Preek 32e zondag, door het jaar A, 5/6 november 2005
Volgend jaar staat die kerk er ook nog… Ja, maar er komt een moment waarop de keuzes zijn gemaakt. Zelfs als je niet kiest, kun je dan niet meer terug.
Volgend jaar staat die kerk er ook nog… Ja, maar er komt een moment waarop de keuzes zijn gemaakt. Zelfs als je niet kiest, kun je dan niet meer terug.
Van God zijn maakt je vrij. Niet gehecht, bereid om te geven en om los te laten. Vrij om goed te doen, vrij om te leven naar Gods bedoeling, aan niemand schatplichtig. Vrij, zoals God ons bedoeld heeft.
Continuing story? Of dragen wij wel vruchten? Laten we Gods liefde zo aannemen dat we zijn liefde beantwoorden en eruit leven, dan nadert de voltooiing met spoed.
Wat misschien klein of minder belangrijk lijkt, is in feite groter. Wat is waardevoller dan een mensenkind helpen op te groeien tot een persoonlijkheid, met een goed gevormd karakter?
God gééft......! Maar wat willen wij ontvangen? Wat is je echte rijkdom?
God heeft heel veel geduld. Hij wacht tot de oogst. En intussen moeten wij kwaad en onrecht bestrijden, maar vooral verduren.
Er is een devaluatie van het woord door de grote stroom van woorden. Samen met de drukte van de dingen en het moeten van deze tijd verdrukken ze het Woord van God. De lezingen zijn een uitnodiging om Gods Woord de ruimte te geven.
Ben je uitgeput, ga je onder lasten gebukt. In de kerk mag je rust vinden voor je ziel, in het huis van de Vader.
Naarmate wijzelf meer en meer gaan beschikken over leven en dood, over wat wij levenswaardig vinden of niet, wanneer wij willen sterven of niet, wanneer er nieuw leven komt en hoe en van wie en op wat voor manier. Naarmate wij onszelf meer en meer als heer en meester zien van ons eigen bestaan, dan is het leven overgeleverd aan onze zwakheid, aan onze stemmingen, aan onze inzichten, aan onze depressies, aan onze politiek, aan onze modetrends, aan onze mediahypes, ja dan is het leven uiteindelijk overgeleverd aan onze willekeur.
Ook wij worden erop uitgestuurd om naar de mensen toe te gaan, om de herders te helpen en zelf ook herder te zijn, om de oogst binnen te halen. We hoeven maar één ding te doen, anderen over Jezus vertellen, als we dat doen, betrouwbaar en echt, zuiver en liefdevol, geduldig en barmhartig, origineel en doortastend.
Elk huis, wordt een ander huis, als Jezus er binnengaat. Je kunt een huis niet beter opbouwen dan door Jezus uit te nodigen. Een stal wordt een paleis, bij zijn geboorte, een ezel wordt een koninklijk dier als Jezus er op plaatsneemt, gewone vissers worden apostelen, als Jezus ze roept, een tollenaar wordt een weldoener, als hij Jezus in zijn huis ontvangt. En wijzelf ..., wij worden andere mensen als Jezus bij ons te gast is.
Jezus zegt: ‘Volg mij’. Jezus zegt niet eerst: ‘Bekeer je, oefen je in het goede, en als je zover bent, dan mag je misschien mijn leerling worden’. Nee, meteen zegt Hij: ‘volg Mij’. Want als je in Jezus’ gezelschap leeft, dan genees je gaandeweg. Jouw genezing begint door Hem te volgen. Met je eerste stap, als antwoord op zijn uitnodiging, begint de genezing van je ziel.