Skip to content

Vraag van kind

Hoe kan dat: zo’n kleine baby die God is? God is toch groot en machtig?

Antwoord van pastoor Michel Hagen

Je zou ook kunnen vragen kan hoe kan God in ons hart wonen? God is toch in heel het heelal?
Maar weet je; God zit helemaal niet vast aan deze ruimte; aan deze wereld. God is boven, maar ook binnen en er doorheen. God is overal. Dus God kan ook mens worden door Jezus, dat kan Hij. Voor God is dus heel veel mogelijk. Voor ons niet, er zijn veel dingen die wij niet kunnen, maar die God wel kan. God kan dus ook mens worden.
december 2012.

Vraag kind

Waarom is dopen nu zo belangrijk? God houdt toch van alle mensen?

Antwoord van pastoor Michel Hagen

God houdt inderdaad van alle mensen, en van alle kinderen al voordat ze zijn geboren. God kende je al voordat je werd geboren. Hij wist al wie je was en Hij hield al van je. En van het begin af aan zegt Hij: “Wil jij mijn kind zijn?” Als je nog heel klein bent kan je die vraag niet zelf beantwoorden. Daarom doen pappa en mamma dat bij je doop namens jou: “Ja we willen graag dat onze zoon of dochter uw kind is”.

Dopen is dus belangrijk, omdat je daarmee God antwoord geeft als Hij vraagt: “Ik hou van jou, wil jij mijn kind zijn?”

Zeggen jullie wel eens: “God ik hou van U?”
Misschien niet hè?  Toch mag je dat best eens zeggen als je bidt: God ik hou van U. Dat vindt God fijn. Net als wij het fijn vinden als iemand, bijvoorbeeld pappa of mamma, zegt: “Ik hou van jou”.

Oktober 2012

Vandaag willen we het met jullie hebben over vergeven.

Wat is dat nu eigenlijk vergeven. Hoe doe je dat?
(…)

Zullen we eens samen luisteren wat Jezus ons leert over vergeven?

EVANGELIE

Matteüs 18, 21-35

De leerlingen van Jezus hebben een vraag waar ze niet uitkomen: hoe vaak moet je iemand vergeven? Daarom gaat Petrus naar Jezus toe en zegt: ‘Als iemand iets verkeerds doet en hij zegt sorry, dan wil ik dat wel vergeven. En dan maken we het weer goed. Maar als dat nog een keer gebeurt? En nog eens, en nog eens? Als iemand steeds iets verkeerds doet, moet je hem dan iedere keer vergeven? Misschien wel tot zeven keer toe?’ ‘Nee hoor,’ zegt Jezus, ‘niet tot zeven keer toe. Maar tot zeventig keer zeven keer!’ Dat antwoord hadden de leerlingen niet verwacht.

Om het uit te leggen vertelt Jezus hen de volgende parabel over het koninkrijk van God:
Er was eens een koning die zijn dienaren bij zich riep omdat hij wilde weten of ze goed hadden gezorgd voor zijn mensen en zijn geld en zijn bezit. Zo werd er op een dag
een dienaar bij hem gebracht met een enorm grote schuld. Hij had tien miljoen goudstukken van de koning geleend, maar van dat geld was niets meer over. De koning zegt tegen hem: ‘Voor straf moet je uit je grote huis, met je vrouw en je kinderen. Jullie moeten allemaal gaan werken om de schuld terug te betalen.’ De dienaar valt op zijn
knieën en begint te smeken: ‘Heer, heb geduld met mij, alstublieft, heb geduld, ik zal u echt alles terugbetalen.’ Nu krijgt de koning medelijden met hem en zegt: ‘Ik zal je alles vergeven. Over die enorme schuld praten we niet meer. Het is goed zo, je mag in je huis blijven.’

De man verlaat het paleis van de koning. Als hij buiten komt, ziet hij daar een andere dienaar die van hem honderd goudstukken heeft geleend. Hij loopt naar hem toe, grijpt hem bij z’n keel en zegt: ‘Kom op met dat geld. Alles wat je van me hebt geleend wil ik terug.’ De andere dienaar valt op zijn knieën en begint te smeken: ‘Heer, heb geduld met mij, alstublieft, heb geduld, ik zal u echt alles terug betalen.’ Maar de man weigert het en hij laat de dienaar in de gevangenis zetten, om hem zo te dwingen de honderd goudstukken terug te betalen.

Verderop staan andere dienaren van de koning toe te kijken. Ze hebben alles gezien en gehoord. Ze zijn er boos en verdrietig om en vertellen het aan de koning. De koning laat de man bij zich roepen en zegt: ‘Wat ben jij een gemene knecht. Omdat jij mij hebt gesmeekt, heb ik jou die enorme schuld vergeven. Had jij dan geen medelijden moeten hebben met die andere dienaar? Ik heb toch ook medelijden gehad met jou?’ De koning is echt heel boos geworden en laat de man in de gevangenis opsluiten. De man krijgt een zware straf en moet alles terugbetalen.

WE PRATEN SAMEN OVER HET EVANGELIE

Het verhaal bestaat uit twee delen. Het eerste deel is echt gebeurd. Het is een vraag van Petrus aan Jezus en Jezus geeft antwoord. Het tweede deel is een verhaal dat Jezus vertelt. Een verhaal in het verhaal.

