Skip to content

4 oktober is het feest van Sint Franciscus. St Franciscus is een grote heilige. Op zijn feestdag is het ook dierendag. “Toevallig”, zou je zeggen, “twee feesten op 1 dag”. Maar het is geen toeval. Het is op 4 oktober dierendag juist omdat dit de feestdag is van Sint Franciscus. Hij hield erg veel van dieren. Daarom hebben ze van zijn feestdag ook maar dierendag gemaakt. Onze Paus heeft ook gekozen voor de naam Franciscus. Hij ziet Franciscus als een groot voorbeeld. Wie is Franciscus eigenlijk en wat heeft hij gedaan?

Van rijke jongeman naar…

Franciscus is een jongeman die in de middeleeuwen leeft. Hij woont in de stad Assisi en daarom noemen ze hem ook Franciscus van Assisi. Hij heeft een heel rijke vader. Franciscus wil ridder te worden, met mooie kleren en een mooi harnas en dan maar vechten. Dat lijkt heel leuk, maar als Franciscus voor het eerst als ridder moet vechten ontdekt hij hoe stom het is: slaan, schieten en doodmaken. Hij vindt er niets meer aan. Hij gaat op zoek om iets beters van zijn leven te maken.

Hij zoekt en hij zoekt en op een keer komt hij in een kerk. Terwijl hij daar zit hoort hij ineens een stem, die zei: “Franciscus, Franciscus, jij moet iets beters gaan doen met je leven. Jij moet de kerk van Jezus gaan herstellen”. Franciscus kijkt om zich heen, maar er is niemand. “Ha”, denkt hij, dat is zeker de pastoor die achter een pilaar zit. Maar nee, geen pastoor te bekennen. Dan hoort hij het weer, dezelfde stem en dezelfde boodschap. De stem komt van het kruisbeeld dat boven het altaar hangt. Hij snapt dat de opdracht van Jezus zelf komt.

Maar wat betekent die opdracht? Hij kijkt om zich heen en ziet dat het dak van de kerk kapot is en dat de verf van de muren afbladdert. Direct rent hij naar de winkel, koopt verf en dakpannen en gaat aan de slag. Echt opschieten doet het niet, alleen aan het werk in zo’n grote kerk.

Na een paar dagen komt de vader van Franciscus een kijkje nemen. Want die krijgt thuis steeds maar rekeningen voor hout en voor verf . Als zijn vader ziet wat Franciscus aan het doen is wordt hij ontzettend boos. Hij vindt het grote onzin, dat van die opdracht van Jezus en neemt Franciscus direct mee naar huis. Eenmaal thuis zit Franciscus te treuren dat het hem niet lukt om te doen wat Jezus tegen hem heeft gezegd. Hij is heel bedroefd, maar hij heeft ook tijd om na te denken. Hij denkt: “Misschien bedoelt Jezus wel niet dat ik het dak van de kerk moet repareren, maar dat ik de mensen moet laten zien wat Jezus nou eigenlijk van ze wil.”

Maar wat wil Jezus nou eigenlijk van mensen? Wie weet het?
(…)
Jezus wil is dat wij van God en van elkaar houden en goed voor elkaar zijn.

‘Ik ga proberen om mensen te laten zien hoe dat moet’ zegt Franciscus en hij loopt de stad uit. Buiten de poort van de stad gekomen ziet Franciscus een arme zieke man. Die man is melaats. Dat is een heel erg besmettelijke ziekte. Als je dicht bij komt kan je zelf ook melaats worden. Daarom wil niemand meer iets met deze melaatse te maken hebben en vooral ver bij hem uit de buurt blijven. En wat doet Franciscus? Hij gaat juist wel naar de man toe, geeft hem al zijn geld en omhelst hem zelfs.

Als zijn vader dat hoort denkt hij: “Mijn zoon is gek geworden”. Hij neemt Franciscus weer mee naar huis en sluit hem op. Franciscus laat zich daardoor niet van de wijs brengen. Hij klimt op het dak van het huis en roept alle arme mensen van de stad bij elkaar. Hij heeft geen geld meer , daarom gooit hij al zijn kleren vanaf het dak naar beneden. “Voor jullie” zegt hij, “Ik ga voortaan alles met jullie delen”. Zijn vader wordt weer boos, woedend om precies te zijn. Hij stuurt Franciscus het huis uit en verbiedt hem om nog ooit in de stad terug te komen.

Franciscus leeft nu van geld dat goede mensen aan hem geven. Het meeste van dat geld geeft hij weg aan de armen. Het kost veel moeite en pijn, maar veel mensen zien dat wat hij doet goed is en precies wat Jezus wil. Hij heeft alleen nog maar zo’n bruine pij aan en die zit nog vol gaten. De volgelingen van Franciscus, die heten Franciscanen, dragen daarom nog steeds zo’n bruine pij.

