Preek 2e zondag van Pasen, Beloken Pasen/Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid, jaar B, 11/12 april 2015
Stel nu dat Jezus Zich wél had gered en van het kruis was afgekomen...
Stel nu dat Jezus Zich wél had gered en van het kruis was afgekomen...
“Niet mijn wil, maar uw wil geschiede”. Dat is de stap die ons optilt van mensen die Godsdienstig zijn in de hoop te ontsnappen aan de problemen, naar mensen die leven vanuit God, die vertrouwen op God en die geloven dat alleen de weg van Gods goedheid, wijsheid, liefde en geduld, deze wereld kan veranderen tot Gods Koninkrijk.
Vergeving betekent dat de onschuldige de schuld overneemt.
Elkaar de voeten wassen is dienen, bereid zijn de rotklusjes op te knappen, niet te zeggen “doe dat zelf maar”, of “dat laat ik aan een ander over”. Pas als wij Jezus in die houding navolgen kunnen wij met recht zeggen dat wij door Hem tot Kinderen van God zijn gemaakt.
Afgoden zijn goden die we zelf maken, omdat we denken dat we het met de afgoden zelf in de hand hebben. Het gaat om de vraag waar jij je heil van verwacht, waar jij je geluk van verwacht, je toekomst, de zin van jouw bestaan.
Wanneer wij opkijken naar het kruis, zien we wat Jezus voor ons over heeft. We zien ook waar zonde, hoogmoed, angst en eigenbelang toe leidt, want daardoor hangt Hij daar. Maar we zien vooral dat Jezus toont dat die weg leidt naar de overwinning en dat Gods liefde groter is dan het kwaad wat wij mensen Hem en elkaar aandoen.
Ons hart moet een plek van gebed zijn, een huiskamer waar God woont, waar je met Hem overlegt; je innerlijk, je hart, je ziel is de eerste gebedsplek.
Jezus sterft aan het kruis. Hij gaat die weg voor ons, opdat wij weten dat wij mensen, overgeleverd aan onszelf, dit met Gods Zoon en met Gods mensenkinderen in het algemeen doen.
Hoe komt het dat bij Jezus God het wint van alle concurrenten? Hoe kan Hij zo ontspannen en gelukkig, vol liefde en energie afzien van allerlei leuke dingen die er ook in die tijd waren?
Twee gedachten voor de Veertigdagentijd: Zorg dat je niet onverschillig wordt en zorg voor de wellevendheid in hoe je omgaat met elkaar.
We zijn geroepen om kloven te overbruggen en mensen bij elkaar te brengen.
Mensen nabij zijn is niet altijd eenvoudig, soms zijn er geen woorden, soms moet je een stap terug doen, altijd moet je bereid zijn, altijd oog hebben voor hun situatie.