Skip to content

Je kunt de oefening bidden als je merkt dat je niet echt op God durft te vertrouwen.

Oneindig Goede God,
Ik vertrouw op U,
want U heeft ons beloofd
dat U altijd bij ons bent
en dat wij altijd bij U mogen zijn.
Ik vertrouw ook op Jezus,
want Hij is uw Zoon.
Wilt U mij helpen altijd op U te vertrouwen
en niet te twijfelen aan uw liefde
Heer, geef mij steeds meer vertrouwen!
Amen.

Barmhartige God,
Ik heb dingen verkeerd gedaan
Daar heb ik spijt van.
Spijt omdat het niet goed was
Maar vooral ook spijt
omdat het niet is wat U wilt.
Terwijl ik juist zoveel van U houd
en U zo goed voor mij bent
Lieve Jezus,
Ik zal proberen om niet meer te zondigen
Wilt U mij daar bij helpen
en mijn zonden vergeven ?
Amen

We hebben net twee bijzondere zondagen gehad: Pinksteren en het feest van de Heilige Drie-eenheid. En volgende zondag is het ook een bijzonder feest. Het is dan Sacramentsdag. We willen jullie daar wat meer over vertellen. We lezen eerst uit het Evangelie van die dag. Het Evangelie van de vijf broden en twee vissen. Daarna vertellen we meer over Sacramentsdag.

EVANGELIE

Matteüs 14, 13-21 (jaar A)
Lucas 9,11b-17 (jaar C)

Op een eenzame plaats buiten de stad zijn heel veel mensen. Ze zijn daar voor Jezus. Jezus is eigenlijk van plan om even alleen te zijn. Maar de mensen komen Hem achterna. Als Hij de mensen ziet krijgt hij medelijden met ze. Hij vertelt daarom over het Koninkrijk van God. Ook maakt Jezus de zieke mensen die daar zijn beter.

Dan wordt het avond.
De leerlingen zeggen tegen Jezus: “Het wordt donker. U kunt de mensen beter naar huis sturen, zodat ze kunnen eten.”
Jezus zegt: “Ze hoeven niet weg te gaan. Geven jullie ze maar te eten.”
De leerlingen zeggen: “Maar we hebben niets hier. Alleen vijf broden en twee vissen.” Jezus antwoordt: “Breng die dan naar mij toe.”

Jezus pakt de vijf broden en de twee vissen. Hij kijkt naar boven, naar de hemel. Jezus spreekt de zegen uit. Hij breekt de broden. Hij geeft het aan de apostelen en vertelt dat ze het moeten uitdelen. Alle mensen krijgen te eten. Ze hebben genoeg. Er is zelfs brood over, twaalf manden vol.

In totaal hebben wel vijfduizend mannen plus ook nog vrouwen en kinderen gegeten.

WE PRATEN NA OVER HET EVANGELIE

Jezus blijft bij ons

Jezus wil even alleen zijn. Misschien om te bidden en om uit te rusten. De mensen komen Hem achterna. Hij loopt dan niet weg, op zoek naar een andere rustige plaats. Nee, Hij blijft bij de mensen en helpt ze. Dit laat ons zien hoeveel Jezus van ons mensen houdt en ons niet alleen laat.

Het is fijn bij Jezus

De mensen in het verhaal vinden het fijn om bij Jezus te zijn. Ze gaan Hem achterna en ze blijven de hele dag bij Hem. Ze blijven bij Hem ook al wordt het avond.

Vertrouwen & meewerken

Jezus geeft duizenden mensen te eten van 5 broden en 2 vissen! Hij doet dit niet alleen. Hij vraagt om de hulp van God, zijn Vader en ook van zijn leerlingen. Zij moeten het brood en de vis aan Hem brengen en daarna uitdelen aan de mensen. De leerlingen moeten op Jezus vertrouwen. Want het lijkt natuurlijk veel te weinig 5 broden en 2 vissen voor zoveel mensen. Jezus vraagt de leerlingen dus om samen te werken, om mee te werken en om op Hem te vertrouwen. De leerlingen doen dit. En dan gebeurt het wonder: er is genoeg voor iedereen.

Jezus vraag ook om jouw hulp.
Misschien vraagt Hij maar kleins.
Hij kan er iets heel groots van maken.
Als we vertrouwen op Jezus
kan er meer dan je voor mogelijk houdt.

Net als bij de leerlingen. Ze hoeven alleen maar 5 broden en 2 vissen aan Jezus te brengen en daarna uit te delen en dan gebeurt het wonder: In totaal vijfduizend mannen plus ook nog vrouwen en kinderen kunnen eten.

SACRAMENTSDAG

Dit is de lezing die we horen op Sacramentsdag. Weten jullie wat dat is?
(…)
Ik help jullie een beetje. De volledige naam van deze feestdag is: ‘Heilig Sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus’. Hebben jullie nu door waar deze dag over zal gaan?
(…)

Vandaag vieren we het Sacrament van de Eucharistie. We vieren dat we Jezus steeds weer opnieuw kunnen ontmoeten in de Eucharistie. Zodat ook wij, net als die grote menigte in het Evangelie, bij Hem kunnen zijn.