Sint Francisus & de dieren

Maar hoe zit dat nu met Franciscus en de dieren? Hij is een echte dierenvriend. Franciscus houdt niet alleen van dieren, hij praat er ook mee en de dieren luisteren naar hem. Vaak, als hij aan het bidden is, komen van heinde en verre allemaal vogels om hem heen zitten. En ze kwetteren en ze tsjirpen alsof ze willen zeggen: “Wij zijn hier en wij bidden met je mee”. Na een tijdje zegt Franciscus dan: ‘Stttt Dank je wel lieve vogels, maar nu moeten jullie even stil zijn, terwijl mijn vrienden en ik bidden, dan bidden we straks weer allemaal samen’ En dan wordt het doodstil, tot Franciscus een teken geeft en dan barst van alle kanten het gezang van de vogels weer los.

Sint Francisus & de wolf

De mensen hebben veel last van een grote hongerige wolf. Maar die wolf heeft ook last van de mensen, die proberen hem steeds te slaan en weg te pesten. Franciscus kan met dieren omgaan én hij is niet bang. Hij praat eerst met de boze wolf en toen met de boze mensen en tenslotte zegt hij: “Ik denk dat het beter is als jullie vrede sluiten”. Dan steekt de wolf als eerste zijn poot uit en de mensen leggen hun wapens neer. Ze praten met elkaar en het blijkt dat er genoeg eten is voor de mensen en voor de wolf. Vanaf die dag af leven de mensen en de wolf in vrede. Dat is een wonder, nietwaar? Een wonder, ja, dat was het hoe Franciscus altijd vrede wist te maken.

Waarom heilig?

Sint Franciscus probeert in zijn leven echt te doen wat Jezus van hem wil. Hij is heilig, omdat hij in alles wat hij deed steeds meer op Jezus ging lijken.

De nalatenschap van Sint Franciscus

Maar Franciscus heeft ons nog drie dingen nagelaten waar we heel blij mee kunnen zijn.

Ten eerste heeft hij ons een heleboel mensen nagelaten – een orde noemen ze dat – die net doen zoals hij en die ook vinden dat geld en mooie kleren minder belangrijk zijn dan delen en vrede stichten. Die mensen heten naar hem Franciscanen en als je ze tegen komt zeggen ze altijd: ‘Vrede voor jou’ Hoe vind je dat?

Het tweede heeft met Kerstmis te maken. Dan hebben veel mensen een Kerststal met Jozef, Maria en het kindje Jezus, de herders, de drie koningen en de dieren. Het idee om dat te doen komt van Franciscus. Wat een goed idee hé?

Franciscus hield veel van God en hij kon goed bidden. Een bekend gebed dat hij heeft gemaakt heet het Zonnelied. Een ander heet het Gebed van de vrede. We hebben daar een kinderversie van gemaakt. Bidden jullie mee?

KvdP, september 2012.
De catechese was op woensdag 17 oktober 2012 om 18.30 uur en op woensdag 17 april 2013 om 18.30 uur te beluisteren op Radio Maria (675 AM) in het dagelijkse kinderprogramma ‘Dag God, met mij!

Kindergebed van de vrede van Franciscus

Heer, maak mij een vriend van de vrede
Waar ruzie is, laat mij het goed maken
Waar gegild wordt, laat mij rust geven
Waar bangheid is laat mij hoop brengen
Waar niemand wil delen, laat mij maar delen
Waar het donker is, laat mij licht maken
Waar tranen zijn, laat mij lachen brengen
Waar mensen een hekel hebben aan elkaar,
laat mij ze de liefde voordoen.

Want het is beter te geven dan te pakken,
Beter te delen met elkaar, dan verdeeld te zijn,
Beter te prijzen dan geprezen te worden

Amen.

Heer, maak mij een vriend van de vrede
Waar ruzie is, laat mij het goed maken
Waar gegild wordt, laat mij rust geven
Waar bangheid is laat mij hoop brengen
Waar niemand wil delen, laat mij maar delen
Waar het donker is, laat mij licht maken
Waar tranen zijn, laat mij lachen brengen
Waar mensen een hekel hebben aan elkaar,
laat mij ze de liefde voordoen.

Want het is beter te geven dan te pakken,
Beter te delen met elkaar, dan verdeeld te zijn,
Beter te prijzen dan geprezen te worden

Amen.

Vandaag gaan we het hebben over engelen. We zullen hier samen over praten en ook wat verhalen lezen uit het Evangelie die gaan over engelen.
Het eerste verhaal uit het Evangelie gaat er over dat God een engel stuurt naar Maria.

Evangelie: een engel komt bij Maria

Lucas 1, 26-35
Tekst afkomstig van het Gezinsboek Ons Dagelijks Brood – Advent en Kerst
Korte verhalen uit het Evangelie voor iedere dag, p. 76 (www.dagelijksbrood.nl)

“God stuurt een engel naar Maria. De engel zegt: ‘Dag, Maria’. Maria schrikt. De engel zegt: ‘Je hoeft niet te schrikken, ik heb heel goed nieuws. Je krijgt een kindje. Dat kindje heet Jezus. Hij is de zoon van God.’ Maria zegt: ‘Dat kan toch niet?’ ‘Jawel’, zegt de engel, ‘God Zelf zorg ervoor’. ‘Dan is het goed’, zegt Maria. Nu gaat de engel weer terug naar God.”

Dat is een mooi verhaal hè? De engel vertelt Maria dat ze moeder wordt van Jezus, de zoon van God. Laten we eens kijken wat we door dit verhaal te weten kunnen komen over engelen.