Hoeveel keer vergeven?
Laten we eerst eens kijken naar de vraag van Petrus. Weten jullie nog wat Petrus vraagt?

Ja inderdaad Petrus vraagt: ‘Jezus, moet je het altijd weer goed maken, als er ruzie is
geweest? Petrus heeft wel zo’n idee dat Jezus ‘ja’ zal zeggen. Hij vraagt daarom ook nog: “Moet ik ook nog vergeven als het wel zeven keer misgaat?” Petrus denkt: Als het na zeven keer weer misgaat, heb ik er geen zin meer in om het goed te maken. Je kunt toch niet bezig blijven?’

En wat antwoordt Jezus? Hoeveel keer zegt Jezus dat je moet vergeven?
(…)

Jezus zegt dat zelfs zeventig keer zeven nog niet genoeg is. Je moet het altijd weer
goed maken. Hoeveel is dat 70 keer 7?
(…)

Er is dus geen vergevingslimiet: je moet altijd vergeven en niet tellen.

olivia

De parabel
We gaan nu naar het tweede deel van het Evangelie. Jezus vertelt een verhaal, een parabel. Een parabel is een verhaal waar je iets van kan leren, een vergelijking.

In dit verhaal horen we over een koning en over dienaren. De koning is God. Jezus vergelijkt God met deze koning. Wij zijn de dienaren. Er komt een dienaar met een hele grote schuld. Wat doet de koning?
(…)
Hij krijgt medelijden. Hij zegt: “Ik vergeef je. De schuld is weg.”Dat is mooi hè? Dat zal wel een hele opluchting zijn voor die dienaar.
Maar het verhaal gaat verder. De dienaar komt iemand anders tegen die een schuld heeft bij hem. Een kleine schuld. Wat doet de dienaar?
(…)
Hij wordt boos en zegt: “Je moet alles terug betalen”. En als die andere dienaar dat niet kan, laat hij hem in de gevangenis gooien. Wat vinden jullie daarvan?
(…)
Wat vond de koning ervan?
(…)

We hebben nu dus geleerd: God vergeeft ons, en wij moeten anderen vergeven. We bidden dat ook in het Onze Vader: “vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven” Dat betekent dat als we willen dat God onze fouten vergeeft wij ook andere mensen hun fouten moeten vergeven en niet boos moeten blijven op mensen.
Dit is heel belangrijk. Als wij elkaar ook vergeven dan kan de stroom van Gods vergeving, van Gods goedheid doorgaan. Als wij niet vergeven dan geven we Gods goedheid niet door en dan zijn we een soort doodlopende weg

Vinden jullie vergeven makkelijk of moeilijk?
Kunnen jullie dat uitleggen?
(…)

Is vergeven hetzelfde als zeggen: ik vind het niet erg?
(…)

Nee dat is niet hetzelfde. Vergeven is eigenlijk zeggen: Dit was niet goed, maar ik blijf van je houden.

Is het fijn om te vergeven?
(…)
En is het fijn als je een fout maakt en iemand vergeeft je?
(…)

Zelf iemand vergeven en vergeven worden is prettig. Laten we het dus maar heel vaak doen. En als iemand iets fouts doet denken: hé dit is voor mij een kans om iets goeds te doen!

Kindergebed – Iemand vergeven

Vergeven kan moeilijk zijn. Heel moeilijk zijn. Soms kan je het niet alleen. Je bent dan gewoon super boos. Je mag dan God om hulp vragen. In je eigen woorden of met dit gebed.

Goede God

Als ik iets verkeerd doe
En ik heb spijt
Vergeeft U mij
Ik voel me dan beter
Dank u wel

U vraagt mij
Om zelf ook te vergeven
Ik wil dat graag doen
Maar dat is soms zo moeilijk
Ik ben dan te boos
om te vergeven

Wilt u mij helpen?
Geef mij veel liefde
Steeds meer liefde
Om te vergeven
Amen

Heilige Olav u bent een held
omdat u mensen over Jezus hebt verteld
die dat eigenlijk helemaal niet wilden horen.
Maar nooit heeft u de moed verloren.

U was een stoere dappere man
aan wie ik een voorbeeld nemen kan.
Als mensen soms Jezus willen beledigen
help mij dan om hem altijd te verdedigen.

Vergeven kan moeilijk zijn. Heel moeilijk zijn. Soms kan je het niet alleen. Je bent dan gewoon super boos. Je mag dan God om hulp vragen. In je eigen woorden of met dit gebed.

Goede God

Als ik iets verkeerd doe
En ik heb spijt
Vergeeft U mij
Ik voel me dan beter
Dank u wel

U vraagt mij
Om zelf ook te vergeven
Ik wil dat graag doen
Maar dat is soms zo moeilijk
Ik ben dan te boos
om te vergeven

Wilt u mij helpen?
Geef mij veel liefde
Steeds meer liefde
Om te vergeven
Amen

Intro
Wie weet in welke periode van het kerkelijk jaar we nu zitten?
(…)
Inderdaad de Veertigdagentijd.
Weten jullie ook wat dat is?
(…)

Het is een periode waarin we ons voorbereiden op Pasen. We zullen er straks over praten hoe je dat kan doen. Maar eerst willen we jullie iets vertellen.