 

 

Tot slot hebben we nog een gebed. Het is een oud gebed: de Oefening van liefde. We hebben die speciaal aangepast voor kinderen. Het gebed waarmee we kunnen zeggen hoeveel we van God houden. Het is fijn om dat tegen God te zeggen en Hij vindt het ook fijn om te horen. Het is ook een gebed waarmee we kunnen vragen om nog meer Liefde. Hoe meer Liefde wij krijgen hoe meer Liefde we kunnen doorgeven aan de mensen om ons heen. Zo kan Gods liefde stromen en steeds meer worden.

Oefening van liefde voor kinderen

God van liefde,
Ik hou van U het allermeest
Ik heb U lief met heel mijn hart
omdat U oneindig goed en oneindig lief bent
Uit liefde tot U
Heb ik alle mensen om me heen lief als mijzelf
Heer, geef mij steeds meer liefde!

Dit is een oud gebed: de Oefening van liefde. We hebben die speciaal aangepast voor kinderen. Het gebed waarmee we kunnen zeggen hoeveel we van God houden. Het is fijn om dat tegen God te zeggen en Hij vindt het ook fijn om te horen. Het is ook een gebed waarmee we kunnen vragen om nog meer Liefde. Hoe meer Liefde wij krijgen hoe meer Liefde we kunnen doorgeven aan de mensen om ons heen. Zo kan Gods liefde stromen en steeds meer worden.

Oefening van liefde voor kinderen

God van liefde,
Ik hou van U het allermeest
Ik heb U lief met heel mijn hart
omdat U oneindig goed en oneindig lief bent
Uit liefde tot U
Heb ik alle mensen om me heen lief als mijzelf
Heer, geef mij steeds meer liefde!

We zijn nu in de tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren. Op Hemelvaart is Jezus terug gegaan naar Zijn Vader in de Hemel. In het Evangelie staat: “Terwijl de leerlingen naar boven kijken wordt Hij aan hun zicht onttrokken door een wolk”. Maar Jezus heeft de leerlingen nog iets beloofd. Jezus zegt tegen zijn leerlingen dat ze niet alleen achter blijven, Jezus belooft een Helper. Hij heeft ze beloofd dat Gods Geest over hen zou komen: de Heilige Geest. Dat is wat we gaan vieren op het feest van Pinksteren; luister maar

Kleurplaat ingekleurd door kinderkoor Kleuterkerk H. Augustinus 2015.

EVANGELIE

Op Pinksteren horen we in de Kerk dit verhaal:

Handelingen 2,1-11
Het is Pinksteren. De leerlingen van Jezus zijn samen. Plotseling komt uit de hemel een rumoer alsof er een hevige wind opsteekt. Het huis waarin ze zijn is er vol van. Daarna verschijnt er iets dat op vuur lijkt. Het vuur verdeelt zich in een soort tongen. De vuurtongetjes verschijnen boven de hoofden van de leerlingen. De leerlingen worden allemaal vervuld van de heilige Geest. Zij kunnen opeens spreken in vreemde talen.

In Jeruzalem wonen mensen van over de hele wereld, met elk een andere moedertaal. Zij horen het geluid en gaan kijken bij het huis van de leerlingen. Ze horen de leerlingen spreken in hun eigen taal. Zij zijn heel erg verbaasd. Ze zeggen: “Dat zijn toch mensen uit het land Galilea?” Hoe kan het dat zij onze taal spreken? Wij zijn Parten, Meden en Elamieten, wij zijn bewoners van Mesopotámië, van Judea en Kappadócië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Líbië bij Cyréne, Romeinen, Joden, proselieten, Kreténzen en Arabieren, allemaal horen wij de leerlingen spreken in onze eigen taal. Ze spreken over Gods grote daden!

God de Heilige Geest

God de Heilige Geest – gemaakt door Olivia (8 jaar)

WIJ PRATEN NA OVER HET EVANGELIE

Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotámië enzovoort. Wie zijn dat?
(…)
Inderdaad dat zijn bewoners van landen die toen bestonden.

Zullen we het laatste stuk van het Evangelie over Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotámië enzovoort, eens vergelijken met iets wat bekender voor ons is?
Ik moet denken aan de Europese Unie. Ik zal daar eerst iets over vertellen en dan komen we later weer terug bij het Evangelie.

De Europese Unie, weten jullie wat dat is?
(…)
Het is een samenwerkingsverband tussen wel 27 landen in Europa. Die landen horen bij elkaar, een beetje zoals de 12 Nederlandse provinciën die allemaal bij Nederland horen. Dat samenwerken tussen verschillende landen, dat bij elkaar horen, is heel belangrijk. Belangrijk voor de vrede. Tussen die landen zijn vroeger vreselijke oorlogen geweest. Een paar landen, België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland dachten: weet je wat? We gaan samenwerken, dan leren we elkaar beter kennen en zorgen we ervoor dat we elkaar nodig hebben. Dan maken we vast minder snel ruzie en komt er geen oorlog. Zo gezegd zo gedaan. Er kwamen steeds meer landen bij en deze landen samen noemen we nu de ‘Europese Unie’.

Hoeveel van de 27 landen (lidstaten) kunnen jullie opnoemen?
(…)

(België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en Zweden.)

Spreken ze in al die landen Nederlands?
(…)

Nee hè? In bijna al die landen worden andere talen gesproken Duits, Grieks, Bulgaars, Spaans, Portugees, Slowaaks, Frans en nog veel meer talen. Soms kennen we de taal van één van de andere landen, maar meestal niet.