Door wie wordt de engel gestuurd?
(…)

Ja, inderdaad de engel komt van God. En hij komt niet zomaar hè? God heeft hem een opdracht gegeven, een taakje.

Wat komt de engel doen bij Maria?
(…)

Hij komt dus iets vertellen. Hij komt een boodschap van God brengen. Engelen zijn dus boodschappers en helpers van God. Het woord engel betekent ook “boodschapper”.

Er zijn nog meer verhalen in de bijbel waarin engelen boodschappers zijn van God. Denk maar aan het verhaal van de kerstnacht. De nacht dat het kindje Jezus is geboren.

Evangelie engelen komen bij de herders

Lucas 2,14
Vrij naar tekst afkomstig uit het bovengenoemde Adventboek blz. 92.

“De keizer van Rome wil weten hoeveel mensen er in alle landen wonen. Omdat hij dat wil, moeten Jezus en Maria op reis. Ze reizen van het dorp waar ze wonen (Nazaret) naar het dorp waar ze vandaan komen: Betlehem. Ze gaan op weg. Maria is in verwachting. Ze weet dat haar kindje snel zal komen. Ze komen in Betlehem. Daar wordt het kindje geboren. In een stal, want in de herberg was geen plaats voor hen. Maria legt het kindje in de kribbe. In de buurt van de stal zijn herders, ze bewaken hun schapen. Ineens verschijnt er een engel van God en het licht van God straalt van hem af. De herders worden er bang van. Maar de engel zegt: ‘Wees niet bang, ik breng een goed bericht, iedereen moet het weten: Vandaag is een redder geboren. Het is Christus de Heer. Ga maar kijken. Je zult een baby vinden in doeken gewikkeld en het ligt in een kribbe’. Meteen komen er nog meer engelen, het zijn er geweldig veel en ze zingen voor God het lied: ‘Eer aan God in de hoge en vrede op aarde aan de mensen die doen wat God vraagt.’”

Ook deze engelen komen een boodschap brengen van God; ze vertellen van de geboorte van het kindje Jezus. Maar engelen doen nog meer dan boodschappen brengen van God. Laten we nog een laatste verhaal uit het Evangelie lezen. Dit verhaal gaat over Jezus zelf. Het is het verhaal van Jezus op de Olijfberg. Het is de avond voordat Jezus wordt opgepakt door de soldaten, gevangen genomen en daarna gekruisigd.

Evangelie een engel komt bij Jezus op de Olijfberg

Lucas 22, 39-43

“Jezus was op de Olijfberg om te bidden. Hij wist toen al wat er met hem zou gaan gebeuren. Namelijk dat hij veel pijn zou krijgen en hij zou sterven aan het kruis. Hij werd bang. Hij bad tot Zijn Vader in de hemel. Toen kwam er een engel uit de hemel die Hem kracht gaf.”

Hier zien we dat God een engel stuurt om te helpen, om te troosten en om kracht te geven, zodat je ook moeilijke, lastige of zware dingen aankunt. Dus dat doen engelen ook, helpen, troosten en kracht geven, namens God.

Wat denken jullie: Komen engelen alleen voor in de Bijbel of bestaan ze ook nu nog?
(…)

Engelen bestaan ook nu nog. Sterker nog: Iedereen heeft een eigen beschermengel. Dit is je engelbewaarder die je beschermt en je helpt. Je hele leven lang. Sommige kinderen kennen hun beschermengel heel goed, andere kinderen kennen hun beschermengel wat minder goed of helemaal niet. Het belangrijkste is dat je onthoudt; dat je een beschermengel hebt die je hele leven bij jou is. Waar je ook bent. Je kunt je beschermengel altijd om hulp en bescherming vragen. Bijvoorbeeld als je bang bent of verdrietig. Hieronder vind je een gebedje, maar het kan ook in je eigen woorden.

MdM, juli 2012.

Kindergebed aan beschermengel

Lieve heilige Engelbewaarder,
Die mij altijd vergezelt,
Op het brugje langs het water,
Op de paadjes in het veld,
U wil ik eerbiedig groeten,
Want Gij volgt mij op de voeten.

Wil mij alstublieft bewaren,
Waar ter wereld of ik ga,
Voor de duizenden gevaren,
Die ik zelf niet eens versta;
Wil mij naar de hemel leiden,
Want daar wacht ons Jezus beiden. Amen

Lieve heilige Engelbewaarder,
Die mij altijd vergezelt,
Op het brugje langs het water,
Op de paadjes in het veld,
U wil ik eerbiedig groeten,
Want Gij volgt mij op de voeten.

Wil mij alstublieft bewaren,
Waar ter wereld of ik ga,
Voor de duizenden gevaren,
Die ik zelf niet eens versta;
Wil mij naar de hemel leiden,
Want daar wacht ons Jezus beiden. Amen

Evangelie

Marcus 7,31-37

Jezus was op reis. Hij vertrok uit de streek van Tyrus en hij ging via Sidon naar het meer van Galilea. Dit meer ligt midden in de streek van Dekápolis.
Toen hij daar was aangekomen, brachten de mensen een doofstomme man bij Hem. Een doofstomme is iemand die niet kan horen en niet kan praten. De mensen smeekten Jezus om zijn hand op het hoofd van de doofstomme te leggen. Dit heet ook hand opleggen’.

