Preek Tweede Paasdag, 13 april 2009
De waarheid regeert. Dat is het adagium in de Kerk. Christus is de weg, de waarheid en het leven. Wie de weg ten leven wil volgen, moet zich toevertrouwen aan de waarheid die Christus is.
De waarheid regeert. Dat is het adagium in de Kerk. Christus is de weg, de waarheid en het leven. Wie de weg ten leven wil volgen, moet zich toevertrouwen aan de waarheid die Christus is.
Wanneer we bidden: uw Naam worde geheiligd, moge uw rijk komen, dat uw wil mag geschieden, op aarde zoals in de hemel. Dan gaat het erom dat wij lichtdragers en lichtbrengers zijn.
In de Paaswake gaan we van het duister naar het licht. We maken de weg mee van de hele mensheid. Die weg is zichtbaar geworden in het volk van Israël en tot een hoogetepunt gekomen en voltooid in het leven van Jezus van Nazareth, Jezus de Christus.
Jezus leeft. Goedheid en liefde, eerlijkheid en trouw. Die winnen het, want dat is wat God wil.
In stilte bij hem zijn, gedenken hoe Hij zijn lijden ingaat.
Bestaat er een zinlozer lijden? Bestaat er een mensonwaardiger lijden? Is er een diepere aftakeling denkbaar, smaad, bespotting, leugen, en dan zo totaal onmachtig zijn, overgeleverd in de handen van hen die je haten, bestaat er een grotere afgang?
Jezus zegt: ‘Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft brengt hij veel vrucht voort.’ Dat wordt heel concreet als Hij zelf sterft aan het kruis en in het graf wordt gelegd.
Jezus treed op als geneesheer. Hij geneest een melaatse, de melaatse wordt gereinigd. Wij naderen steeds weer tot Jezus om ons hart door Hem te laten zuiveren.
Jezus is niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen. Zijn dienstbaarheid wordt heel concreet. Zijn voorbeeld mag ons inspireren.
Luisteren en spreken. Goede woorden spreken, woorden die opbouwen en bemoedigen, God de ruimte geven die door zijn Geest jou tot iets goeds aanspoort.
Roeping is eerst luisteren, luisteren zodat de Heer kan spreken. Blijkbaar roept de Heer wel, maar horen we het haast niet.
Jezus gaat de weg door het water en wij zijn hem door ons doopsel daarin nagevolgd. Wat mag dat betekenen in ons dagelijks leven?