Preek 29e zondag, door het jaar A, 21/22 oktober 2017
Geef aan God wat God toekomt. Wij zijn niet van onszelf.
Geef aan God wat God toekomt. Wij zijn niet van onszelf.
Ook deze zondag horen we een gelijkenis van Jezus, deze keer die over het feestmaal van de Zoon van de Koning. We worden uitgenodigd niet te snel naar de ander te wijzen, maar te zien wat die boodschap voor onszelf kan betekenen.
Wij beïnvloeden de toekomst door onze keuzen, door ons gedrag, door onze inzet of onze luiheid.
De afgelopen eeuwen is een cultuur opgebouwd met een sfeer waarin ratio, atheïsme en wetenschap tegengesteld lijken aan geloof en religie. Gaandeweg komt daar verandering in.
Gods goedheid en Gods barmhartigheid is onnavolgbaar voor ons al te aardse verstand, die druist in tegen ons idee over rechtvaardigheid, maar die is tegelijk o zo weldadig als het ons eigen leven betreft.
Vergeving: het is de kern waar Jezus toe oproept.
Elkaar corrigeren: dit vraagt grote bescheidenheid, terughoudendheid en zorg. En het moet gebeuren in een wederkerigheid.
Petrus wordt geconfronteerd met het lijden van Jezus. Daar heeft hij veel moeite mee, hij wijst het af. We mogen ons vandaag herkennen in Petrus, maar vervolgens luisteren naar de weg die Jezus wijst, een weg ter navolging.
Gods plan met de mens reikt heel erg ver. God maakt van zijn schepsel een verbondspartner, een naaste medewerker, een vertegenwoordiger op aarde.
Wij mogen deze vrouw uit het Evangelie dankbaar zijn, dat zij heeft volgehouden en zich niet heeft laten vangen door hoogmoed of gekrenkte trots, door meningsverschillen uit de geschiedenis. Haar vasthoudendheid is een voorbeeld voor ons.
De stem van de hemelse Vader zegt dat wij moeten luisteren naar Jezus, zijn Zoon. Maria, zijn moeder, zegt tegen ons: Doe maar wat Hij je zeggen zal. Luisteren en doen, daar gaat het om, dat is de basis van de navolging van Christus.
Het Koninkrijk der Hemelen: Waar vinden we dat, hoe komen we er, kan je het beschrijven?