Jezus nam de doofstomme man apart. Hij ging samen met de man een eindje verderop staan, weg van de kring van alle andere mensen. Toen ze alleen stonden, stak Jezus zijn vingers in de oren van de doofstomme man. Hij raakte ook de tong van de man met speeksel aan. Toen keek Jezus naar de hemel, zuchtte en sprak tot de man: “Effeta”.
“Effeta” betekent: ‘Ga open’. Meteen gingen de oren van de man open, en werd de band van zijn tong losgemaakt. De man kon daardoor weer spreken en de hij sprak goed. Zodat iedereen hem kon verstaan.

Jezus zei tegen de man en alle andere mensen: “Jullie mogen dit aan niemand vertellen, echt aan niemand” Maar hoe sterker hij dit verbood, des te meer vertelden de mensen het. Ze waren buiten zichzelf van verbazing. Ze riepen uit: “Hij doet goed aan iedereen, Hij laat doven horen en stommen spreken.”
Een doofstomme is iemand die doof is, die dus niet kan horen. En tegelijk stom, dat betekent dat je niet kan spreken. Stel je eens voor: Niet kunnen horen en niet kunnen praten. Dat betekent dat je bijna geen contact kan hebben met de mensen om je heen. Je kunt niet horen wat ze zeggen en je kunt ook zelf niks vertellen. Dat kan best moeilijk en eenzaam zijn.

Jezus neemt de doofstomme man apart. Hij gaat een eindje van de andere mensen af staan. De man is dus alleen met Jezus. Waarom zou Jezus de man apart nemen?
(…)
Jezus doet dit om ervoor te zorgen dat de doofstomme zich op Jezus kan concentreren, zonder dat andere mensen hem afleiden. Dat kan wel eens belangrijk zijn hè? Even niet teveel mensen om je heen, zodat je zelf kan nadenken en je aandacht kan geven aan wat echt belangrijk is. In dit geval aan ‘Wie’ echt belangrijk is: Jezus

Het zal vast niet de eerste keer zijn dat de doofstomme man probeert beter te worden. Tot nu toe is het niemand gelukt, ook de doktoren konden de man niet helpen. Jezus kan het wel. In het Evangelie hebben we gehoord, dat Jezus voor de genezing naar de hemel kijkt. Hij heeft het dus niet alleen gedaan. Hij heeft het samen met God de Vader gedaan. Daarom lukt het Jezus wel om de man te genezen.

Nu is de man genezen. Heel belangrijk voor de man. Vooral omdat hij nu veel makkelijker contact kan hebben met de mensen om hem heen. Contact hebben met andere mensen is heel belangrijk. Samen ben je sterker dan alleen. Er bestaat een spreuk: ‘Alleen ben je sneller, maar samen kom je verder’ Dat is helemaal waar en samen kom je niet alleen verder, maar is het ook nog eens fijner.

Valt het jullie op dat Jezus de mensen verbiedt om te vertellen over de genezing? Ze krijgen een spreekverbod opgelegd. De arme man: kan hij net eindelijk praten, moet hij al weer zwijgen.

Waarom mogen de mensen niet praten over het wonder dat Jezus heeft gedaan?

Jezus wil niet dat de mensen alleen bij Hem komen om wonderbaarlijke genezingen te zien. Jezus wil de mensen vertellen over God de Vader. De wonderen die hij doet hebben ook nog een extra bedoeling, betekenis. Het zijn tekenen die ons iets kunnen leren.

Wat zou Jezus ons dan willen leren? De meeste van ons zijn niet doofstom en kunnen goed praten en luisteren. Toch wil Jezus ook ons iets zeggen. Wij zijn misschien wel niet echt doof, maar kunnen het soms toch wel zijn. Namelijk op al die momentjes dat wij God niet horen en niet naar hem luisteren.

Ik zal een voorbeeld geven. Stel je voor, iemand vraagt jou: “Zeg zullen we dat meisje daar verderop eens aan haar staartje trekken en haar gaan uitlachen?” Als je op zo’n moment goed zou luisteren naar God, dan zou je waarschijnlijk iets horen als: “dat zou je zelf ook niet fijn vinden, doe het maar niet” of “denk eraan om lief te zijn voor alle mensen om je heen, dus ook voor dat meisje”.

Het kan gebeuren dat je God op zo’n moment niet hoort hè? Soms vergeet je te luisteren. Soms lukt het niet om te luisteren, omdat het andere kind er misschien wel doorheen tettert: “Kom op nou joh, kom je nu mee, laten we aan dat staartje gaan trekken … Huphup” En dat je meedoet, om wat voor een reden dan ook en dat je daar later spijt van hebt. Op zo’n moment ben je zelf ook doof. Doof voor wat God tegen je zegt en van je vraagt. En dat komt natuurlijk vaker voor. Het kan best moeilijk zijn om God goed te horen: voor kinderen maar ook voor volwassenen. Toch kunnen we ons best doen om wel te luisteren naar God en ook te doen wat Hij van ons vraagt. We kunnen God hierbij om hulp vragen; bijvoorbeeld met het gebedje hieronder.

