zichzelf ooit iets goeds kan bewerken, maar omdat als wij met God meewerken het goede zal overwinnen, omdat God steeds iets nieuws zal scheppen.
Jezus heeft zich laten vernederen om ons een voorbeeld te geven. Als God in zijn Zoon de zwaarste vernedering draagt. Dan kunnen wij ons nergens meer achter verschuilen.
In de lezing van de opwekking van Lazarus herkennen we rond Jezus meerdere groepen. Zij hebben elk zo hun eigen ideeën en gevoelens en reacties. Ik nodig u uit om uw plaats in deze kring te zoeken, hen te zien als een spiegel en hun situatie te vertalen naar uw eigen omstandigheden.
Het eeuwige leven bereik je slechts door de weg van het geloof te gaan, dat is: door het geloof te doen en dit is: Leven met God en Hem navolgen.
Bij het vormsel gaat het om verlangen naar de Geest van God. Voor een definitieve keuze voor God. Om vervulling met de Heilige Geest. De Geest die ons de ogen opent voor Gods aanwezigheid, voor de nood van de ander, voor kansen op vrede, de Geest waardoor wij zicht krijgen op een heilzame toekomst, de Geest die ons tot mensen maakt die licht zien in een duistere wereld.
God heeft dorst naar ons: naar ons geloof, naar ons vertrouwen, naar onze inzet voor de naaste. Hij nodigt ons uit om in naastenliefde geen onderscheid te maken.
In de Doop bevestigt de Vader in de hemel zijn kind op aarde. In Het doopsel, een schitterend sacrament, komt iets van de glans van Gods gelaat over de dopeling.
Jezus gaat de woestijn van het mensenleven en van het lijden om gerechtigheid helemaal door. Hij is een naakte en deemoedige zoon van God. De satan, de tegenstrever ziet dat in. Tegen deze mens kan hij niet op.
De veertigdagentijd is een tijd om te bezinnen op wie we echt zijn. De mens achter het masker en de status. We zullen alleen ontdekken wie wij zijn, als we God als Vader aanvaarden, als we God de ruimte geven, als we ons door God laten onderwijzen.