Mini-reis
Misschien weten jullie dat het volk Israel, het Joodse Volk, een tocht van 40 jaar door de woestijn heeft gemaakt. Dit was heel lang geleden. Nog voor de geboorte van Jezus. Het volk Israel woonde eerst in Egypte. Het land van de Farao. Daar moesten ze werken als slaven. God heeft hen toen geholpen weg te komen uit Egypte. Ze gingen op weg van Egypte naar het Beloofde land. Het was een zware tocht door de woestijn. Ze maakten allerlei moeilijke dingen, beproevingen, mee: Honger, ruzie, dorst, ziekten en ga zo maar door. Het was voor die mensen dus heel belangrijk om op God te vertrouwen, maar soms was dat heel moeilijk. Maar ieder probleem, iedere beproeving werd uiteindelijk overwonnen en daardoor kwam het volk Israel juist dichter bij God en dichter bij elkaar en ook dichter bij het Beloofde Land.

Weet je onze Veertigdagentijd lijkt op die reis door de woestijn. Hij duurt alleen geen 40 jaar maar 40 dagen. De Veertigdagentijd kan je dus zien als een mini-reis van 40 dagen waarin we samen op weg gaan naar Pasen.

We praten straks verder over onze Veertigdagenreis naar Pasen. Laten we eerst eens luisteren naar twee verhalen over het volk Israel in de woestijn tijdens hun tocht van veertig jaar. Ze maakten deze reis onder leiding van Mozes.

IN DE WOESTIJN

Exodus 16 en 17.

Manna
Het volk Israel, het volk van God, was op reis.
Toen ze in de woestijn kwamen begonnen ze te klagen:
“We hebben niet genoeg te eten, straks gaan we nog dood. Waren we nog maar in Egypte”
God zei toen tegen Mozes: “Ik heb het gemor van de Israëlieten gehoord. Zeg maar tegen ze dat ik zal zorgen voor vlees en brood.
En inderdaad.
Toen het avond werd, kwamen er kwartels aangevlogen en die vielen neer uit de lucht over heel het kamp. Zo was er dus vlees.
De volgende ochtend hing er dauw rondom het kamp.
Toen de dauw was opgetrokken lag er over de woestijn een fijne korrelige laag.
De Israëlieten zagen het en zeiden tegen elkaar: “Wat is dat?”
Mozes legde het hun uit en zei: “Dit is het brood dat God jullie te eten geeft.”
De Israëlieten noemde het brood manna.
Ze bleven reizen en overal waar ze kwamen lag manna. Ze aten dit manna hun hele reis, veertig jaar lang, tot ze in bewoonde streken kwamen.

Water uit rots
Op een gegeven moment tijdens hun reis kwamen ze op een plek waar geen water was, in Refidim.
Ze begonnen Mozes verwijten te maken en zeiden: ‘Geef ons water te drinken.’
Mozes antwoordde: ‘Waarom maakt u mij verwijten en waarom daagt u God uit?’
Maar de mensen hadden daar enorme dorst.
Zij bleven tegen Mozes morren.
Ze zeiden: Waarom hebt u ons weggevoerd uit Egypte als we nu toch van de dorst moeten sterven?’
Mozes vroeg God wat hij moest doen.
God liet Mozes een rots zien, de Horeb.
Hij zei tegen Mozes: “Sla met je stok op die rots: er zal water uit stromen zodat de mensen kunnen drinken.”
Mozes deed wat God hem had gezegd.
En er kwam water uit de rots.
Zo konden de Israëlieten drinken en hadden ze geen dorst meer.

WE PRATEN MET ELKAAR OVER DE VERHALEN

We hebben de verhalen over het volk Israel in de woestijn uitgekozen, omdat we nu in de Veertigdagentijd zitten. Onze Veertigdagentijd lijkt op die reis door de woestijn. Het volk Israel in de woestijn moest proberen om problemen met God op te lossen, op God te vertrouwen. Met God mee te werken. Wij moeten dat ook doen in ons gewone leven. De Veertigdagentijd is een mooie tijd om daar extra op te oefenen. Oefenen om in alle gewone dingen van je leven, school, sport, je familie, naar God te luisteren en met Hem mee te doen. Dit is makkelijker als we ons leven wat woestijnachtiger maken; wat kaler; Wat eenvoudiger. We laten de dingen die niet zo belangrijk zijn wat schieten (bijvoorbeeld je buikje vol eten aan chips en televisie kijken) en we concentreren ons vooral op de dingen die ècht belangrijk zijn.

OEFENLIJSTJE +/-

We kunnen een oefenlijstje maken in de Veertigdagentijd. Een lijstje met plussen en minnen
+ Plussen voor de dingen die we méér willen gaan doen; dat zijn de dingen die ècht belangrijk zijn.

– Achter de minnen zetten we dingen die we minder willen gaan doen.

Zullen we eens samen nadenken over de plussen en de minnen?
(…)

Deze catechese was te beluisteren op Radio Maria (675 AM) op woensdag 6.03.2013 om 18.30 uur in het programma “Dag God met ons”

Kindergebed Veertigdagentijd

Goede God,
We willen veertig dagen oefenen in goede dingen.
We willen nadenken over wat echt belangrijk is.
Uw Zoon Jezus heeft dat ook gedaan.
Wilt U ons helpen door de heilige Geest.
Dan gaan we meer begrijpen,
Dan helpt het oefenen nu ook voor later.
Dank U wel.
Amen.