De catechesewas op woensdag 5 september 2012 om 18.30 uur te beluisteren op Radio Maria (675 AM) in het dagelijkse kinderprogramma ‘Dag God, met mij!’

Kindergebed om God beter te verstaan

Goede God,
We willen graag naar U luisteren
En doen wat U vraagt
Soms is dat moeilijk
Het lijkt dan wel of we doof zijn
Wilt U ons helpen
dat we U beter verstaan?
Amen.

MdM, juni 2012.

Goede God,
We willen graag naar U luisteren
En doen wat U vraagt
Soms is dat moeilijk
Het lijkt dan wel of we doof zijn
Wilt U ons helpen
dat we U beter verstaan?
Amen.

Jezus geeft les. Hij zegt: ‘Let op wat God van je vraagt. Doe goede dingen, help, wees eerlijk en sportief, maar probeer daar niet door op te vallen of de aandacht ermee te trekken. Want als je zo de aandacht van mensen krijgt, hoeft God jou geen aandacht meer te geven, dan heb je al genoeg aandacht gekregen.

‘En als je iets geeft’, zo vertelt Jezus verder, ‘voor een collecte of een goed doel, praat er dan niet over. Dat doen opscheppers en bedriegers. Die willen opvallen, op straat en op school . Ze willen bewonderd worden en van iedereen complimenten krijgen. Let op wat Ik zeg: ze hebben hun beloning al gekregen. Ze hebben dus niets meer te goed. Nee, doe het liever zo: als jij iets geeft voor een collecte of aan de mevrouw van de daklozenkrant bij de supermarkt, doe het dan onopvallend, zonder dat anderen het merken. Je linkerhand hoeft niet te weten wat je rechterhand doet. Je Vader in de hemel weet het toch? Hij houdt een beloning voor jou apart.’

‘Met bidden is het net zo’, zegt Jezus. ‘Doe nooit overdreven. Denk niet bij jezelf: ze zullen mij wel heilig vinden. Dan ben je het zeker niet. Als mensen jou zo bejubelen omdat je iets goeds hebt gedaan, dan hoeft God je geen beloning meer te geven. Die beloning heb je dan al gekregen door al die bewondering van mensen. Doe dus gewoon, bid gewoon, ook thuis, en op je slaapkamer. God ziet het en is blij. God houdt in de hemel een beloning voor jou apart.’

‘En wanneer je gaat vasten, doe het dan ook niet overdreven, zodat iedereen het wel moet zien. Dan lijk je op een schijnheilige, een nep-heilige, die aan anderen wil laten zien dat hij vast. Die heeft zijn loon dus al gekregen. Die heeft niets meer tegoed. Als jij vast, doe dan alles gewoon. Niemand hoeft het te zien. Je kunt ook zo vasten dat anderen het niet merken. Je doet het toch voor God, niet voor de mensen? En God ziet het echt wel. God heeft iets goeds voor jou in gedachten.’

We horen dat Jezus ons les geeft. De les gaat over iets goeds doen. Jezus zegt: “Als je iets goeds doet, moet je je niet uitsloven. Daar houdt God niet van. Doe iets goeds, wees lief, ook als niemand het merkt. Want God merkt het wél. God ziet het en God is dan blij met jou.”

=====
Wat nou als andere mensen wel zien dat je iets goeds doet? Mag dat? Wat denken jullie?
(..)
Ja hè, Natuurlijk wel. Als je het maar niet expres dáárom doet. Het gaat om het verschil tussen ‘uitsloven, willen opvallen’ en ‘gewoon doen’
=====

Jezus zegt ook ‘Je linkerhand hoeft niet te weten wat je rechterhand doet’ Je linkerhand is de hand die het geld, de portemonnee vasthoudt. Het is de hand die het geld telt en het spaart. Je rechterhand is de helpende hand. De hand die weggeeft en helpt.

Jezus wil ons aansporen te geven aan mensen die het nodig hebben. Dat kost natuurlijk spaargeld of geld dat je ergens anders voor nodig hebt.

Iets geven aan een ander en bidden, dat vindt Jezus dus belangrijk. Maar Jezus leert ons wel om het echt uit liefde te doen: uit liefde voor God en liefde voor de mensen. Als we het alleen maar doen, omdat anderen het kunnen zien, heeft het mindere waarde voor God.

=====
Waarom vindt God het belangrijk dat je goed doet uit liefde in plaats van om op te vallen bij andere mensen?
(…)
Stel je voor: je bent jarig en je geeft een feestje. Je vriendje koopt een kado. Bij het kopen van het kado kan je vriendje denken: “Wat zou de jarige nu eens leuk vinden om te krijgen? Waar maak ik de jarige job blij mee?” Je vriendje kan ook denken: “Met welk kado kan ik nu eens goed opvallen bij alle andere kinderen op het partijtje? Met welk kado ben ik ‘cool’ bij de anderen…”

Wat zou jij fijner vinden?
(…)

Met God is het precies zo. Hij is het meest blij als je lief bent uit liefde voor Hem en voor de mensen.
=====

Soms is het best moeilijk om goede dingen uit liefde te doen. Bijvoorbeeld als je iemand niet zo aardig vindt. Of als je zelf niet zo lekker in je vel zit, als je bijvoorbeeld moe of boos bent. Gelukkig kan je God om hulp vragen. Je kan het bijvoorbeeld vragen aan God de Heilige Geest, in je eigen woorden of met het gebedje hieronder.

