Preek 23e zondag, door het jaar C, 5/6 september 1998
Laat bezit (daaronder ook je familie en vrienden) je niet afhouden van God.
Laat bezit (daaronder ook je familie en vrienden) je niet afhouden van God.
God als goede vader die een oogje in het zeil houdt. Moge wij ervaren dat God zijn oog direct op jou gevestigd heeft, dat Hij bij je is, als je redder, als je Broeder, als je Vader. Dat hij ziet hoe ook jij je door het leven worstelt, dat Hij je op tijd dat steuntje in de rug geeft.
Laten we niet verzinken in schijnvrede die een geestelijke dood betekent. Laten we daarom vragen om het vuur, de wijsheid, het geduld, de tact, maar ook de radicaliteit van Jezus.
De geheimen van Maria: groot in bescheidenheid, geloof en zuiverheid.
Rijk zijn in God in plaats van rijk zijn met aardse goederen. Moge Hij ons helpen om oog te krijgen voor de echte rijkdom: geloof, hoop en bovenal de liefde.
Als wij de naaste welkom heten in ons hart, komt God bij ons wonen.
Hoe gaat het in een gemeenschap als de onze? Zijn er bij ons geen eenzamen? Geen mensen die gebaat zijn bij vriendschap en sympathie, met oprechte aandacht? Als wij bij dat gesprek hadden gestaan tussen Jezus en de wetgeleerde, wat hadden wij dan gedacht?
Waar blijft het Rijk Gods?
Zoek steeds te ontdekken welke richting God je aanwijst en gá daarvoor. Voel je vrij om te doen wat Hij je vraagt; dat is echte vrijheid.
Kruisdragen en hindernissenbaan.
Er is in onze wereld weinig heilig meer. Liefde en het leven doorgeven is niet meer heilig. Het leven in de moederschoot is niet meer heilig, net zo min als de stervende mens. De sacramenten zijn niet meer heilig. Niet dat wat God wil is nog heilig maar dat wat de mens wil.
God is veel dichterbij dan we denken, dichtbij is de Vader, dichtbij is de Zoon en dichtbij is de Geest. God wil door ons driemaal gekend worden, driemaal bemind worden. Hij wil driemaal ons leven delen.