Preek 27e zondag, door het jaar B, 6 oktober 2024
Op deze zondag spreekt Jezus over het huwelijk van man en vrouw. De weg die Hij wijst kunnen we alleen volbrengen door met Hem verbonden te blijven.
Op deze zondag spreekt Jezus over het huwelijk van man en vrouw. De weg die Hij wijst kunnen we alleen volbrengen door met Hem verbonden te blijven.
Jezus spreekt over het huwelijk, hoe uniek en kostbaar het is (Mc. 10, 2-16) Om het ons uit te leggen, gaat Hij terug naar het begin van de schepping. Jezus weet ook wat huwelijkstrouw en huwelijksliefde kan kosten aan pijn en lijden; Hijzelf is de bruidegom die zijn leven geeft voor zijn bruid, de Kerk.
Vandaag horen we Jezus spreken over het huwelijk, een gevoelig onderwerp. Hijzelf laat ons zien wat verbondenheid betekent en wat Hij er voor over heeft om Gods verbond met ons in stand te houden.
We zien het scheiden soms als weg naar het geluk, terwijl God een andere weg naar het geluk wijst. Dat betekent dat wij moeten omdenken, andersom gaan denken, dat is bekeren, innerlijk veranderen, dan pas kan de schoonheid van het huwelijk zich ten volle kunnen openbaren, het huwelijk van man en vrouw zoals God het heeft bedoeld en zoals Jezus het heeft hersteld.
Het huwelijk in de ogen van Jezus is net zozeer navolging als welke andere roeping. Het huwelijk als roeping biedt een uitgelezen kans om Jezus na te volgen en te groeien in menselijkheid en naastenliefde. De onhebbelijkheden van de ander brengen ook mijn eigen onhebbelijkheden aan het licht. De moeite die de ander met mij heeft, bieden mij een kans om aan mezelf te werken, alles is een kans om meer lief te hebben.
Ons katholieke geloof is een geloof dat uitgaat van de werkelijkheid en niet van zoiets als wat wij zouden kunnen verzinnen hoe God het misschien ook had kunnen doen als Hij deze werkelijkheid anders geschapen zou hebben. Dat God liefde is, zien wij in Christus. Jezus geeft zijn leven voor ons en toont daarmee dat God ons intens liefheeft en dat mensen ook zo kunnen liefhebben.
Het alledaagse, wat zo eigen is als eten en drinken, slapen en opstaan, dat is niet wat het lijkt te zijn. Dat is een wónder, dat is vreemder dan je denkt, oneindig bijzonder. Zo aards en toch zo van de hemel.
Wij kunnen allemaal goede grond zijn. Juist door onze vrije wil. Wij kunnen tegen God kiezen maar ook voor God. We kunnen kiezen om elk voordeel in eigen zak te steken, of om het door te geven aan hen die het minder hebben dan wij, en dan dragen wij vruchten.