MdM
Bron: Vrij uit het gezinsboek ‘Ons Dagelijks Brood – veertigdagentijd’ van pastoor Hagen, pagina 8.

Kindergebed

Kom Heilige Geest,
kom Geest van wind en vuur
Maak ons vol van liefde
Ook als wij moe of boos zijn
Help ons om uw liefde door te geven
aan de mensen om ons heen
aan mensen die we aardig vinden
en aan mensen die we soms niet zo aardig vinden.
Amen

God de Heilige Geest

Tekening Olivia (8 jaar)

Kom Heilige Geest,
kom Geest van wind en vuur
Maak ons vol van liefde
Ook als wij moe of boos zijn
Help ons om uw liefde door te geven
aan de mensen om ons heen
aan mensen die we aardig vinden
en aan mensen die we soms niet zo aardig vinden.
Amen

EV Marcus 4, 26-34

Vandaag vertelt Jezus over het Koninkrijk van God. Hij zegt tegen de mensen: “Willen jullie weten hoe het gaat met Koninkrijk van God? Denk dan aan een boer die zaadjes op zijn land strooit. Hij doet dat en wacht af. Hij slaapt en staat weer op. Nachten en dagen gaan voorbij. Ondertussen kiemt het zaad en het plantje begint te groeien. De boer weet niet hoe. De aarde doet het vanzelf, uit eigen kracht. Eerst de groene halm, dan de aar, dan het volgroeide graan in de aar. Als het graan rijp is, hakt de boer het graan af met een sikkel. Dan is het tijd voor de oogst.”

Jezus vertelt nog verder: “Waar kunnen wij het Rijk van God mee vergelijken? Het lijkt op een mosterdzaadje. Als je dat in de grond stopt is het wel het allerkleinste zaadje op aarde. Als het eenmaal is gezaaid komt het omhoog en het wordt groter dan alle andere planten in de tuin. Vogels bouwen dan nestjes in die boom.”

We horen dat Jezus praat over het Koninkrijk van God. Het Koninkrijk van God is de wereld waarin mensen met God leven.

Kan jij bedenken hoe dat zal zijn?

Inderdaad het Koninkrijk van God is een heel mooi koninkrijk. Het is fijn om er te zijn, een hemel op aarde. Het belangrijkste in dat Koninkrijk is de liefde. De liefde voor God en de liefde voor elkaar. In dit Evangelie legt Jezus uit hoe het werkt; het Koninkrijk van God. Laten we beginnen met de vergelijking met het mosterdzaadje. Dit is inderdaad een piepklein zaadje. Als je het in de grond stopt wordt het een grote plant. Zo gaat het ook met het Koninkrijk van God. Het begint met piepkleine dingen die God laat uitgroeien tot iets groots. De mosterdzaadjes van het Koninkrijk van God zijn de goede dingen die wij voor anderen doen. Ook al zijn ze nog zo klein. Stel je eens voor dat jij iets kleins en goeds voor iemand anders doet.

Kan jij iets bedenken?

Laten we als voorbeeld nemen, dat er een meisje op het schoolplein wordt gepest en jij zegt: “Kom dan spelen wij samen”. Of als een jongen op school zijn pauzehapje is vergeten en jij deelt jouw pauzehapje. Als je zoiets hebt gedaan maakt dat je meestal al meteen blij, want het is fijn om iets liefs te doen. Maar er gebeurt veel meer. Jouw kleine zaadje, jouw kleine goede daad, gaat groeien. En God helpt daarbij natuurlijk een handje. Je kan niet zien hoe dat gebeurt. Dat vertelt Jezus ook in het eerste verhaal dat we net hebben gehoord; het verhaal van de boer die een zaadje plant. De boer plant het zaadje en gaat daarna allemaal andere dingen doen. Maar ondertussen groeit het zaadje wel. De boer kan het niet zien en hij weet ook niet precies hoe het groeit. Ook jouw kleine goede daad gaat groeien, je ziet dat niet en je snapt het niet, maar het gebeurt wel. Misschien heeft een ander kind bijvoorbeeld gezien, dat jij het meisje hielp dat werd geplaagd. En dacht dat andere kind: “De volgende keer als zoiets gebeurt help ik ook”. Of misschien was het meisje dat werd geplaagd wel zo blij geworden, dat ze dacht: “laat ik vandaag ook eens iets heel liefs doen en op bezoek gaan bij mijn zieke oma.” De jongen die de helft van jouw pauzehapje kreeg, zal misschien de volgende keer zelf ook iets delen. Dat zie jij allemaal niet, en je zal het misschien nooit weten, maar het gebeurt wel. En ook nog op duizend andere manieren die je niet eens kan bedenken. Zo groeit jouw kleine goede daad. Het groeit steeds groter, want ook de goede daden van dat andere meisje en die andere jongen, zijn natuurlijk weer als mosterdzaadjes die gaan groeien. Zo werkt het dus, het Koninkrijk van God, en jij kan er aan meehelpen met hele kleine dingen. Je kan God daarbij vragen om jouw kleine goede daden te laten groeien. In je eigen woorden of met het gebedje hieronder.