Goede God,
We willen veertig dagen oefenen in goede dingen.
We willen nadenken over wat echt belangrijk is.
Uw Zoon Jezus heeft dat ook gedaan.
Wilt U ons helpen door de heilige Geest.
Dan gaan we meer begrijpen,
Dan helpt het oefenen nu, ook voor later.
Dank U wel.
Amen.

EVANGELIE

Johannes 2,1-12

We lezen uit het Evangelie volgens Johannes

We zijn drie dagen verder. In het dorpje Kana is een bruiloftsfeest. Maria is
uitgenodigd en ook Jezus en zijn leerlingen. Maar wat gebeurt er? De wijn raakt op. Maria gaat naar Jezus, ze zegt: ‘Ze hebben geen wijn meer’. Maar Jezus doet alsof het niet belangrijk is. Hij zegt: ‘Dat gaat ons toch niet aan? Dit is niet het goede moment’. Maria zegt tegen de bedienden: ‘Doe precies wat Hij je zal zeggen’.

In de feestzaal stonden 6 stenen kruiken, grote kruiken waar wel 100 liter in kan. Jezus wijst op de 6 kruiken en zegt: ‘Doe die kruiken daar vol water’ . De bedienden doen wat Jezus zegt en ze vullen de kruiken helemaal met water. Nu zegt Jezus: ‘Laat de tafelmeester ervan proeven.’ De bedienden scheppen een beetje uit de kruik en laten het de tafelmeester proeven. De tafelmeester had niet gezien waar die wijn vandaan kwam. Maar de bedienden wisten het wel. Meteen loopt de tafelmeester naar de bruidegom en zegt: ‘Ik snap het niet. Waarom komt u nu pas met deze heerlijke wijn? Dit is de beste wijn die ik ooit heb geproefd’.

Zo begon Jezus in Kana met een bijzonder teken. Zijn leerlingen gingen daar in Hem geloven. Na het feest gaat de hele groep op weg. Het zijn Jezus en zijn moeder, nog meer familieleden van Jezus en zijn leerlingen. De volgende dagen blijven ze in Kafanaüm.

WE PRATEN SAMEN OVER HET EVANGELIE

Een bijzonder teken
Hebben jullie allemaal goed opgelet? Er gebeurde op de bruiloft in Kana iets bijzonders. Weet jij wat er gebeurde?
(…)

Inderdaad. Het water veranderde in wijn. Hoe zou dat kunnen denk je?
(…)
God heeft daarvoor gezorgd. Want water veranderd niet zomaar in wijn. Normaal duurt dat heel lang. Normaal moeten voor wijn eerst druiven groeien. Die druiven moeten worden geplukt en dan geperst. Dan gaan ze in een vat en moet het wijn worden. Dat kan allemaal niet zomaar in een uur of op 1 dag, daar gaat heel veel tijd overheen. En nu was daar ineens water wijn geworden. Door het Woord van Jezus en Jezus deed dat namens de Vader.

Als Jezus iets bijzonders doet, noemen mensen dat soms een wonder. De Evangelist Johannes heeft dit verhaal over Jezus opgeschreven. Hij noemt het niet een wonder, maar een teken, want het betekent iets. God wil ons iets laten zien.

Wat zou dit verhaal betekenen?
(…)
Op de bruiloft laat Jezus zien wie hij is; Hij is de zoon van God. En hij laat ook nog iets anders zien. Luister maar.
Wie moest er op een bruiloft nu zorgen voor voldoende wijn?
(…)
De bruidegom; het was zijn feest, hij was verantwoordelijk. Maar wie zorgde in dit verhaal voor de wijn? Dat was niet de gewone bruidegom, maar dat was Jezus. De betekenis van dit verhaal is daarom dat Jezus de bruidegom uit de hemel is. Jezus is de echte bruidegom en dat is iets om te onthouden: Jezus is de bruidegom uit de hemel.

Maria: ‘Doe precies wat Hij je zal zeggen’
Heb je gehoor dat het Maria is die naar Jezus gaat en zegt: ‘Ze hebben geen wijn meer’. Ze deed dat omdat ze zag dat de wijn op is, en ze er voor wilde zorgen dat het feest niet spaak liep. Ze had door dat er een groter probleem is dan dat wij mensen kunnen oplossen, en daarom gaat ze naar Jezus.

Jezus doet alsof het niet belangrijk is. Hij zegt zelfs dat het hun zaak niet is. Maar daarna gaat hij toch aan de slag. Hoe zit dat?
(…)
Jezus wilde even weten of zijn moeder echt vertrouwen had in Hem. Vond ze echt dat Hij moest ingrijpen? Daarom houdt Hij eerst wat afstand. Hij doet alsof Hij niet verder wil. Maar Maria vertrouwt haar zoon. Ze vertrouwt haar Zoon zo dat ze zegt: Doe maar wat Hij u zeggen zal. En ze zegt dit zonder dat ze weet wat Jezus gaat doen. En die bedienaren luisteren heel goed naar Jezus. Ze doen precies wat Hij zegt. En dan gebeurt het ook.

Wat je van dit verhaal ook kunt leren is dat het best goed is om als je een probleem hebt, Maria te vragen om iets aan Jezus te vragen…

Hebben jullie ook gehoord dat Maria, de moeder van Jezus, iets heel belangrijks zei in dit Evangelie. Ze zegt: ‘Doe precies wat Hij je zal zeggen’. Ze wist toen ze dat zei nog niet precies wat Jezus van plan is, maar ze vertrouwt wel helemaal op Jezus. Alles wat Jezus doet is goed, dat weet ze zeker. Daarom zegt ze dat: ‘Doe precies wat Hij je zal zeggen’.

