Preek 21e zondag, door het jaar B, feest H. apostel Bartholomeüs, 26/27 augustus 2000
Jezus als hemelladder. Hij is degene die hemel en aarde verbindt.
Preek Hoogfeest aankondiging van de Heer, Maria Boodschap, 25 maart 2000
Waarom? Waarom is God zo mens geworden? Omdat wij dan niet kunnen zeggen: wat weet God daarvan, God heeft geen lichaam, God weet niet wat lijden is, God kan gemakkelijk praten vanuit zijn hemelhoge troon. Dat kunnen wij niet zeggen. Nee, Hij heeft zijn Zoon gezonden, die alle momenten van ons leven heeft gedeeld. Zo is Jezus voor ons echt een voorspreker, een hogepriester, die van onze moeilijkheden weet en die ons volledig kent.
Preek Hoogfeest H. Maria, Moeder van God/Octaafdag van Kerstmis, 1 januari 2000
Wat is het een troost te weten, dat God toen in het verleden, met mensen die er soms een potje van maakten, toch is verder gegaan. Met dat in gedachte is het heel troostrijk om de geschiedenis te herlezen. Dat God ondanks alles met zijn Kerk doorgaat.
Preek feest van de Heilige Familie, jaar B, 26 december 1999
Menselijke liefde en geborgenheid is uit zichzelf beperkt. Maar als die liefde eenmaal is geraakt door Gods liefde verandert dat.
Preek Hoogfeest Willibrordzondag, door het jaar A, 6/7 november 1999
Jezus Christus is dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.
Preek Hoogfeest Allerheiligen, 1 november 1999
Vandaag hulde aan de heiligen. Zij wisten het; die bekoorlijke wereld haalt het niet bij God. Zij kozen totaal voor Hem.
Preek Hoogfeest Maria Tenhemelopneming, 14/15 augustus 1999
Maria is op veel manieren een grote vrouw, maar ze is boven alles groot in bescheidenheid. Bescheidenheid is in de eerste plaats belangrijk, omdat God zelf bescheiden is. Hij dringt zich niet op en geeft ons de ruimte. Maar ook omdat God alleen zijn grootheid kan tonen, als wij onszelf niet groot maken.
Preek Hoogfeest H. Maria, Moeder van God/Octaafdag van Kerstmis, 1 januari 1999
Wees uitgenodigd om te groeien in die innerlijke vrijheid, die de Geest ons geeft, de vrijheid doordat wij ten volle worden aangenomen en verheven tot de rang van Zoon van de Vader, Kind van God.