Welke talen versta jij?
(…)

Laten we nu eens net doen of het Pinksterverhaal zich niet afspeelt in Jeruzalem, maar in Brussel. Brussel is de hoofdstad van België, maar ook een soort hoofdstad van de Europese Unie. In die stad wonen en werken daarom ook mensen uit alle landen van de Europese Unie.

Luister maar hoe het verhaal dan klinkt:
“Op een dag horen de mensen in Brussel veel lawaai. Ze gaan buiten kijken. Ze zien de leerlingen. Ze weten dat die niet uit hun land komen. Maar toch spreken de leerlingen hun taal. Ze horen alle talen van de landen van de Europese Unie! De Bulgaren horen de leerlingen praten in het Bulgaars. De Denen in het Deens. De Duitsers horen Duits, de Italianen Italiaans en ga zo maar door….”

Snap je nu hoe verbaast die mensen waren? Je begrijpt ook dat ze extra goed gingen luisteren. Wat zouden de leerlingen te zeggen hebben? En waarom kijken ze zo blij?

Ze horen dan, dat de leerlingen zo blij zijn over de grote goedheid van God. De leerlingen kunnen niet meer stoppen met daarover te praten. Dat was eerst anders. Daarvoor waren ze een beetje verlegen. Ze waren ook bang. Bang; omdat ze hadden gezien dat Jezus gevangen was genomen en gedood. Ze wisten ook nog niet zo goed wat ze moesten vinden van wat ze met Jezus hadden meegemaakt. Natuurlijk waren ze al eerder blij geweest, maar de blijdschap van Pinksteren was toch weer anders. Met meer vuur. In plaats van angstig waren ze nu vol van liefde, geloof en moed.

Mooi hè? Maar van wie komt die Pinksterblijdschap nu?
(…)

Die komt van God de Heilige Geest. De Heilige Geest is een soort vuur. Hij maakt je vurig van binnen. De Heilige Geest maakt je blij. Blij van goede dingen. Hij helpt ons ook om te zien dat de goede dingen van God komen. Hij helpt ons om God te herkennen in de mensen en gebeurtenissen om ons heen. De Heilige Geest maakt bange mensen dapper.

Met Pinksteren denken we er dus aan terug dat de leerlingen voor het eerst vol werden van de Heilige Geest. De belofte van Jezus werd vervuld. Maar we vieren meer met Pinksteren. We vieren niet alleen de komst van de Heilige Geest toen, bij de leerlingen. We vieren de komst van de Heilige geest bij ons zelf.

Ja ook wij kunnen het vuur van de Heilige Geest krijgen en voelen: het hele jaar door en speciaal op Pinksteren. Het is ook goed om daar op weg naar Pinksteren extra om te vragen in een gebed. .

Gezinsgebed om de Heilige Geest

Kom Heilige Geest,
kom Geest van wind en vuur,
maak ons sterk
als wij bang zijn,
als we niet weten wat we moeten doen
bij oneerlijke dingen.
Geef ons kracht.

Kom Heilige Geest,
kom Geest van wind en vuur,
maak ons sterk
als we ons zwak, klein of verdrietig voelen.
Geef ons kracht om goede mensen te zijn

Kom Heilige Geest,
kom Geest van wind en vuur
en maak ons sterk
om te groeien,
om lief te hebben.
Geef ons kracht om te leven
en wijsheid om het goede te kiezen.

Op Goede Vrijdag hebben we gehoord, dat Jezus is gestorven aan het kruis. Met Pasen hebben we gevierd dat Jezus is opgestaan uit zijn graf, uit de dood: Jezus leeft! Hij is niet meer dood. Hoe zouden de mensen in die tijd dat hebben meegemaakt?

Stel je maar eens voor: Eerst zagen de leerlingen (de apostelen) Jezus sterven en een paar dagen is Hij in hun midden, ze voelen hoe Hij bij hen is en ze verstaan zijn woorden. Zie je het voor je?

Hoe zouden de leerlingen hierop hebben gereageerd? Zouden ze hun ogen hebben geloofd? Dat is natuurlijk best niet niks. Je ziet iemand dood gaan en daarna is hij weer bij je.

Vandaag horen we het verhaal van Thomas. Thomas vond het moeilijk om te geloven dat Jezus leeft. Luister maar

EVANGELIE

Joh. 20,19-31

Het was avond en de leerlingen van Jezus waren samen. Ze hadden de deur op slot gedaan, want ze waren bang. Toen kwam Jezus binnen. Hij ging tussen ze in staan en zei: “Vrede zij met jullie” Hij liet zijn handen zien en z’n zij. De leerlingen waren enorm blij toen zij de Heer zagen. Toen zei Jezus nog een keer: “Vrede zij met jullie”.

Thomas, een van de twaalf, ook Dídymus genaamd, was er niet bij toen Jezus kwam. Hij hoorde het van de andere leerlingen. Zij vertelden hem: “Wij hebben Jezus gezien.” Maar hij antwoordde: “Zolang ik de spijkergaten niet in zijn handen heb gezien, en mijn vinger er niet in heb gestoken en ik mijn hand niet in de snee in zijn zijde heb gelegd, zal ik het zeker niet geloven.” Acht dagen later waren de leerlingen weer samen in het huis. Thomas was er nu wel bij. Hoewel de deuren op slot waren kwam Jezus binnen. Hij ging tussen ze in staan en zei: “Vrede zij met jullie.” Toen zei Hij tegen Thomas: “Kom hier met je vinger en kijk naar mijn handen. Steek je hand uit en leg die in mijn zij. Wees niet langer ongelovig maar gelovig.” Thomas riep uit: “Mijn Heer en mijn God!” Toen zei Jezus tot hem: “Je gelooft omdat je Mij hebt gezien? Zalig de mensen die Mij niet hebben gezien en toch geloven.”