En weet je wat? Maria zegt hetzelfde ook tegen ons: ‘Doe wat Jezus je leert, dan komt alles weer goed ’. Dan wordt het leven nog mooier dan een feest, net als toen met de allerbeste wijn.

De tafelmeester weet niet waar de wijn vandaan komt
Tot slot kijken we nog even naar het verschil tussen aan de ene kant de bedienden, Maria en de leerlingen van Jezus en aan de andere kant de tafelmeester en de bruidegom.

De bedienden, Maria en de leerlingen van Jezus wisten wel waar de wijn vandaan kwam en wisten dus ook waar Jezus vandaan kwam, van God.
De tafelmeester en de bruidegom wisten het niet.

Zo is het ook in ons leven, op school, op de sportvereniging, sommige mensen om ons heen zien wel dat Jezus de zoon van God is en anderen niet. Als jij het wel ziet is dat iets om blij en dankbaar voor te zijn.

bruiloft Kana- gezinsboek Advent en Kerst pastoor Michel Hagen

KINDERGEBED BRUILOFT KANA

Goede God

Gewone dingen
zijn vaak juist bijzonder.
Ze komen van U.

Wilt u mij helpen
om in de gewone dingen
uw werk te zien?
Amen

Goede God
Gewone dingen
zijn vaak juist bijzonder.
Ze komen van U.

Wilt u mij helpen
om in de gewone dingen
uw werk te zien?
Amen

Vandaag heb ik een spiegelverhaal voor jullie.

Weet je nog wat een spiegelverhaal is?
(…)

Het verhaal gaat over Lotte.

Lotte gaat verhuizen, maar dat vindt ze heel erg.
Want ze gaat niet zomaar een paar straten verder, maar naar een ander land, naar Frankrijk. Daar spreken de mensen Frans. De papa van Lotte spreekt ook Frans en haar mama een beetje, maar Lotte niet. Daar heeft ze geen vriendinnetjes, daar is een vreemde school…… Lotte kan er niet van slapen, ze wordt er misselijk van. Dikwijls moet ze huilen en dat maakt papa en mama ook weer verdrietig.

Mama neemt Lotte mee naar de huisarts: “dokter heeft u hier misschien iets voor?” “Nou, mevrouw, bij zulke jonge kinderen doen we liever niets met pilletjes en zo. Goed praten, een bezoekje aan het nieuwe huis, bekende dingen meenemen, dat is het beste.” Maar het hielp allemaal niets.

Een week voor het vertrek komt oma nog even langs. Hoe gaat het? Aan de bedrukte gezichten ziet ze al dat er iets mis is. Huilend loopt Lotte naar Oma toe. Oma, ik wil niet naar Frankrijk. Oma begrijpt precies wat er aan de hand is. Ik moest ook verhuizen toen ik klein was, ik vond dat ook heel erg. Lotte’s gezicht klaart een beetje op, eindelijk iemand die het begrijpt. En wat hebt u toen gedaan?

Toen heb ik gedaan, wat wij ook gaan doen. Morgen kom ik je ophalen, net als mijn opa toen met mij deed.

De volgende dag gaan ze samen weg. Waar gaan we heen? Dat zul je wel zien! Vijf minuten later staan ze voor de pastorie. Dag Pastoor, mogen wij even de kerk in? Natuurlijk! In de kerk is het stil, er is helemaal niemand. Kijk, nu lopen we naar het Mariabeeld en naar Jezus aan het kruis. Toen mocht ik een kaarsje aansteken en aan Maria vragen of zij me wilde helpen. Mag ik dat ook doen? Vraagt Lotte. Zeker! En daarna zijn we naar het kruis van Jezus gelopen. Daar kan je zien dat Jezus het ook heel moeilijk heeft gehad.

Oma en Lotte lopen door de kerk. Dan vraagt oma aan de pastoor die achterin de kerk was gebleven of hij een verhaal weet van iemand die het ook heel spannend vond omdat hij moest verhuizen. Dat kende de pastoor en hij vertelde het verhaal van Abraham die op reis moest van God naar een vreemd land, waar het allemaal anders was.

En hoe liep dat af, vraagt Lotte? Abraham kreeg dat land, en hij werd een groot volk, en God heeft hem altijd geholpen.

Hoe is het toen gegaan met Lotte, kunnen jullie het verhaal afmaken?
(…)

Toen Lotte in Frankrijk kwam, was daar ook een kerk, met een kruis van Jezus en ook een Mariabeeld. Toen wist Lotte dat God haar overal zou blijven helpen.

Intro

Een poosje geleden op 13 december was het feest van Lucia, de heilige Lucia. We vertelden jullie toen over Lucia, het meisje met de mooie stralende ogen, die licht verspreidden in het duister. Wie weet nog wat met Lucia gebeurde?

(…) Ze was standvastig in het geloof in Jezus en was zelfs niet bang voor de soldaten van de keizer van Rome. Ze maakten haar uiteindelijk dood om haar geloof in Jezus en omdat ze daar niet mee wilden stoppen. Maar daarna gebeurde er iets bijzonders…door haar voorbeeld bekeerden veel mensen zich tot Jezus, zelfs degenen die haar eerst verraden hadden.

