Preek 5e zondag Veertigdagentijd, jaar A, 20 maart 1999
Het eeuwige leven bereik je slechts door de weg van het geloof te gaan, dat is: door het geloof te doen en dit is: Leven met God en Hem navolgen.
Het eeuwige leven bereik je slechts door de weg van het geloof te gaan, dat is: door het geloof te doen en dit is: Leven met God en Hem navolgen.
Bij het vormsel gaat het om verlangen naar de Geest van God. Voor een definitieve keuze voor God. Om vervulling met de Heilige Geest. De Geest die ons de ogen opent voor Gods aanwezigheid, voor de nood van de ander, voor kansen op vrede, de Geest waardoor wij zicht krijgen op een heilzame toekomst, de Geest die ons tot mensen maakt die licht zien in een duistere wereld.
God heeft dorst naar ons: naar ons geloof, naar ons vertrouwen, naar onze inzet voor de naaste. Hij nodigt ons uit om in naastenliefde geen onderscheid te maken.
In de Doop bevestigt de Vader in de hemel zijn kind op aarde. In Het doopsel, een schitterend sacrament, komt iets van de glans van Gods gelaat over de dopeling.
Jezus gaat de woestijn van het mensenleven en van het lijden om gerechtigheid helemaal door. Hij is een naakte en deemoedige zoon van God. De satan, de tegenstrever ziet dat in. Tegen deze mens kan hij niet op.
De veertigdagentijd is een tijd om te bezinnen op wie we echt zijn. De mens achter het masker en de status. We zullen alleen ontdekken wie wij zijn, als we God als Vader aanvaarden, als we God de ruimte geven, als we ons door God laten onderwijzen.
Doe alles wat de wet je voorschrijft, maar denk dan niet dat je er al bent, dan begint het pas. Dan begint de liefde.
Hoe word je licht van de wereld, hoe word je zout voor de aarde? Door gewoon de weg te volgen van Jezus en je daarbij nooit te laten ontmoedigen. Jezus staat achter je en steunt je. Door jouw kleine goede daden doet Hij zijn grote wonderen.
De zaligsprekingen zijn het hoogtepunt van Jezus geloof. Durf jij, bij welke tegenslag ook, te vertrouwen dat het in Gods hand tot iets beters kan worden? Of het dan gaat om een confrontatie met de dood, om een stukgelopen liefde, een zware tegenslag in het bedrijf, om ziekte, problemen in de gezins- of familiesfeer, in het klein of in het groot. Er is geen tegenslag of hij past in de zaligsprekingen.
Heeft Jezus zich niet vergist met zijn uitspraak: “Het Rijk der hemelen is nabij?” Jezus spreekt dikwijls geheimtaal, omdat Hij in zichzelf een geheim meedraagt. Niemand kan aan Hem zijn diepste identiteit zien. Zo is het ook met het Rijk van God, het Rijk der Hemelen, Gods Koninkrijk. Het is een geheim, het is er en het is er niet. Het vraagt bekering, het is zichtbaar met de ogen van ons geloof, maar onzichtbaar voor hen die niet geloven.
“Zie daar het Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt.” Een lam tussen wolven, de omgekeerde wereld. Een Lam waarvan Johannes zegt: “Ik heb de Geest als een duif over Hem zien neerdalen, en op Hem blijven”. Een mens als een lam, vol van Gods Geest, midden tussen de mensen die voor elkaar zijn als wolven. Jezus doopt ons in zijn doopsel met zijn heilige Geest. Zijn geest verandert wolven in lammeren. Zijn Geest vervult mensen met liefde, een dwaze liefde, die vergeeft en de schuld van anderen op zich neemt, zo dwaas dat ze wijzer is dan grootste menselijke wijsheid.
Door het doopsel geven wij God de kans ons te laten zien wie Hij is: Onze Vader. En door het doopsel geeft God ons de kans te tonen wie wij zijn: Gods Kinderen.