WE PRATEN SAMEN NA OVER HET EVANGELIE

De leerlingen zaten samen bang te zijn in een huis met de deuren op slot. Waarom waren ze bang denken jullie?
(…)
Inderdaad, omdat ze wisten wat er met Jezus was gebeurd. Jezus was gedood aan het kruis en iedereen wist dat zij de leerlingen van Jezus waren. Ze waren bang dat de mensen hen ook te pakken wilden nemen. Toen kwam Jezus zomaar in hun midden.
Hoe kwam hij binnen?
(…)
Hadden ze de voordeur of de achterdeur open laten staan?

Hebben jullie onthouden wat Jezus tegen de leerlingen zegt?
(…)

Jezus zegt twee keer “Vrede zij met jullie” .

En dan komt Thomas binnen. Jezus is dan al weg. De andere leerlingen vertellen hem dat Jezus er was. Gelooft hij hen?

(…)

Nee, dat klopt. Hij gelooft het niet. Wat zegt hij, weten jullie dat nog?
(…)
“Zolang ik de spijkergaten niet in zijn handen heb gezien, en mijn vinger er niet in heb gestoken en ik mijn hand niet in de snee in zijn zijde heb gelegd, zal ik het zeker niet geloven.”

Over welke spijkergaten en over welke snee heeft Thomas het? weten jullie dat?
(…)

Denk maar terug aan zijn dood aan het kruis. In zijn handen zaten gaten van de spijkers waarmee Hij aan het kruis was genageld. In zijn zij zat een diepe wons van een lans. Met de lans hadden ze in zijn zij gestoken om te kijken of Hij echt dood was.

Als Jezus opnieuw terug komt bij de leerlingen is Thomas wel bij. Jezus laat de gaten en de snee zien als een bewijs. Zo weten de leerlingen, dat het echt Jezus zelf is.

Thomas wil eerst niet geloven dat Jezus leeft. Hij dacht: “Eerst zien en dan geloven!” Daar komt de uitdrukking “ongelovige Thomas” vandaan. Iemand die niet snel iets gelooft noemen we een “ongelovige Thomas”.

Wat vind je ervan dat Thomas eerst wil zien en dan pas geloven?
(…)

Echt raar is het niet hè? Hij heeft Jezus zien sterven aan het kruis en hij kan nu maar moeilijk geloven dat Jezus leeft. Gelukkig kon Hij Jezus zien. En het bewijs: de spijkergaten in Zijn handen en de wond in Zijn zij.

Wij kunnen Jezus niet zien. Dus kan het soms best moeilijk zijn om in Jezus te geloven.

Vinden jullie dat wel of niet moeilijk?
(…)

Misschien helpt het om er aan te denken dat er meer dingen zijn die we niet zien, maar die toch bestaan. Denk maar na: Kan je liefde zien? Kan je eerlijkheid zien? Kan je verdriet zien? Kan je vriendschap zien? Kan je trouw zien?

Nee hè, en toch bestaan die dingen. Ze zijn zelfs heel belangrijk. God kan je ook niet zien, maar Die is het belangrijkst van alles. Als wij zeggen: “We geloven niet, omdat we niet zien”, lijken wij op vissen die tegen elkaar zeggen: “Water bestaat niet, want we zien het niet”.

Hebben jullie gehoord hoe Jezus jou noemt als je durft te geloven, terwijl je Hem niet ziet?
(…)
Hij zegt: “Zalig de mensen die Mij niet hebben gezien en toch geloven.” ‘Zalig’ dat betekent ‘gelukkig’. Gelukkig zijn alle mensen die Hem niet hebben gezien, maar wel in Hem geloven!
Als jij wel in Jezus gelooft is dat een gelukje. Een heel groot geluk zelfs.Het is iets waar jij blij en dankbaar om mag zijn.

Oefening van geloof voor kinderen

Goede God,

Ik geloof in U:
dat U één God bent, in drie Personen:
God de Vader,
God de Zoon en
God de heilige Geest;

Ik geloof
dat God de Zoon voor ons mens is geworden en
dat Hij voor ons aan het kruis is gestorven;

Ik geloof wat in het Evangelie over God en Jezus staat, en
ook alles waarvan de Kerk ons leert dat het echt waar is.

Dat geloof ik vast,
omdat U het hebt gezegd,
die alles weet en altijd waarheid spreekt.
Heer, vermeerder mijn geloof!
Amen.

Knutstelwerk www.samueladvies.nl gemaakt tijdens KWD Sint Willibrordus Wassenaar 2015.