MdM, mei 2012.
Deze catechese was op woe. 13 juni a.s. om 18.30 uur te beluisteren op Radio Maria 675 AM in het kinderprogramma ‘Dag God, met mij!’

Gebedje mosterdzaadje

Goede God
Dank u voor alle goede dingen. (je kan hier wat dingen opnoemen die vandaag fijn waren)
Ik wil graag mee helpen om te bouwen aan uw Koninkrijk.
Ik wil mijn best doen om kleine goede daden te doen.
Wilt u mij daarbij helpen?
En wilt u mijn kleine goede daden laten groeien?
Amen

Goede God
Dank u voor alle goede dingen. (je kan hier wat dingen opnoemen die vandaag fijn waren)
Ik wil graag mee helpen om te bouwen aan uw Koninkrijk.
Ik wil mijn best doen om kleine goede daden te doen.
Wilt u mij daarbij helpen?
En wilt u mijn kleine goede daden laten groeien?
Amen

Op Pinksteren horen we in de Kerk dit verhaal:

Handelingen 2,1-11

Het was Pinksteren. De leerlingen van Jezus waren samen. Plotseling kwam uit de hemel een rumoer alsof er een hevige wind opstak. Het huis waarin ze waren was er vol van. Daarna verscheen er iets dat op vuur leek. Het vuur verdeelde zich in een soort tongen. De vuurtongetjes verschenen boven de hoofden van de leerlingen. De leerlingen werden allemaal vervuld van de heilige Geest. Zij konden opeens spreken in vreemde talen.

In Jeruzalem woonden mensen van over de hele wereld, met elk een andere moedertaal. Zij hoorden het geluid en gingen kijken bij het huis van de leerlingen. Ze hoorden de leerlingen spreken in hun eigen  taal.  Zij waren heel erg verbaasd. Ze zeiden: “Dat zijn toch Galileeërs?” Hoe kan het dat zij onze moedertaal spreken? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotámië, van Judea en Kappadócië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Líbië bij Cyréne, Romeinen, Joden, proselieten, Kreténzen en Arabieren, allemaal hoorden ze de leerlingen spreken in hun eigen taal. En waar spraken de leerlingen over? Over Gods grote daden!

 

door kinderkoor Kleuterkerk H. Augustinus 2015.

Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotámië enzovoort. Wie zijn dat? Het zijn verschillende volkeren, maar ze komen ons waarschijnlijk niet zo bekend voor. Misschien begrijpen we het laatste stuk van het verhaal beter als we het vergelijken met de Europese Unie. Jullie weten misschien wel, dat 27 landen in Europa samenwerken en daardoor bij elkaar horen. Ze doen dit om de vrede te bewaren. Want als je samenwerkt maak je minder snel ruzie en komt er geen oorlog. Deze landen samen noemen we de ‘Europese Unie’.

***Hoeveel van de 27 landen (lidstaten) kunnen jullie opnoemen?***

Vast niet allemaal, dit zijn ze: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en Zweden. In bijna al die landen worden andere talen gesproken Duits, Nederlands, Grieks, Bulgaars, Spaans, Portugees, Slowaaks, Frans en nog veel meer talen. Soms kennen we de taal van één van de andere landen, maar meestal niet.

***Welke talen versta jij?***

Laten we nu eens net doen of het Pinksterverhaal zich niet afspeelt in Jeruzalem, maar in Brussel. Brussel is de hoofdstad van België, maar ook een soort hoofdstad van de Europese Unie. In die stad wonen en werken daarom ook mensen uit alle landen van de Europese Unie.

“Op een dag horen de mensen in Brussel veel lawaai. Ze gaan buiten kijken. Ze zien de leerlingen. Ze weten dat die niet uit hun land komen. Maar toch spreken de leerlingen hun taal. Ze horen alle talen van de landen van de Europese Unie! De Bulgaren horen de leerlingen praten in het Bulgaars. De Denen in het Deens. De Duitsers horen Duits, de Italianen Italiaans en ga zo maar door….”

Snap je nu hoe verbaast die mensen waren? Je begrijpt ook dat ze goed gingen luisteren. Wat zouden de leerlingen te zeggen hebben? En waarom kijken ze zo blij? Ze horen dan, dat de leerlingen zo blij zijn over de grote goedheid van God. De leerlingen kunnen niet meer stoppen met daarover te praten. Dat was eerst anders. Daarvoor waren ze een beetje verlegen. Ze waren ook bang. Bang; omdat ze hadden gezien dat Jezus gevangen was genomen en gedood. Ze wisten ook nog niet zo goed wat ze moesten vinden van wat ze met Jezus hadden meegemaakt. Natuurlijk waren ze al eerder blij geweest, maar de blijdschap van Pinksteren was toch weer anders. Met meer vuur. In plaats van angstig waren ze nu vol van liefde, geloof en vrijmoedigheid.