Dit alles gebeurde in de tijd van de Romeinen, om precies te zijn in het jaar 303 na de geboorte van Jezus, op het eiland Sicilië en de stad Syracuse.
Weten jullie in welk land Sicilië ligt?

(…) In Italië.

Maar weten jullie wat nu zo apart is? Lucia was niet het enige jonge meisje in die tijd. Er waren er meer. Jonge meisjes die opkwamen voor hun geloof in Jezus. Opa Klaas ontdekte dat toen hij samen met Oma Helen aan het wandelen was in Italië. Toen hij weer terug in Nederland was, zei hij: “Daar moet ik de kinderen van Radio Maria meer over vertellen”. Nou graag natuurlijk. Opa Klaas heeft opgeschreven wat hij heeft ontdekt over drie andere jonge heilige meisjes aan het begin van het jaar 300 in het Romeinse Rijk. Luister maar:

H. Christina

We kwamen in de stad Bolsena en daar was een prachtige kerk gewijd aan de heilige Christina. Natuurlijk wilden we weten wie Christina was. De mensen daar waren heel trots op Christina. “Ze is onze patroon-heilige”, zeiden ze.

Christina leefde in de tijd van de Romeinen. Christina was een jaar of 14. Haar vader was de burgemeester van Bolsena. Ze was knap en lief en ze was echt de oogappel van haar vader. Oogappel dat betekent dat ze de lieveling van haar vader was.

Christina was in Bolsena mensen tegen gekomen die haar hadden verteld hoe goed Jezus was. Ze had zich daarom laten dopen en was Christen geworden.

Toen, op een dag kwam er een troep soldaten met een brief van de keizer. Daarin stond dat de Christenen een gevaar voor het land waren. Ze konden kiezen of delen. Ze konden hun geloof afzweren. Dat betekent dat je zegt dat je niet meer in Jezus gelooft. Als ze dat niet deden dan werden ze gedood.

De burgemeester liet alle mensen bij elkaar roepen en, terwijl de soldaten om hem heen stonden, las hij de brief van de keizer voor. Hij zei waar iedereen bij stond: “Dit gaan we uitvoeren. O wee als ik hier in Bolsena een Christen aantref….” Hij was nog niet uitgesproken of de soldaten kwamen aan zetten met een jong meisje. Kijk, burgemeester, zij is Christen, zeiden ze.

De burgemeester verbleekte. Jullie snappen wel waarom. Het meisje was zijn eigen liefste dochter Christina, zijn oogappel, zijn lieveling. Hij praatte met haar, smeekte haar en beval haar het Christendom af te zweren. Christina moest ervan huilen, maar ze zei: “Vader ik hou van je, maar ik hou nog meer van Jezus, dus ik zweer hem niet af.”

christinaToen kon haar vader – met de soldaten achter zich – niets anders doen dan haar ter dood veroordelen. Hij liet een schipper roepen. “Neem haar mee midden op het meer, bind een steen aan haar voeten en gooi haar overboord”, beval hij de schipper.

De schipper deed wat de burgemeester hem op had gedragen. Hij nam Christina mee. Zette haar in zijn boot en voer het meer op en toen…tja en toen…Dat konden de mensen niet zien, want een wolk onttrok hen aan het gezicht.

De volgende dag, bij zonsopgang, stond de schipper, samen met Christina, op de stoep van het huis van de burgemeester. “Meneer de burgemeester”, zei hij, “ik heb niet kunnen doen wat u mij opdroeg”. Toen ik midden op het meer was, kwam er een enorme vis. Die beet mijn boot in stukken, at de steen op en beet het touw door. Rampzalig, want ik kan niet zwemmen. Ik dacht dat ik zou verdrinken, maar Christina heeft mij gered.

Gedwongen door de soldaten, bedacht de burgemeester nog andere manieren om Christina van haar geloof af te brengen. Dit mislukte steeds. Tenslotte grepen de soldaten in en vermoordden haar met hun zwaarden.

Wat een vreselijk verhaal, hé. Je begrijpt dat al die tijd de mensen in Bolsena over niets anders spraken dan over Christina. Er waren ook veel mensen die zich lieten dopen, uit bewondering voor Christina. Net zoals bij Lucia. Dit gebeurde in het jaar 304, een jaar na de vreselijke dingen die met Lucia gebeurd waren.

En zal ik jullie er nu nog eens iets bij vertellen? Ik was dus in Bolsena en de mensen vertelden me deze verhalen. Ik wist niet goed wat ik er van moest denken en ik kon het maar niet begrijpen. “Wacht, ik neem jou mee”, zei toen een mevrouw en ze nam me mee naar de kerk. Kijk, zei ze, deze steen dat was de drempel van het huis van de vader van Christina. Ik zag een grote, keiharde zwarte steen. “Kijk”, zei de mevrouw, “die afdrukken die in de steen staan, dat zijn de afdrukken van de voeten van Christina, toen ze voor haar vader stond”. Ik keek en ik zag een paar kleine afdrukken, net voetjes van een meisje van een jaar of dertien. Ik wist niet wat ik er van moest denken en ik deed mijn ogen dicht. Toen zag ik een klein dapper meisje die zachtjes zei: “Ik hou van je, vader, maar ik hou nog meer van Jezus”. Toen kreeg ik een beetje kippenvel en was ik heel dankbaar dat ik niet in zo’n gekke tijd leefde als Christina.