Lezingen
Evangelie: Joh. 14, 15-16. 23b-26

Homilie (elementen voor een dialoog met kinderen)

De kinderen in de klas hadden catechese, deze keer ging het over Pinksteren. De meester vertelde over de leerlingen van Jezus, over de apostelen, over de moeder van Jezus en nog andere vrouwen. Hij vertelde dit verhaal uit de Bijbel:

Het was op de ochtend van Pinksteren om een uur of acht. Ze waren bij elkaar gekomen om samen te bidden, niet alleen om stil te bidden, ieder voor zich, maar ook hardop, en niet alleen een Onze Vader, maar ook andere gebeden die in hun gedachten kwamen. Iemand bad: ‘Vader in de hemel, zend ons uw heilige Geest’. Een ander bad: ‘Heer Jezus, help ons net zo te leven als U’. Soms zongen ze liederen. Dan bad weer iemand anders: ‘Goede God, wij voelen ons zo alleen, stuur ons de Helper die Jezus ons heeft beloofd’. Zo bleven ze de hele ochtend bidden. Soms was het even stil, dan weer zongen ze samen of ze lazen een stuk uit de Bijbel.

Ze waren zo aandachtig aan het bidden, dat ze eerst niet hoorden dat het begon te waaien. Er waaide een wind rond het huis, het leek wel een storm en ineens waaide het ook in huis. Dat kon toch niet, de ramen en de deuren waren nog dicht. Ze wisten nog niet wat er was, maar ze voelden dat God hen kwam helpen. Ineens zagen op ieders hoofd iets vurigs, alsof er een vlammetje zweefde. Wat was dat? Petrus begon te spreken, en Andreas en Johannes begon ineens in een andere taal, en Jacobus ook. Ze zongen alleluia, en Groot is God, hosanna, Jezus is onze Heer en God heeft ons geholpen. Dat duurde zo even, totdat Petrus de ramen open deed en de balkondeuren en naar buiten ging.

Die dag hield Petrus zijn eerste preek, zomaar voor het huis en een hele groep mensen raakte enthousiast, en de andere apostelen begonnen ook te preken, de een hier, de ander daar, soms ineens in een andere taal. En ze zeiden: Jezus leeft, Hij is niet dood, God heeft een heel nieuw begin gemaakt met de wereld, als we allemaal doen wat God vraagt zal alles beter worden.

Vanaf die tijd was niemand meer bang. Nu wisten ze wat Jezus had bedoeld toen Hij zei, Ik zal jullie de heilige Geest sturen.

Even was het stil in de klas totdat Jeremy vroeg: meester, hoe kan het nu dat ze vuur op het hoofd hadden en dat hun haar niet in brand vloog. Esther vroeg: meester, wat is nu de heilige Geest? Een geest is toch net zoiets als zo’n ding in de film of in een spookhuis, iets griezeligs? En Sandy vroeg: meester, een geest kun je toch niet zien en wat je niet kunt zien is toch niet echt?

Tja, dat waren heel wat vragen. Zal ik eens met de laatste beginnen, zei de meester. Sandy, kan jij zien of de theepot heet is? Nee, maar ik kan het wel voelen zei Sandy. Kan jij zien dat er stroom door een draad gaat, ook niet hè, maar toch moet je heel voorzichtig zijn met een stopcontact, anders krijg je stroom. Er gaan ook allerlei radiosignalen door de lucht, als je de radio aanzet kun je het horen, maar je kunt ze niet zien. Er is dus veel wat je niet kunt zien dat toch echt bestaat.

Nu de tweede vraag. De heilige Geest is juist niet griezelig, de heilige Geest maakt je blij, hij zorgt dat je van papa en mama houdt en van je broertjes en zusjes en de leerlingen op school en van nog veel meer mensen. De heilige Geest helpt je ook om aardig te zijn tegen onaardige mensen. De dingen in de film lijken echt maar ze zijn het vaak niet. De dingen van het geloof lijken soms niet echt en ze zijn het juist wel. God kun je niet zien, en toch bestaat Hij.

En nu de eerste vraag. Jeremy, weet je nog dat je in de kring had verteld dat jij een keer met vuur speelde en dat het tafelkleed begon te branden. Je zei dat je daarna nooit meer met vuur had gespeeld. Vuur is gevaarlijk, daar moet je voorzichtig mee zijn. Maar er is ook een ander soort vuur, een vuur dat bij ons van binnen zit. Zo ken ik een jongen die heel snel boos wordt. Dat lijkt ook op vuur. Als je even een verkeerd woord tegen hem zegt, krijgt hij een rood hoofd en wil meteen gaan vechten.Mijn jongste dochter is juist heel verlegen. Als een onbekende iets tegen haar zegt, krijgt ze ook een vuurrood hoofd maar zij durft niets meer te antwoorden. Dat is dus ook een soort vuur waardoor de een zich opwindt en waardoor een ander juist niets meer durft te zeggen. Maar het is geen vuur waardoor het tafelkleed in de brand vliegt.

Jeremy knikte, hij begreep het.

Nu snappen jullie dat we vandaag in de kerk rode bloemen hebben, rode kaarsen en rode klederen rond het altaar en dat we zingen over vuur, want vandaag vieren we de heilige Geest. Hij is zo’n soort vuur. De heilige Geest maakt bange mensen dapper, Hij helpt ons te geloven wat Jezus heeft geleerd. Hij helpt ons naar de Kerk te gaan om samen te bidden en God te danken. Hij maakt je vurig van binnen. We zouden nog veel meer over de heilige Geest kunnen vertellen, maar dat bewaren wij voor een volgende keer. We gaan nu zingen over ons geloof, in God de Vader, God de Zoon en God de heilige Geest. Amen.

