Preek 1e zondag Veertigdagentijd, jaar B, 17/18 februari 2018
Iedere mens wordt anders beproefd, iedere mens is gevoelig voor andere bekoringen en de satan zal ieder mens dan ook aanpakken op zijn of haar kwetsbaarste punt.
Iedere mens wordt anders beproefd, iedere mens is gevoelig voor andere bekoringen en de satan zal ieder mens dan ook aanpakken op zijn of haar kwetsbaarste punt.
De veertigdagentijd is een tijd van terugkeren naar God.
Een mens die in zijn eentje zijn leven leidt, ontplooit zich niet als mens, mensen hebben elkaar nodig.
Waartoe was Jezus op aarde? Vandaag zien we hoe Jezus rondtrok. We zien zijn dienstwerk waardoor Hij beroemd en geliefd werd. Toch heeft Hij nog een ander doel voor ogen.
Leven als Kind van God, betekent dat je leeft binnen Gods Gezin, binnen zijn Kerk, dat betekent verantwoordelijkheid naar elkaar. Leven in Gods Volk, betekent dat er leiding gegeven moet worden. Het betekent ook dat de gelovige afzonderlijk bereid moeten zijn die leiding te aanvaarden.
We horen de beroemde woorden van Jezus: “Komt, volgt Mij.” Die woorden klinken ook naar ons.
Als ik Jezus opzoek, als ik achter Jezus aanga, wat verlang ik dan, wat wil ik dan, wat zoek ik dan? Het is een vraag die we onszelf regelmatig mogen stellen, als we naar de kerk gaan, als we gaan bidden, als we een geestelijk boek lezen; wat zoek ik?
Wie en wat is de Herodes? Wat is die macht in ons leven? Kijken wij naar het Licht, luisteren we naar de Stem, dan weten we dat we een andere weg moeten kiezen. In het jaar van gebed, mag dat de uitnodiging zijn, de innerlijke weg volgen en vooruitgaan in navolging van Christus, het Licht, de Ster die ons de weg wijst.
Wij mogen ons kindschap Gods vieren met de Moeder van God die aan ons is geschonken.
Onze bisschop heeft een jaar van gebed afgekondigd dat een uitnodiging is voor ieder van ons persoonlijk, maar ook heel bijzonder voor de gezinnen, om te werken aan een eigen gezinsspiritualiteit en het gebed een vaste plek te geven in het gezin.
God is fundament van alles wat mogelijk is. God onttrekt zich aan alle fysieke metingen en aan alle binnenwereldse redeneringen. God staat ervóór, erbóven, erónder, Hij staat naast ons, achter ons, God dient zijn schepping, God draagt zijn schepping. Die dragende hand kunnen we wel filosofisch bedenken en kunstzinnig uitbeelden, maar niet empirisch meten en bepalen.
Waarom krijgen vrienden van God het zo hard voor de kiezen?