Ik begon me ook iets af te vragen. Was het toeval dat in die tijd, zo ongeveer 300 jaar na de geboorte van Jezus, er op verschillende plaatsen zulke tegelijk mooie en lelijke dingen gebeurden? Meisjes die van Jezus hielden en hem wilden navolgen, en keizers en burgemeesters, ja zelfs hun eigen vader die hun dat verboden en hen vreselijk slecht behandelden?

Toen ik thuis kwam heb ik bij de bibliotheek wat geschiedenisboeken geleend en ben ik gaan lezen. En weten jullie wat? Ik kwam nog meer van dit soort verhalen tegen. Er waren nog meer jonge meisjes die opvielen door hun vurigheid en door hun standvastigheid om steeds in Jezus te blijven geloven, wat er ook gebeurde. Ik kwam de geschiedenissen tegen van de heilige Barbara en de heilige Agnes

H. Barbara en H. Agnes

De Heilige Barbara woonde in Nicomedië, dat ligt in Klein Azië, in onze tijd heet dat Turkije. Zij was jong, 16 jaar en ook haar probeerden ze met geweld bij Jezus weg te krijgen en ook dat lukte niet. Dat was in het jaar 306. De heilige Agnes woonde in Rome en stierf in het jaar 304 omdat ze haar geloof in Jezus niet wilde opgeven.

Vier jonge meisjes Lucia, Christina, Barbara en Agnes, ze leefden in een moeilijke tijd. Maar alle vier hebben ze hun hart gevolgd, ze bleven bij Jezus, hoe erg ze ook werden bedreigd. Ze hielden vol.

Hoe is het afgelopen?
Omdat het zulke spannende verhalen waren, heb ik er nog wat meer over nagedacht. Wat een tijd, dacht ik, dat mensen zo lelijk naar elkaar doen en dan nog wel naar meisjes en kinderen. Hoe is dat af gelopen?

Ik las verder in de geschiedenisboeken. Ongeveer 300 na Christus was de tijd dat het Romeinse rijk het grootste en het machtigste land van de wereld was. De keizer was de absolute baas. Christenen duldde hij niet en hij probeerde ze met alle macht het leven moeilijk te maken. Als je in die tijd geleefd zou hebben, zou je gedacht hebben dat Jezus en het Christendom wel snel niet meer zouden bestaan. Maar toen las ik weer verder in de geschiedenisboeken en weet je wat ik las?

Nog maar 20 jaar later werd Constantijn keizer van het Romeinse rijk. Deze keizer liet alle Christenen vrij. Maar dat is nog niet alles: Hij werd zelf ook Christen. Hij bouwde overal grote kerken, in Jeruzalem en in Rome, en overal werden de mensen Christenen. Ook hier in Nederland en Vlaanderen begon het geloof in Jezus te leven.

Samen napraten

Onvoorstelbaar, dus de dapperheid en de standvastigheid van meisjes zoals Lucia en Christina hebben ook geholpen om hier in Nederland en Vlaanderen mensen christen te laten worden. Wat me opviel was dat die meisjes konden kiezen om hun geloof op te geven. Ze konden stoppen met geloven en dan mochten ze blijven leven.
Wat vinden jullie daarvan? Kan je stoppen met geloven? Hoe zou je dat moeten doen? (…)

Vraag kind
Wat ik niet begrijp is waarom de keizer Christenen een gevaar voor het land noemde. Jezus leert ons toch alleen maar dat we God en de mensen moeten liefhebben. Hoe kan dat nou gevaarlijk zijn?

Antwoord van pastoor Michel Hagen
(…)

Vraag kind
Wat ik niet snap, dat is waarom God niks deed? Want nu moest Christina kiezen tussen Jezus en haar vader. Dat is toch een oneerlijk keuze. Je eigen vader is toch ook heel belangrijk? Je moet toch ook doen wat je vader van je vraagt? Dat staat zelfs in de tien geboden.

Antwoord van pastoor Michel Hagen
(…)

Kindergebed

Dank Lieve Jezus
dat wij in u mogen geloven
Zonder bang te zijn voor boosheid of straf
En dank u goede God hierboven
Dat Christina ons zo’n goed voorbeeld gaf

En ik bid voor kinderen die last hebben van pesterij
Laat dat toch nooit gebeuren door mij.
Amen

KvdP, januari 2013

Intro

Als er ergens een baby is geboren, willen de mensen graag komen kijken. Op kraamvisite gaan noemen we dat. Zo’n pasgeborene is altijd weer een wonder om te zien. Ook Jezus kreeg kraamvisite. En jullie kunnen je wel voorstellen dat het zeker een groot wonder was om het kindje Jezus te zien. Hadden jullie ook wel even willen kijken?
(…)

De mensen die bij Jezus op visite kwamen deden ook iets wat we bij andere baby’s niet doen. Ze knielden bij Jezus neer. Net zoals wij ook doen in de kerk, bijvoorbeeld tijdens de Eucharistie. Of zoals wij soms knielen als we bidden. Door te knielen laten we aan God zien dat wij eerbied hebben voor God en wij maken ook duidelijk dat wij gewone eenvoudige mensen zijn.