God de Heilige Geest

God de Heilige Geest – gemaakt door Jasper (9 jaar)

Goede God,

Ik geloof in U:
dat U één God bent, in drie Personen:
God de Vader,
God de Zoon en
God de heilige Geest;

Ik geloof
dat God de Zoon voor ons mens is geworden en
dat Hij voor ons aan het kruis is gestorven;

Ik geloof wat in het Evangelie over God en Jezus staat, en
ook alles waarvan de Kerk ons leert dat het echt waar is.

Dat geloof ik vast,
omdat U het hebt gezegd,
die alles weet en altijd waarheid spreekt.
Heer, vermeerder mijn geloof!
Amen.

Vandaag gaan we het weer eens hebben over een heilige. Waarschuwing: Het wordt vandaag een heel spannend verhaal. Ben je wel eens een beetje bang? Ga dan maar lekker dicht bij iemand zitten die je vast kan houden. Of misschien wil iemand jou wel vast houden. Vandaag vertellen we over Sint Olav.

Let op! Sommige mensen denken dat heiligen van die watjes zijn, die de hele dag niets doen dan bidden en zingen en die nooit iets voor elkaar krijgen. Nou, Sint Olav was er zo één niet. Hij was een echte Noorman. Nou moet ik je eerst nog vertellen wat Noormannen zijn, of liever, waren, want de heilige Olav en zijn vrienden leefden lang geleden, zo’n 1000 jaar geleden.

Noormannen waren hele stoere mensen. Ze woonden in de bossen van Noorwegen en in IJsland. Het is daar heel koud. Die Noormannen moesten ook wel stoer zijn, want om hun huizen warm te stoken moesten ze steeds bomen omhakken. Dat deden ze met grote hakbijlen en van dat hakken krijg je enorme spierballen. De Noormannen hakten niet alleen hout voor de openhaard, maar ook hout voor de grote houten schepen die ze bouwden. Ze woonden aan zee en als ze met die schepen ergens naar toe wilden dan gingen ze roeien. Ook daar word je heel sterk van.

De Noormannen waren niet alleen heel sterk, ze waren ook woest en ze zagen er woest uit. Ze droegen jassen van berenvellen. Als ze op oorlogspad gingen zetten ze een helm op hun hoofd. Voorop hun schepen stond een drakenkop.

Waar ze kwamen met hun schepen, waren de mensen doodsbang van de Noormannen. Dat was ook terecht. Als ze ergens aan land gingen, staken ze de huizen en gebouwen in brand. Ze hadden het vooral voorzien op kerken en kloosters. Daar stalen ze dan de mooie kelken en de gouden en zilveren kandelaars. De Noormannen waren echt een ramp voor de Christenen van die tijd. Op sommige plaatsen veroverden ze ook hele steden en dorpen en daar gingen ze dan zelf wonen.

Zien jullie het voor je; die echte woeste en barbaarse Noormannen? Je zou ze liever niet tegenkomen. Maar toen, langzaam maar zeker, gebeurde er iets. De Noormannen die het land veroverd hadden, keken om zich heen naar de mensen die er woonden. Weet je wat ze zagen? Ze zagen dat die mensen eigenlijk heel beschaafd en aardig waren. Die mensen konden lezen en schrijven. Ze konden mooie kleding en sieraden maken. Ze liepen niet rond in berenvellen.

En de Noormannen zagen nog iets. Ze zagen dat de mensen in God en in Gods lieve heiligen geloofden. Ze zagen dat de mensen tot Jezus baden en ook dat Jezus vaak hun gebed verhoorde.

Na een tijdje begonnen de Noormannen in de Christelijke gebieden te denken dat Jezus en Maria beter waren dan hun eigen god.

Ik heb jullie nog niet verteld over de god van de Noormannen. Hun god heette Thor en hij was de god van de donder en de bliksem en het enige wat hij kon was brullen als de donder en gooien met vurige hamers en bijlen door de lucht. En als je dan geluk had, dan trof die hamer van Thor je vijand, maar als je pech had trof hij jou, en was je op slag dood. En de Noormannen begonnen zich af te vragen hoe dat verder moest.

En toen kwam Olav. Olav was een prins, een koningszoon in Noorwegen, het land van de Noormannen. Hij was sterk en hij kon met één slag van zijn bijl een hele boom door midden slaan en als hij aan de roeispanen zat dan vloog zo’n schip als een pijl over de golven. Olav was niet alleen sterk, maar ook slim. Hij kon goed met iedereen opschieten.

Toen hij vijftien jaar oud was stuurde zijn vader hem met een schip mee om in de Christelijke landen te gaan kijken hoe de mensen daar leefden. Zo kwam Olav in Frankrijk. Daar zag hij hoe het er in de kloosters aan toe ging. Hij zag dat vader abt, de overste van het klooster, met zachte hand regeerde, Het viel hem op dat er eigenlijk nooit gevochten werd. Als er ooit ruzie dreigde dan riep de abt iedereen bij elkaar en dan baden samen ze tot God. Olav merkte dat dit beter werkte dan het slingeren met hamers en bijlen van zijn god Thor.