***Van wie komt die Pinksterblijdschap nu?***

Knutselwerk www.samueladvies.nl gemaakt in KWD Sint Willibrordus Wassenaar 2015.

Die komt van God de Heilige Geest. De Heilige Geest is een soort vuur. Hij maakt je vurig van binnen. De Heilige Geest maakt je blij. Blij van goede dingen. Hij helpt ons ook om te zien dat de goede dingen van God komen. Hij helpt ons om God te herkennen in de mensen en gebeurtenissen om ons heen. De Heilige Geest maakt bange mensen dapper. En ook wij kunnen het vuur van de Heilige Geest krijgen en voelen: het hele jaar door en speciaal op Pinksteren. Het is wel goed om daarom te vragen in een gebed. Je kan dat in je eigen woorden doen of het gebed hieronder gebruiken.

MdM
Mei 2012.

God de Heilige Geest

God de Heilige Geest – gemaakt door Olivia (9 jaar)

Gezinsgebed aan Heilige Geest
Kom Heilige Geest,
kom Geest van wind en vuur,
maak ons sterk
als wij bang zijn,
als we niet weten wat we moeten doen
bij oneerlijke dingen.
Geef ons kracht.

Kom Heilige Geest,
kom Geest van wind en vuur,
maak ons sterk
als we ons zwak, klein of verdrietig voelen.
Geef ons kracht om goede mensen te zijn

Kom Heilige Geest,
kom Geest van wind en vuur
en maak ons sterk
om te groeien,
om lief te hebben.
Geef ons kracht om te leven
en wijsheid om het goede te kiezen.
Amen.

Koning Herodes had Johannes de Doper laten doodmaken. Toen Jezus dat hoorde wilde hij graag even alleen zijn. Hij nam een boot en wilde naar een plaats gaan waar niemand was. De mensen zagen dit en gingen Hem achterna. Toen Jezus uit zijn boot stapte, zag Hij alle mensen die Hem achterna waren gekomen. Het was een hele grote groep. Hij had medelijden met de mensen en maakte hun zieken beter.

Het werd avond en de leerlingen zeiden tegen Jezus: “Het wordt donker. U kunt de mensen beter naar huis sturen, zodat ze kunnen eten.”Jezus zei: “Ze hoeven niet weg te gaan. Jullie moeten ze te eten geven.” De leerlingen zeiden: “Maar we hebben niets hier. Alleen vijf broden en twee vissen.” Jezus antwoordde: “Breng die maar naar mij toe.”

Jezus pakte de vijf broden en de twee vissen. Hij keek naar boven, naar de hemel. Jezus sprak de zegen uit. Hij brak het brood. Hij gaf het aan de apostelen en vertelde dat ze het moesten uitdelen. Alle mensen kregen te eten. Ze hadden genoeg. Er was zelfs brood over, twaalf manden vol.

In totaal hadden wel vijfduizend mannen plus ook nog vrouwen en kinderen gegeten.

Dit Evangelie vertelt ons veel over wie Jezus is en hoe Hij werkt.

We horen dat Jezus eigenlijk even alleen wil zijn. Misschien om te bidden of om te huilen, dat vertelt het verhaal ons niet. Maar als de mensen Hem dan achterna komen, gaat Hij niet op zoek naar een andere rustige plaats. Nee, Hij blijft bij de mensen en helpt hen. Dit laat ons zien hoeveel Jezus van ons mensen houdt en ons niet alleen laat.

Als we naar de mensen in dit verhaal kijken dan zien we dat ze Hem achterna gaan en bij Hem blijven. Ze blijven bij Hem ook al wordt het avond. Ze vinden het dus fijn om bij Jezus te zijn. Het verschil tussen ons en de mensen uit dit verhaal is dat wij Jezus niet kunnen zien. Toch is het ook voor ons fijn om bij Jezus te zijn. Wij kunnen bij Hem zijn in ons hart. De Kerk is een plek om extra dicht bij Jezus te zijn.

Het verhaal laat ook zien dat Jezus wonderen kan verrichten. Hij geeft meer dan vijfduizend mensen te eten van 5 broden en 2 vissen! Hierbij vraagt Jezus de hulp van zijn leerlingen. Zij moeten het brood en de vis aan Hem brengen en daarna uitdelen aan de mensen. Ze moeten ook op Jezus vertrouwen. Want het lijkt natuurlijk veel te weinig 5 broden en 2 vissen voor meer dan 5000 mensen. Jezus vraagt de leerlingen dus om samen te werken, om mee te werken en om op Hem te vertrouwen. De leerlingen doen dit. En dan gebeurt het wonder. Dit is een belangrijke les voor ons. Als we op Jezus vertrouwen kan er meer dan je voor mogelijk houdt. Jezus vraag ook om jouw hulp. Misschien vraagt Hij maar iets heel kleins. Dat was ook zo bij de leerlingen. De leerlingen hoefden alleen maar 5 broden en 2 vissen aan Jezus te brengen en daarna uit te delen en toen gebeurde het wonder. Als jij dus een klein beetje helpt, kan Jezus daar iets heel groots van maken.

Back To Top