Weten jullie wie er op bezoek kwamen bij Jezus?
(…)

Inderdaad de herders en de wijzen uit het Oosten. Zie je het voor je? Die stoere ruwe herders en die hele deftige geleerde wijzen, geknield bij dat hele kleine kindje in de kribbe. Ook zij begrepen dat hoe groot en sterk en hoe wijs en geleerd ze ook zijn, dat kleine kindje in de kribbe de Messias zal zijn, die groter is, sterker is en oneindig veel wijzer dan alle mensen.

Vandaag gaan we het hebben over de wijzen uit het Oosten. We noemen deze wijzen ook wel de drie koningen. Weten jullie nog welke namen zij hebben gekregen?
(…)

We beginnen met wat het Evangelie over hen zegt. Luister maar

Evangelie

In de dagen dat Jezus geboren is, komen er wijzen uit het Oosten. Ze komen bij koning Herodes en vragen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden?’ In het Oosten hebben we zijn ster gezien. Nu zijn we gekomen om bij Hem neer te knielen. Herodes schrikt en allerlei mensen in de stad Jeruzalem schrikken ook. Herodes roept alle geleerden van het land bij elkaar en vraagt: ‘Waar zal de Gezalfde van God geboren worden’? De geleerden antwoorden: ‘De profeet heeft gezegd dat in Betlehem een leider geboren zal worden die een echte te herder zal zijn voor het volk van God.’ Nu heeft Herodes een stiekem plan. Hij roept de wijzen uit het oosten in het geheim bij zich. Hij vraagt van alles aan hen en zegt: ‘Zoek dat kind en als je het gevonden hebt, zeg het me dan, dan ga ik er ook heen om bij hem neer te knielen’. De koningen horen wat Herodes zegt en gaan dan weer op weg. En kijk; daar staat
de ster weer. Zo vinden ze het huis waar Jezus woont. Nu ze de ster weer zien, zijn ze heel blij. Ze gaan het huis binnen en knielen bij Jezus neer. Dan pakken ze hun schatten uit. Het zijn hun geschenken voor dit Kind. Ze geven goud, wierook en mirre. Als ze na een poosje weer vertrekken, horen ze de stem van God in een droom. Ze mogen niet naar Herodes
teruggaan. Daarom nemen ze een andere weg en zo gaan ze weer naar hun land terug.

Samen napraten

Dat is dus het verhaal van de wijzen uit het Oosten; de koningen. Vertelde het verhaal ook hoeveel koningen het waren?
(…)

Dat was een instinker. Want er staat niet in het Evangelie dat het drie koningen waren. Dus of het er 3 waren dat weten we niet, misschien waren het er wel vier of vijf of zes. Waarom zouden we ze dan toch de drie koningen noemen. Enig idee?
(…)

We noemen ze de drie koningen, omdat ze drie geschenken hebben. Want dat staat wel in het Evangelie.

Weten jullie nog welke geschenken het waren?
(…)

Het zijn bijzondere geschenken met een speciale betekenis. Willen jullie weten welke?
Goud is voor de koning, want Jezus is de echte koning voor heel de wereld. Wierook is het cadeau voor God want Jezus is Gods Zoon. Mirre is een zeldzaam soort kruid. Het is een cadeau voor iemand die veel pijn heeft. Het betekent dat Jezus later, als Hij groot is ook veel pijn zal hebben.

Weten jullie ook een mooi cadeau voor Jezus?
(…)

Gingen de koningen meteen naar de stal?
(…)

Nee hè ze gingen eerst naar Herodes. Waarom denken jullie?
(…)

En wat was de reactie van Herodes? Wat vond hij ervan dat er een koningskind was geboren? Was hij blij?
(…)

We horen dat Herodes schrikt. En hij smeedt een gemeen plan. Waarom?
(…)

Vraag kind
Die wijzen dat waren toch geleerden, wetenschappers, mensen die hun verstand gebruiken? Daarover heb ik een vraag: gaat dat wel samen geloof en verstand? Want geloof dat kan je toch niet snappen? Dat God bestaat kan je toch niet bewijzen?

Antwoord van pastoor Michel Hagen
(…)
Gaat dat wel samen geloof en verstand? Geloof kan je toch niet snappen? Dat God bestaat kan je toch niet bewijzen? Horen geloof en verstand bij elkaar? Als je gelooft kan je dan nog je verstand gebruiken en als je je verstand gebruikt kan je dan nog geloven? Bij ons in de Kerk denken we dat geloof en verstand bij elkaar horen. Alleen sommige dingen kan je met je verstand niet bedenken. Toch, als je goed nadenkt, is het logisch dat God bestaat. Er moet toch ergens een echt begin zijn, Iemand die er altijd is geweest. Zo vinden we het logisch dat God bestaat. Als je kijkt naar hoe Jezus heeft geleefd is het ook logisch dat Hij de zoon van God is.

Vraag kind
Waarom kwamen de koningen op kamelen?

Antwoord van pastoor Michel Hagen
(…)

Vraag kind
Waarom lag Jezus in een kribbe?

Antwoord van pastoor Michel Hagen
(…)

Vraag kind
Hoe wisten de wijzen nu zo zeker dat het kindje Jezus God was. Het kindje zag er toch uit als een gewone baby?

Antwoord van pastoor Michel Hagen
(…)

Kindergebed Driekoningen

Kindje Jezus in de kribbe
Ik ben blij dat U er bent
Ik wil U graag iets geven
Een kado van mij
Voor U
Ik geef
geen goud
Geen wierook
En ook geen mirre
Mijn kado
Is een kleine goede daad
voor U
Amen

Back To Top