Hij nam zich voor om alle Noormannen Christen te maken. Eerst liet hij zich zelf dopen, samen met zijn vrienden en ze werden dus zelf Christen. Daarna ging hij naar de bisschop en nodigde de bisschop en nog een paar priesters uit om met hem mee naar Noorwegen te gaan. Zo gebeurde het en ze voeren naar de stad Trondheim in Noorwegen. Daar stichtten Olav en zijn vrienden het eerste klooster van Noorwegen en de bisschop begon de mensen van Trondheim Christen te maken en hen te dopen.

Het was een goed begin, maar het ging Olav nog niet snel genoeg. Hij maakte daarom een plan om de bergen in te trekken en in de dalen verderop ook de mensen over Jezus te gaan vertellen. “Mannen” zei Olav “we trekken over de hoge berg Dobrefjell heen. Daar ligt het dorp Vinstra. Daar beginnen we. Dan gaan we naar Hunsdorp. Daar woont een machtig man, die heet Gudbrand. Als we hem kunnen overhalen om Christen te worden, dan zullen er vele volgen” En zo gingen op pad.

Aan de andere kant van de berg Dobrefjell hoorde de machtige Gudbrand wat er gaande was. Gudbrand riep een vergadering van al zijn mensen bij elkaar. “Mensen”, sprak Gudbrand “in Vinstra is een man aangekomen die zich prins Olav noemt. Hij dwingt alle mensen die hij tegenkomt om onze god Thor af te zweren en volgeling te worden van Jezus. Weten jullie wat dat zou betekenen? Dat zou betekenen dat het prachtige gouden en zilveren beeld van Thor dat in ons dorp staat weg moet en dat er een nieuw beeld van Olav’s God moet komen. Willen jullie dat”?

“Neeeeeeee” riepen alle mensen van Hunsdorp. “Als die Olav komt nemen we hem te grazen. Wij willen alles hetzelfde laten”. “Duidelijk“ zei Gudbrand en hij gaf zijn zoon met 50 mannen te paard opdracht om Olav tegen te houden.

De vijftig mannen van Gudbrand reden in de richting vanwaar Olav moest komen. Toen ze hem zagen gaven ze hun paarden de sporen en schreeuwend renden ze op Olav en zijn vrienden af. Olav was niet bang. Hij stelde zich midden op de weg op en zei tegen zijn vrienden: “Verberg je in de struiken en schiet je pijlen pas af als ik een teken geef”.

Zo gebeurde het en door de pijlen die overal vandaan kwamen, raakten de mannen uit Hunsdorp in verwarring en vluchtten weg. De groep van Olav nam de zoon van Gudbrand gevangen. Je zou denken dat de zoon van Gudbrand de sigaar was. Maar dat was niet zo. Olav deed hem geen kwaad. Hij stuurde hem terug naar zijn vader met de boodschap dat hij niet met de mensen van Hunsdorp wilde vechten, maar hen de volgende dag op een vergadering wilde toespreken. Zo werd afgesproken. Olav bracht de hele nacht in gebed door en de volgende ochtend presenteerden hij en zijn vrienden zich op de volksvergadering.

Het regende, maar ondanks de regen stonden Olav en de bisschop daar. Ze legden aan de mensen van Hunsdorp alles uit over God en Jezus. Toen het de middag was vond Gudbrand het welletjes. `Het regent dat het giet` zei hij “en ik snap die God die je niet kunt zien nog steeds niet en die Jezus die uit het oosten komt zal wel goed zijn, maar wij wonen hier in het westen. Als het morgen droog is mag je nog een keer terug komen, maar als het nog regent, jagen we je hier weg”.

Die avond bracht Olav weer in gebed door. Midden in de nacht hield het op met regenen, maar er hingen nog wel dikke wolken. ’s Ochtends vroeg ging Olav weer naar de vergaderplaats. Nu was er onder Olav’s vrienden één die heel groot en sterk was. Hij heette Kolbein en hij had altijd een enorme houten knots bij zich. “Jij komt vlak bij mij staan” zei Olav, en tegen de anderen zei hij dat ze aan de rand van de vergaderplaats moesten gaan staan en de mensen moesten beletten om vandaar weg te vluchten.

Gudbrand had het grote gouden afgodsbeeld van Thor naar buiten laten dragen en was daar vlak bij gaan zitten op een troon. “Ik geef je nog één keer een kans om jouw God te laten zien” zei Gudbrand tegen Olav. “Maar als hij niet komt, dan neem ik je te grazen”.

Olav klom op een rots. Hij knielde en boog zich diep naar de aarde. Toen hij weer opstond riep hij met luidecid_e671eab0-4857-4469-b16c-290066e18d21stem: “ Mannen van Hunsdorp, kijk nu allen naar het Oosten, want vandaar zal je het licht van mijn God zien schijnen” En terwijl hij dat zei, weken de wolken van elkaar en kwam de zon stralend tevoorschijn.

De mensen van Hunsdorp waren onder de indruk en de zon scheen in hun ogen en verblindde hen. Toen gaf Olav een teken aan Kolbein. Die pakte zijn knots en gaf het beeld van Thor zo’n dreun dat het in stukken uit elkaar viel. Uit het beeld rende allerlei ongedierte weg, ratten zo groot als vossen. De mensen van Hunsdorp schrokken zich een hoedje en wilden allemaal naar huis rennen. De vrienden van Olav stuurden ze weer terug naar de vergaderplaats.

Olav richtte zich tot de verschrikte dorpelingen en tot Gudbrand. “Jullie hebben het nu zelf gezien” sprak hij “mijn God is onweerstaanbaar en zijn licht komt uit het Oosten. Maar jullie Thor ligt in stukken en zal zich nooit meer oprichten en zelfs de ratten lopen van hem weg”. Toen nam Gudbrand het woord en zei: “Prins Olav, je bent slimmer en sterker dan ik, ik zal in jouw God geloven”. Gudbrand liet zich dopen en veel van zijn mensen volgden hem. Gudbrand beloofde dat hij op die plaats een kerk voor God zou bouwen en er werd een feestmaal aangericht. En Olav en Gudbrand werden vrienden.

Na de bekering van Gudbrand ondernam Olav nog veel van dit soort tochten in de bergen en overal lieten de Noormannen zich dopen en sloten zich bij hem aan. “Olav moet onze koning worden”, zeiden ze. Maar helaas, nog voordat Olav koning gekroond kon worden verzamelden zijn vijanden een bende tegen hem en lokten hem in een hinderlaag. Er werd gevochten en Olav sneuvelde. Gudbrand en zijn andere vrienden brachten zijn lichaam naar de kathedraal van Trondheim en begroeven hem met grote eer. De paus verklaarde Olav heilig en veel pelgrims kwamen naar zijn graf. Ik wil ook een keer als pelgrim naar Olav’s graf, want ik vind hem een fantastische heilige. En jij?
Deze catechese was te beluisteren op Radio Maria (675 AM) op woensdag 3.04.2013 om 18.30 uur in het programma “Dag God met ons”
Kindergebed tot de heilige Olav

Heilige Olav u bent een held
omdat u mensen over Jezus hebt verteld
die dat eigenlijk helemaal niet wilden horen.
Maar nooit heeft u de moed verloren.

U was een stoere dappere man
aan wie ik een voorbeeld nemen kan.
Als mensen soms Jezus willen beledigen
help mij dan om hem altijd te verdedigen.

Vraag van kind

We hoorden onlangs over de Heilige Lucia. U vertelde toen dat de moeder van Lucia erg ziek was en beter werd nadat ze hadden gebeden bij het graf van de Heilige Agatha. .Wat is dat bidden tot een heilige? En is het nu de Heilige Agatha die de moeder van Lucia heeft beter gemaakt?
(…)

Antwoord van pastoor Michel Hagen

Het is niet de Heilige Agatha die de moeder van Lucia heeft beter gemaakt. Het is God die mensen beter maakt, het is God die wonderen verricht. Nu vraag je je misschien af: “Maar wat is dan de rol van een Heilige?” Dat zit zo: Heiligen zijn heel dicht bij God. Zij kunnen dingen aan God vragen op een andere manier dan dat wij dat kunnen. God vindt het ook fijn om door heiligen dingen te doen. Zodat wij weten dat die heiligen belangrijk zijn voor God en dat ze een voorbeeld zijn voor ons. Als God iets doet op voorspraak van een heilige, dan laat hij ons weten: die heilige is een voorbeeld voor jou, die helpt jou, die is een voorspreker voor jou. En zo laat God ons weten hoe belangrijk het is. Dus daarom is het ook verstandig om naar de heiligen toe te gaan en hen te vragen om ons te helpen.
December 2012

Een kindje net als jij, of…

Het kindje Jezus in de kribbe is een heel bijzonder kindje. Dit piepkleine baby’tje is God. Tegelijk is het kindje Jezus ook mens. De pastoor kreeg deze vraag:
Was het kindje Jezus een baby net als andere baby’s? Huilde hij? Moest Hij ook drinken? Had Hij wel eens een vieze luier?
(…)

Antwoord van pastoor Michel Hagen:

Ja hoor. Het kindje Jezus was een baby net als andere baby’s. Hij huilde. Hij moest ook drinken aan de borst, want Hij moest groeien. Hij had ook wel eens een vieze luier. Al hadden ze toen niet precies dezelfde luiers als nu; geen klant en klare luiers maar doeken. In bijna alles was het kindje Jezus dus gelijk aan ons. In bijna alles:… waarin was het kindje Jezus nu niet gelijk aan ons? Weet jij het?
(…)
Hij deed nooit kwaad. Hij deed nooit zonde. Wij zijn soms wel eens eigenwijs en dan doen we dingen die we niet moeten doen. Dat deed Jezus niet. Ook niet toen Hij nog klein was had Hij al een gevoel wat God wilde, wist Hij wat God wilde, en werkte Hij met God mee. En dat is wel een verschil. Dat vinden wij veel moeilijker dan dat Jezus dat vond.
December 2012.
Kerstgroep

Vraag van kind

Hoe kan dat: zo’n kleine baby die God is? God is toch groot en machtig?

Antwoord van pastoor Michel Hagen

Je zou ook kunnen vragen kan hoe kan God in ons hart wonen? God is toch in heel het heelal?
Maar weet je; God zit helemaal niet vast aan deze ruimte; aan deze wereld. God is boven, maar ook binnen en er doorheen. God is overal. Dus God kan ook mens worden door Jezus, dat kan Hij. Voor God is dus heel veel mogelijk. Voor ons niet, er zijn veel dingen die wij niet kunnen, maar die God wel kan. God kan dus ook mens worden.
december 2012.
Back To Top